Met een goed idee begint het werk pas

Kevin Wilson: Graven naar het hart van de aarde. Vert. door Wiebe Buddingh'. De Harmonie, 224 blz. €17,50 ***

Een bevriende comedian vertelde me laatst hoe hij radiosketches maakte. Volgens hem moest de grap ‘drie keer draaien’. „Het begint met een rare situatie. Die verrast de toeschouwer. Maar al snel raakt hij gewend aan deze absurditeit en moet er dus weer iets onverwachts gebeuren. Je moet nog een keer draaien. De derde draai heeft plaats aan het einde, waarmee je voor de laatste keer iemand op het verkeerde been zet.’’ Een goed idee is niet genoeg, daar begint het werk van de moderne kunstenaar pas. Je moet ideeën binnen het idee zoeken. Het is het verschil tussen een leuke en een briljante vondst.

De bekroonde verhalenbundel Graven naar het hart van de aarde van Kevin Wilson staat vol goede ideeën. Een uitzendbureau voor inval-oma’s of een drietal vrienden dat zonder reden een diepe kuil graaft. Maar de meeste van zijn vertellingen draaien niet meer, ze borduren weinig verrassend voort op één idee. Grappen en ontroerende scènes blijven daardoor meestal keurig en oppervlakkig.

Wilson kiest bovendien vaak voor een magisch-realistische opzet. Het probleem met deze extreem fantasierijke stijl is dat een idee soms zo ver los komt te staan van de realiteit, dat we het gemakkelijk kunnen negeren. Iedereen met een beetje fantasie kan een vreemd verhaal verzinnen, maar om te beklijven, moet het verhaal terugslaan op de lezer en de wereld van de lezer. Door in het alledaagse bestaan kleine vervormingen te plaatsen of met grotere gebaren ons een oplawaai te geven.

Wilson doet vaak geen van beide. In het verhaal ‘Ontploffen waar je bij staat’ werkt de hoofdpersoon in een Scrabble-fabriek waar hij in een grote stapel letters de Q’s moet verzamelen. Dit is een te makkelijk ‘raar idee’: te absurd om te kunnen geloven, te flauw om onze fantasie te prikkelen. Hetzelfde geldt voor ‘Het museum voor van alles’, waarin willekeurige verzamelingen tentoongesteld worden.

Toch is Wilson een goede schrijver, met een heel leesbare stijl, die met veel tederheid ongemakkelijke personages en situaties op ons netvlies tovert. Deze bundel verscheen vóór zijn debuutroman De Familie Fang en is na het succes hiervan ook in vertaling uitgebracht. In de verhalen ‘Vogels in huis’ en ‘Mortal Kombat’ laat hij zich niet verleiden tot gemakzuchtig absurdisme en beschrijft hij ingetogener de spanningen binnen een familie en tussen twee tienervrienden.

Deze twee verhalen vormen samen met het meer experimentele ‘De affaire met de koordirigente (de baby met de tanden)’ het hoogtepunt van de bundel en presenteren ondanks hun tegenvallende eindes toch een schrijversbelofte. Hier heeft Wilson oog voor de meer subtiele sprookjes-elementen van het leven en zien we het talent waar zijn eerste roman op zou steunen.