Natuurlijk, hup! Snel een nieuwe heup erin als ik dat wil

Een oude vrouw hoeft na een val geen nieuwe heup, zei de voorzitter van het CVZ. Ze heeft meer aan liefdevolle verzorging. Maar oudere dames willen verzorging én een nieuwe heup.

Meneer en mevrouw Kruit hebben net gewinkeld en wachten op de bus. Hij is 85 en zij is 83 jaar. Ze zijn nog gezond. Ze wonen op zichzelf. Mevrouw Kruit maakte tot voor kort het hele huis nog zelf schoon. „Met mijn hulp dan”, zegt meneer Kruit. Maar als ze zorg nodig zouden hebben, dan willen ze het krijgen. Stel mevrouw Kruit breekt een heup, wat zou ze willen? „Hup, een nieuwe erin, natuurlijk”, zegt meneer Kruit. „Ze gaat nog minstens dertig jaar mee.”

Deze week zei Arnold Moerkamp, voorzitter van het College voor zorgverzekeringen (CVZ) in deze krant dat er een discussie moet komen over „de stijgende kosten in de zorg als geheel”. Die lopen namelijk de spuigaten uit. Het grootste deel van die stijging komt volgens hem door innovaties die altijd tot meer kosten leiden, nooit tot minder. Artsen gaan door met behandelen en opereren omdat het kan. En omdat ze daarvoor betaald worden. Niet per se omdat het goed is voor de patiënt. Een gebroken heup, zo zei Moerkamp, moet je alleen vervangen door een nieuwe, als de patiënt nog een leven voor zich heeft. Een dementerende oude dame van 85 is meer gebaat bij „liefdevolle verzorging”.

Het is makkelijker om dat te zeggen als je relatief jong en gezond ben, dan als je ouder bent en (binnenkort) zorg nodig hebt. Ans Fische (82) drinkt een biertje op het terras van café ‘t Schippertje in de Rotterdamse wijk Spangen. Ze moet zo weg om eten te koken voor haar en haar man, maar even kletsen moet kunnen. Tegenover haar zit Ida Brijs (87), ook met een biertje.

Oud worden, zeggen ze allebei, is heel makkelijk. Gezond blijven, is een heel ander verhaal. Zij mogen beiden niet klagen. Let maar op, zo dadelijk stappen ze allebei uit hun terrasstoel en lopen zonder stok of rollator naar huis. „Maar als ik mijn heup zou breken, dan wil ik wel een operatie”, zegt Ans Fische. „Zeker weten. Ik heb het nog naar mijn zin.” Ze zag het bij een kennis van 73. Die loopt gewoon na een heupoperatie weer rond en zonder pijn. „Als nou mijn beide benen eraf zouden moeten, dan zeg ik: ‘stop’. Dan hoeft het niet meer.”

Mahomed Zahoer (bijna 75) is veel minder gezond dan Ans Fische. Hij heeft veel last van zijn maag en darmen. Er is net een stuk darm weggehaald van 45 centimeter. Zijn benen en heupen doen erge pijn. Slijtage. Hij rijdt in een scootmobiel door een park om zijn hondje uit te laten. „Als ik vijf meter loop, val ik neer.” Het grootste risico vormt zijn hart: 33 stents zitten er in de bloedvaten. Opereren is te gevaarlijk. Als er iets misgaat met zijn hart, dan is het gebeurd.

Zijn vrouw is ook hartpatiënt. Kort geleden lag ze in het ziekenhuis. Ze had veel pijn, ze lag te schudden met haar hoofd. Zullen we de stekker eruit trekken, vroegen de doktoren? Nee, zei Zahoer. „Ze is beresterk. Ik ken haar.” Nu zijn ze weer samen thuis.

Toch denkt Mahomed Zahoer zelf nooit aan de dood. „Dat doe ik gewoon niet. Daar wordt het niet beter van. Ik wil het liefst 100 worden. Mijn oma werd 124 in Suriname. Dus als ik pijn heb, bijt ik op mijn tong. En als er een moment komt dat ik moet kiezen of het leven nog zin heeft, dan zal ik het op dat moment doen. Ik ben gelukkig niet op mijn mondje gevallen.”

Janny van Dalen denkt noodgedwongen nogal vaak aan de dood. Al is ze pas 58. Ze zit op een bankje onderaan de Euromast. Ze is net samen met een vriend naar boven geweest. Janny van Dalen is een medisch wonder. Ze werd geboren met ernstige hart- en longproblemen. Ze was klinisch dood op haar tweede en opgegeven op haar zevende jaar. Naast hart- en longklachten heeft ze een vernauwing van het wervelkanaal waardoor ze steeds minder kan. Ze loopt met een rollator. Toch zit ze daar maar mooi op een bankje in de zon. Ze geniet ervan. Al komen er ook soms tranen als ze vertelt hoezeer ze worstelt met al haar beperkingen. Zij weet heel goed hoe kwetsbaar het leven is.

Janny van Dalen komt vaak in het ziekenhuis. Zij heeft aangegeven wanneer het voor haar niet meer hoeft. Als ze een hersenbloeding krijgt, niet ondenkbeeldig want ze gebruikt bloedverdunners, dan wil niet doorleven als ze niets meer kan. Ze heeft het vaak genoeg gezien: mensen die alleen nog op bed liggen. „Dan is er voor mij niets meer aan.” Maar als ze een heup zou breken, dan zou ze wel graag een nieuwe willen.

Leen Booster (bijna 73) heeft al een kunstheup. Zijn heup was versleten na een leven hard werken in zijn slagerij. Dat is nu vijf jaar geleden. Na twee weken was hij weer op de been. „Ik ben een doener”, zegt hij. Mijn vrouw zegt steeds: ‘Leen ga nou zitten’. Maar ik kan dat niet hoor.”

Als hij nu een heup zo breken, zou hij een nieuwe willen. Zo erg was die operatie niet. Bij hem ging alles goed, dat zegt hij er wel bij. „Je kunt ook pech hebben.” Maar met een gebroken heup kan je niet vissen, geen ijsje eten op een terras.

Janny van Dalen zegt wat de meesten vinden: „Het is belangrijk dat niet een of andere hoge meneer beslist wanneer het voor mij genoeg is. Of te duur. Maar dat ik dat zelf kan beslissen.”