Klaas en Sippy gaven het skûtsjesilen smoel

Klaas Jansma en Sippy Tigchelaar nemen na 35 jaar afscheid als commentatoren van het skûtsjesilen. Omrop Fryslân zendt de wedstrijd elke dag live uit. „Wij houden de cultuur in stand.”

Drie uur hebben ze vanaf het motorbootje De Woeste Piebe het radioverslag verzorgd van het skûtsjesilen. En dat drie weken lang. Klaas Jansma (63) en Sippy Tigchelaar (60) zitten letterlijk en figuurlijk bovenop het skûtsjesilen, de populaire zeilwedstrijd met veertien oude, stalen vrachtschepen op de Friese meren. Tussen twee en vijf uur zijn ze elke dag live op Omrop Fryslân. Maar dit jaar voor het laatst. Na 35 jaar stoppen ze ermee.

„It hat moai west”, vindt Tigchelaar. „Zo’n hele dag buiten op het water hobbelen is best zwaar. Moet je nagaan dat ik drie generaties skûtsjeschippers heb meegemaakt.” Jansma: „Je moet weggaan als de mensen het nog jammer vinden. De jeugd moet het overnemen.”

Jansma, skûtsjekenner, schrijver en eigenaar van uitgeverij PENN in Leeuwarden, stapt na de wedstrijd monter aan boord van salonboot Gaasterland in Elahuizen. Daarop vindt elke dag de live televisie-uitzending plaats. Klaas Skûtsje, zoals het publiek hem noemt, schuift er regelmatig aan voor een nabeschouwing. Maar vanavond is het de beurt aan Tigchelaar. In het benedenruim wordt ze eerst geschminkt. Terwijl een groep omroepmedewerkers zich verdringt voor de televisie om Epke Zonderland te zien turnen legt Jansma onverstoorbaar uit waarom skûtsjesilen zo fascinerend is. „Het is onnatuurlijk en ongerijmd dat je gaat hardzeilen op 20 meter lange vrachtschepen met grote zeilen. En ook nog eens op relatief klein water.”

Zoveel aspecten zijn bijzonder, somt Jansma op: de sublieme techniek van het zeilen, de verfijnde tuigage, de spannende manoeuvres en de snelheid van de skûtsjes die 30 kilometer per uur kunnen halen. De sport – ja, het is een sport - wordt steeds serieuzer, stelt hij. „Topzeilers zitten tegenwoordig aan boord om de schipper te adviseren. En wist je dat er skûtsjes zijn die aan de onderkant voor 80.000 euro gelakt zijn? Sponsoren betalen dat.” Commercieel is de wedstrijd echter niet. „De schipper en zijn bemanning zijn vrijwilligers. De winnaar krijgt de blauwe kampioenswimpel. En de eer.”

Duizenden Friezen zitten aan hun radio gekluisterd als Jansma op zijn kleurrijke manier commentaar geeft. „Oei, oei, pats! Godverdorie!”, roept hij na een aanvaring tussen twee skûtsjes, te zien op YouTube. Spektakel is het altijd bij Jansma. Is hij de Friese Theo Koomen? „Nee, liever niet. Koomen loog wel eens en verzon er wat bij. Dat doe ik nooit. Hooguit overdrijf ik.”

Sippy Tigchelaar, oud-lid van de schaatskernploeg, werkte nog met Koomen samen. „In 1976 deden we samen verslag van het damesschaatsen.” Van skûtsjesilen wist ze, toen de Friese omroep haar in 1977 vroeg, niets. Maar de majestueuze zeilschepen fascineerden ook haar van meet af aan. „In de beginjaren sprintte ik na een wedstrijd van het ene naar het andere skûtsje om interviews op te nemen. Mijn scheenbenen waren bont en blauw door die stalen randen van de schepen waar ik steeds tegenaan stootte.” Later mocht ze zelfs met de eindwinnaar mee aan boord. „Je had dan gewoon een taak. Ik moest het schoot binnenhalen in de roef. Het was hard werken.”

Nu stapt ze na de dagwedstrijd direct over op het schip van de dagwinnaar, die ze interviewt. „Al hebben de schippers soms niks te vertellen”, grapt ze. De verhalen achter de mannen brengen Jansma en Tigchelaar zelf. „Wij geven de wedstrijd als Friese omroep smoel en dat vind ik mooi”, licht ze toe. „Je houdt er ook de skûtsjecultuur mee in stand.” Ze vergelijkt het skûtsjesilen met de Tour de France. „Ook een spannend feuilleton. Als je niks van [Tourwinner] Wiggins weet is er niet veel aan zo’n wedstrijd. Wij vertellen bijvoorbeeld dat schipper Jappie Meeter chemokuren krijgt en niet helemaal fit is. Maar dat hij het aan zijn stand verplicht is iets te laten zien. Als je dat weet kijk je toch anders naar zo’n man.” De verslaggevers en de schippersfamilies zijn met elkaar verweven. Toch kon Jansma afstand houden. „Ik ben eens gevraagd lid van verdienste te worden van de SKS, de Sintrale Kommisje Skutsjesilen, maar dat kun je als journalist niet doen.”

Jansma vindt het onbegrijpelijk dat Studio Sport en NOS Journaal niet meer aandacht besteden aan de Friese wedstrijden. „Ze nemen het niet serieus”, zegt hij. „Je mag al blij zijn als de NOS de namen van de schippers goed spelt. Misschien moet Jansma maar eens landelijk gaan.”