'Kinderen van werkende moeders zijn dikker'

Aanleiding

In haar column in de Volkskrant van 1 augustus schrijft Aleid Truijens over dikke kinderen. Ze haalt veel cijfers aan, en zegt ook: „Een geniepig onderzoeksfeitje is dat kinderen van werkende moeders dikker zijn dan die van thuisblijfmoeders, ook als ze evenveel bewegen.” Een van onze lezers vroeg of dit waar is. En zo ja, waar komt dit dan door?

Waar is het op gebaseerd?

De cijfers die Aleid Truijens aanhaalt in de alinea voorafgaand aan de bewering zijn afkomstig uit een TNO-rapport. Maar of het „geniepige onderzoeksfeitje” hier ook uit is ontleend, is onduidelijk. Omdat de columnist vanwege een vakantie niet kan reageren op de vraag waar de bewering vandaan komt, doen wij navraag bij TNO. Zelf deed TNO geen onderzoek naar de relatie tussen het gewicht van kinderen en het werk van moeders. Wel zijn er door de jaren heen rapporten van andere onderzoekers verschenen die ingaan op dit onderwerp.

En, klopt het?

De onderzoeksresultaten zijn niet eenduidig. Er zijn zeker onderzoeken waarin de onderzoekers een samenhang aantonen tussen het werken van de moeders en het gewicht van hun kroost. Maar er zijn óók onderzoeken die totaal geen samenhang laten zien.

Het rapport Maternal employment and early childhood overweight: findings from the UK Millennium Cohort Study uit 2008 beschrijft een lichte samenhang tussen het werk van moeders en de hoge Body Mass Index (score waaraan af te lezen is of iemand een gezond gewicht heeft of niet, BMI) van hun kinderen. Wetenschappers onderzochten ruim 13.000 kinderen van 3 jaar oud. Het bleek dat hoe meer uren de moeder werkte, hoe groter de kans op overgewicht was. Maar de relatie was alleen significant bij de groep waar het jaarinkomen van het huishouden 33.000 pond (ruim 41.500 euro) of meer bedroeg. Onderzoek uit Amerika uit 2011 vindt ongeveer hetzelfde verband. Hoe meer de moeder werkt, hoe dikker de kinderen, staat in het rapport Maternal employment, work schedules and childrens Body Mass Index. De hoeveelheid beweging, tv-kijktijd en onbegeleid thuis zijn heeft volgens deze onderzoekers geen invloed. Geen van beide onderzoeken noemt een reden voor het verband.

Fulltime werken is inderdaad niet goed, zeggen de Australische onderzoekers die het rapport Do working mothers raise couch potato kids? uit 2010 schreven. Maar thuisblijven is ook dat ook niet. Juist de kinderen van moeders die parttime werken hebben de minste kans op overgewicht. Die kinderen keken namelijk het minste tv, en dat staat sterk in relatie tot gewicht. Niet alleen werk speelt trouwens een rol, ook inkomen en het gewicht van de moeder houden verband met de tijd die kinderen besteden aan tv kijken, en dus met hun gewicht. Bijna 5.000 kinderen deden aan het onderzoek mee. Onderzoekers uit Japan rapporteerden in 2012 in het rapport Maternal working hours and early childhood overweight in Japan ongeveer hetzelfde verband.

En zo zijn er meer onderzoeken te noemen waaruit een verband blijkt tussen werkende moeders en dikke kinderen. Maar studies die zeggen dat er helemaal geen verband is, zijn ook snel gevonden. Amerikaanse onderzoekers schreven eerder dit jaar op basis van een populatiestudie onder 5 tot 15-jarigen bijvoorbeeld dat er geen verband is tussen hoeveel uren moeders werken en het BMI van hun kinderen. Andere factoren, zoals veel naar (computer)schermen kijken, weinig studeren en kort slapen maken de kans op overgewicht wel groter, maar daarop is werken door moeders volgens hen juist niet van invloed.

Niet het werk van de moeder, maar juist van de vader als die op onregelmatige tijden werkt, heeft invloed op het gewicht van kinderen, staat in het rapport Parental work schedules and child overweight and obesity uit 2012. De onderzoekers bekeken de situatie van bijna 500 te dikke Australische kinderen. Zowel het werkschema van de moeder als de vader werden onder de loep genomen. Lichte samenhang is ook te zien als beide ouders onregelmatig werken, maar dit zat statistisch gezien op het randje, schrijven de onderzoekers. Het werk van moeders, op welke tijden dan ook, is in ieder geval niet van invloed.

Nederlands onderzoek naar dit specifieke onderwerp is er niet, voor zover bekend. Marieke Verheijden, die zich voor TNO onder meer bezighoudt met onderzoek naar overgewicht, zegt dat er geen reden is om aan te nemen dat de hierboven genoemde buitenlandse onderzoeken niet te vergelijken zijn met de Nederlandse situatie. De onderzoeksvraag, of er een relatie is, is niet afhankelijk van locatie. Als de vraag bijvoorbeeld zou zijn hoe groot het aantal moeders is dat werkt, of hoeveel uur moeders werken, dan kunnen er wel verschillen zijn.

Conclusie

In een aantal westerse landen is uitgebreid onderzoek gedaan naar de samenhang tussen het gewicht van kinderen en het aantal uren dat moeders werken. Nederlands onderzoek hierover is er niet. Maar de buitenlandse onderzoeken spreken elkaar nogal tegen. Het ene onderzoek zegt dat hoe meer moeders werken, hoe dikker de kinderen zijn, het andere onderzoek zegt dat parttime werken het beste is en dat zowel thuisblijven als fulltime werken een negatieve invloed op het gewicht van kinderen heeft. En dan zijn er nog de onderzoeken die zeggen dat er helemaal geen relatie is. Een eenduidig oordeel over het waarheidsgehalte van de stelling is dan ook niet te geven. Wij beoordelen de stelling daarom als niet te checken.