In zijn hart is hij een Ethiopiër

E r zitten te weinig uren in een dag. Jos Hermens heeft er aan 24 niet genoeg. Hij is atletenmanager én ex-hardloper én wedstrijdorganisator én vader én echtgenoot én hij jaagt voor allerlei projecten achter sponsoren aan. En o ja, hij is ook nog de spindoctor van de nieuwe president van Ethiopië.

Aan vrije dagen doet hij niet. „Ik werk makkelijk tachtig uur per week. Is helemaal niet zo moeilijk hoor. Als atleet liep ik soms zestig kilometer per dag. Dat heb ik gewoon doorgetrokken naar mijn werk.”

Hij is hier in Londen voor duizend-en-één dingen. Voor de begeleiding van de zeventig atleten uit zijn stal, maar ook voor vergaderingen en sponsormeetings. Hij zeult vanmiddag rond met een enorme rugzak, de drukproef van een fotoboek en een paar spikes voor een Ethiopische atlete.

Zijn atleten hebben tot nog toe zes medailles gewonnen. Dat valt stiekem wel een klein beetje tegen. Vooral het verlies van Kenenisa Bekele op de tien kilometer deed pijn. „Hij had de kans drie keer op rij goud te winnen, maar hij heeft het door zijn vingers laten glippen.” Vierde werd Bekele slechts, ruim achter de Britse winnaar Mo Farrah. Hermens: „Dat is een leuke loper hoor, maar hij heeft niet de klasse van Bekele. De overwinning van Farrah is vooral te danken aan zijn begeleidingsteam. Die Britten hebben er zoveel geld ingestopt, die zijn zó professioneel – daar kunnen de Afrikanen niet meer tegenop.

Hij legt het verschil uit tussen het rijke Westen en de chaos van Afrika. „Farrah heeft talloze fysiotherapeuten, voedingsdeskundigen, trainers en psychologen klaarstaan. En bovendien gebruiken de Britten allerlei medicijnen – voor je schildklier bijvoorbeeld. Farrah gebruikt dertig producten. Het is allemaal binnen de grenzen van de dopinglijst, dus ze doen niets wat niet mag – maar ze winnen er wel overal kleine beetjes mee. Ik kan aan Bekele nog geen multivitamine slijten. Hij denkt dat hij er dik van wordt. En als hij last van zijn achillespees heeft, gaat hij naar een medicijnman die zegt dat hij er honing op moet smeren.” Tel uit je verlies.

Jos Hermens: zijn naam klinkt zo Nederlands als een boterham met kaas, maar in zijn hart is hij Ethiopiër. Eigenlijk al vanaf het moment dat hij Abebe Bikila in 1960 op blote voeten de olympische marathon van Rome zag winnen. Hij komt intussen al dertig jaar in Ethiopië. „Het is een prachtig land, maar het is zó arm. Het land is eerst leeggeroofd door ons – en nu doen de Chinezen het. Nog steeds leven er mensen op dezelfde manier als wij dat twee eeuwen geleden deden.”

Er is eigenlijk maar één man die dat kan veranderen: Haile Gebreselassie. Hermens ontdekte hem als hardloper op z’n achttiende – hij won vervolgens alles wat er te winnen viel. Maar Haile is intussen veel meer dan een hardloper. Hij is zakenman, hij heeft scholen opgericht, hij is de leider van een generatie hardlopers die het land een nieuw smoel heeft gegeven. En als het een beetje meezit, is Haile over een aantal jaren president van Ethiopië. Hermens: „Hij loopt nog een paar jaar door, in september kandideert hij zich als parlementslid en daarna moet hij het goede moment kiezen om voor het presidentschap te gaan. Dat is moeilijk in Ethiopië. Er zijn geen vrije verkiezingen, je hebt te maken met corruptie en allerlei rivaliserende stammen. We zijn bezig met lobbyen – zowel nationaal als internationaal. Zondag zitten we om tafel in Downing Street, onder meer met premier David Cameron. Het is een lange weg, maar het moet. Het zou geweldig zijn als Haile de knop kan omzetten, maar het kan er ook mee eindigen dat iemand een kogel door zijn hoofd schiet.”

Hermens is een idealist. Hij wil de wereld veranderen. Vroeger wilde hij ontwikkelingswerker worden, nu helpt hij mee om Ethiopië te redden. Hij denkt in groot, groter, grootst. Hij wil zoveel. Soms te veel.

In 2006 kreeg hij een burn-out. Het werken, het reizen, al die plannen: zijn lijf trok het niet meer. „Ik voelde me een beetje grieperig en ging op bed liggen – ik ben er vervolgens twee maanden niet meer uit geweest. Ik was zó moe.” Hij probeert tegenwoordig wel een beetje rustiger aan te doen, maar dat lukt niet echt. Er is altijd werk te doen. „Ik heb nog honderd ideeën, maar ik weet wel dat ik ze niet allemaal meer uit kan voeren.” Hij haalt zijn schouders op; hij kan er ook niks aan doen.

Er zitten te weinig jaren in een leven.

Thijs Zonneveld

NRC-sportredacteur Zonneveld ontmoet dagelijks (oud-)sporters en prominenten in Londen.