Perfecte kür? Niet volgens de jury

De Britse Charlotte Dujardin reed niet foutloos, de Neder- landse Adelinde Cornelissen wel. Het oordeel van de jury stuitte daardoor op onbegrip. Pleidooi voor anders jureren.

De kür van Adelinde Cornelissen gaat perfect. Op de tonen van de Russische dans uit Tsjaikovski’s Notenkraker danst Parzival door de dressuurbak in Greenwich. Ze krijgen een staande ovatie van het Oranjelegioen op de tribunes. En 88.250 punten van de zevenkoppige jury.

Na haar hoeft alleen de Britse amazone Charlotte Dujardin nog te rijden. En die lijkt een fout te maken als ze Valegro van galop naar een piaf wil laten overgaan. Opwinding in het Nederlandse kamp: wordt dit een gouden medaille? Zelfs de Britse amazone Laura Bechtolsheimer, die naar een televisie staat te kijken en brons zal winnen, zegt over haar landgenote: „Dat kost haar het goud.”

Groot is dan ook de verbazing als Dujardin 90.089 punten scoort. Net als de teleurstelling. De Nederlandse bondscoach Sjef Janssen zegt licht cynisch: „Zilver. Jippie.” En: „Bij 88 denk je, daar gaat niet vlug iemand overheen. Maar nee.”

Hij zegt dat de Britse thuisvoordeel had. Dujardin appelleerde met haar kür op de tonen van het patriottistische Land of Hope and Glory van Edward Elgar, dat alle Engelsen kunnen meezingen, en de slagen van de Big Ben, duidelijk aan de emoties van het publiek. „Als ze Française was geweest, had ze zeker niet gewonnen.”

Buiten de ring, op de houtsnippers rond de losrijbak, verzamelen zich andere Nederlanders. Onder wie Jan Peeters, lid van het driekoppige panel dat toezicht houdt op de jurering. Hij zegt: „Persoonlijk vind ik dat Adelinde had moeten winnen. Ze reed zo perfect. Bij Dujardin zat er echt een hakkel in.”

Hij vertelt dat zijn medepanelleden hem na afloop direct feliciteerden. „Ik weet niet wat de afwegingen van de jury waren. Wij vonden echt dat Adelinde beter was.” Maar anders dan bij de Grand Prix en Grand Prix Special, eerder in de week, toen zijn panel de scores corrigeerde, mag hij bij de kür niet ingrijpen.

Bij dressuur oordelen zeven juryleden. Zij letten onder meer op de techniek van de proef, de moeilijkheidsgraad van de uitgevoerde oefeningen, waarvan een aantal verplicht is, op de choreografie en op de harmonie tussen paard en ruiter.

De voorzitter van de jury, Steve Clarke, zegt dat Cornelissen en Dujardin dichtbij elkaar zaten: „Adelinde had kracht en expressie, maar er was minder harmonie.” Clarke bedoelt dat Dujardins contact met haar paard lichter was dan dat van Cornelissen met Parzival. Die had tijdens de kür zijn mond veel open.

Het Nederlandse jurylid Wim Ernes was het – als enige van de zeven – niet eens met de winnaar. „Ik had Adelinde vooraan. Ik ben het in zoverre met de juryvoorzitter eens dat ze aan elkaar gewaagd zijn. Het waren beide top-top-topproeven.” Het „mag” dat zijn collega’s het anders zagen: „Ik denk dat de Engelsen een heel andere mening hebben over deze uitslag.”

Wel zegt hij dat het tijd voor verandering is. „Ik ben voor alle statistische onderbouwing van een score, voor alle hulpmiddelen.” Het is „een probleem” dat bij dressuur de moeilijkheidsgraad niet van tevoren vaststaat en de jury de oefening niet kent, zoals bij turnen bijvoorbeeld wel het geval is. „Dat zou een grote verbetering zijn. Dan is er geen discussie mogelijk over welke score er wordt gegeven.” Nu zit de jury „gevangen in een systeem waar we zo optimaal mogelijk mee omgaan”.

Ook bondscoach Sjef Janssen zou graag verandering van de jurering zien. „Ik heb dit al zo vaak meegemaakt – zeker niet als het om goud gaat”, zegt hij. Wat er vandaag moet gebeuren? „Ik zou de jury willen doodschieten.” Haastig voegt hij toe: „Zeg alsjeblieft dat ik dat met een lach zei.”