Prikkels in gezondheidszorg

Wat is het ei van Columbus om de dreigende zorgcrisis tijdig af te wenden? Hoe kunnen we voorkomen dat de zorgkosten voor de volgende generatie maar liefst een kwart van het nationaal inkomen gaan bedragen en dan andere, even belangrijke collectieve uitgaven verdringen? De vraag is de meest pregnante en precaire van dit moment.

Minister Schippers (Volksgezondheid, VVD) zoekt het antwoord in meer marktwerking onder regie van de zorgverzekeraars. De markt is in haar ogen de plek waar partijen worden geprikkeld om de beste zorg zo efficiënt mogelijk tegen de laagst denkbare prijs te leveren.

Haar voorganger Klink (CDA) heeft vandaag samen met een aantal ziekenhuisdirecteuren een ander idee geopperd: niet alles wat kan in de zorg, moet ook per se gebeuren. In hun rapport Kwaliteit als medicijn, een initiatief van het internationale consultancybureau Booz&Co, pleiten zij voor andere dan marktconforme prikkels: „Minder onnodige zorg”.

Dat lijkt een pleonasme. Het is altijd en overal beter om minder onnodige dingen te doen. Maar het rapport van Klink cs. is wel degelijk een waardevol alternatief.

Het is evident dat marktwerking een middel is om de zorgkosten te beteugelen. Maar er zijn ook negatieve neveneffecten.

Denk aan Tena, die op verzoek van zorgverzekeraar Achmea en apothekers onderzoek deed onder de patiënten aan wie deze fabrikant van incontinentiemateriaal juist geld wil verdienen. Denk aan de commotie over de suggestie om ineffectieve medicijnen bij de ziektes van Fabry en Pompe uit het zorgpakket te halen.

Het probleem van marktwerking is dat het systeem is gericht op de prijs van behandelingen en per definitie niet prikkelt om die na te laten.

Trekken van verstandskiezen, amandelen knippen, meteen snijden bij prostaatkanker, borstkankerscreening, of drie soorten darmonderzoek: de arts die ingrepen verricht, verdient geld (voor zijn ziekenhuis). De dokter die langer naar patiënt en therapie kijkt en toeziet dat die wordt gevolgd, verdient geen eigen geld. Maar hij bespaart wel collectieve kosten: tot een kwart van de totale 30 miljard euro in de curatieve zorg. Volumebeperking door kwaliteitsverbetering is het parool van Klink. Dat klinkt simpel. Maar hoe valt de zorgsector te prikken om meer te kijken naar kwaliteit dan naar kwantiteit? Kwaliteit is immers lastiger in geld uit te drukken dan kwantiteit. In die zin opent Klink geen budgettair, maar primair een maatschappelijk debat.