Keniaanse heerser (bijna) buitenaards

Na het startschot liep hij direct op kop – en die positie stond hij niet meer af, 800 meter lang. David Rudisha maakte alle verwachtingen meer dan waar.

Het tempo dat Rudisha zich in de laatste ronde oplegde, was ongehoord. Hij finishte in 1.40,91, als eerste mens onder de 1.41,00, een nieuw wereldrecord. Foto AP

Fenomenen zijn schaars. Maar soms steekt een enkeling zelfs daar bovenuit. Op zo’n eenzame hoogte staat David Rudisha, een 800-meterloper uit Kenia, die gisteren bij de Spelen in Londen de grens van 1.41,00 doorbrak.

Dat Rudisha goud zou winnen, stond vooraf vast. Wie zou de loper, die al drie jaar de 800 meter domineert, van zijn eerste olympische titel kunnen afhouden? Niemand. En dat bleek, al deed de 18-jarige Nijel Amos uit Botswana een dappere poging. Hij sprintte in de slipstream van Rudisha naar 1.41,73, een wereldrecord voor junioren. Zo werd een warme avond in Londen een avond van ongeloof en verbazing.

Rudisha is een heerser. Maar niet zo maar een heerser. Hij loopt elke 800 meter op een manier die het verstand te boven gaat. Het is dat de 80.000 toeschouwers in het Olympisch Stadion en de miljoen televisiekijkers het met eigen ogen hebben waargenomen, anders zou niemand geloven dat Rudisha zijn race van kop af aan won. En dat flikt hij al drie jaar. Is er dan niemand die hem kan inhalen? Nee, tot dusver niemand. Dan ben je (bijna) buitenaards.

Elke wedstrijd waar Rudisha aan de start verschijnt, is de spanning in het stadion voelbaar. Zou het een concurrent lukken Rudisha te verslaan? Want die man moet toch een keer moe worden. Maar hoezeer ook wordt geduwd en getrokken, niemand passeert Rudisha. Wie in zijn buurt komt, wordt met een lichte versnelling weer op zijn plaats gezet.

In de eerste ronde gedoogt de Keniaan van de Masaistam nog enige lopers in zijn spoor. Maar in de tweede ronde geeft hij een beetje gas. En nog een beetje gas. Om volgas in alle eenzaamheid naar de finish te lopen. Hij merkt niet eens dat er achter hem nog om kruimels wordt gestreden.

Zo gaat dat al drie jaar. En zo ging het ook gisteravond in Londen. Met één verschil: Rudisha liep in het Olympisch Stadion harder dan hij ooit heeft gedaan. Zijn tussentijd van 49 seconden was al bizar snel. Maar het tempo dat hij zichzelf in de laatste ronde oplegde, was voor 800-meterbegrippen ongehoord. Hij finishte in 1.40,91. Als eerste mens onder de 1.41,00 en een verbetering van zijn wereldrecord van 1.41,01.

Het stadion ontplofte. En op de eretribune was Sebastian Coe, voorzitter van Londens organisatiecomité, het meest enthousiast van allen. Coe genoot als kenner. Hij reageerde als de voormalige 800-meterloper die in 1981 in Florence het wereldrecord tot 1.41,73 verbeterde. Dat werd destijds de perfecte race genoemd.

Coe weet hoe verdraaid moeilijk het is een snelle 800 meter te lopen – de afstand die veel van geest en lichaam vergt. Het gevaar van overmoed ligt op de loer. Het zijn maar twee rondjes en veel atleten hebben de neiging te snel van start te gaan. In dat geval ‘sterven’ ze op de laatste 200 meter. De klassieke valkuil.

Voor de 800 meter moet je snel én slim zijn. De hoge moeilijkheidsgraad zorgde in de loop der jaren op EK’s, WK’s en Olympische Spelen voor een diversiteit aan winnaars. Met historische namen. Zoals de Cubaan Alberto Juantorena bij de Spelen in Montreal (1976), die de 800 erbij deed als duurtraining voor de 400 meter, maar goud won in een wereldrecordtijd van 1.43,50.

Aan de onvoorspelbaarheid van winnaars heeft Rudisha een eind gemaakt. Hij start, loopt en wint. Zo simpel is dat. Voor Rudisha. Omdat hij er kwaliteiten voor heeft. Verzuring lijkt op Rudisha’s spieren geen vat te hebben. Zelfs niet in de kerkhoffase van de laatste 200 meter.

Rudisha’s eendimensionale strategie heeft een reden. De Keniaan mengde zich als beginnende loper onbekommerd in het gedrang op de 800 meter. En dat beviel hem allerminst. Omdat hij wel eens werd weggeduwd of hinderlijk voor de voeten werd gelopen. Nadat hij in 2009 bij de WK in Berlijn het slachtoffer van strategische spelletjes was geworden en in de halve finales werd uitgeschakeld, nam hij een besluit: van nu af aan loop ik op kop en laat ik niemand passeren; aan mij zijn duivelse strijdplannen niet langer besteed; ik loop en ik win – omdat ik dat kan.

Dat is bijzonder. Héél bijzonder.