Hockeycoach: linksom of rechtsom, ’t gaat lukken

Het risicoloze schuifhockey is verleden tijd. De aanpak van bondscoach Van Ass leidde gisteren via een monsterzege naar de olympische finale.

De kleedkamer van de Nederlandse hockeyers, vlak voor hun halve finale tegen Groot-Brittannië. Als Paul van Ass zijn teambespreking begint wordt het stil. De bondscoach leest zijn hockeyploeg het gedicht voor dat zijn vader twee jaar geleden voor hem heeft gemaakt – een dag voordat hij overleed. Het gedicht gaat over „doorgaan, daar waar anderen ophouden”. Als hij de laatste woorden uitspreekt staan er tranen in zijn ogen. Ook veel spelers hebben een brok in de keel.

Kort daarna gaan in de volgepakte Riverbank Arena alle remmen los. In een zelden vertoonde galavoorstelling wordt gastland Groot-Brittannië zoekgespeeld. Nederland wint met 9-2. Tiki-taka-hockey, klinkt het hier en daar. Totaalhockey, zoals het nog nooit is gespeeld door een Nederlandse ploeg.

Paul van Ass deed het altijd al anders. Hij is niet een trainer „die op maandagochtend de pionnen neerzet”, zegt zijn aanvoerder, Floris Evers. „Hij komt altijd met iets nieuws. Je leert veel van hem, als sporter, maar ook als mens. Dit was zo’n moment dat we elkaar aankeken: fuck, die was mooi.”

Hockey is een hartstikke leuk spelletje, maar wie iets wil bereiken heeft meer nodig dan fit worden of strafcorners oefenen. „Ik probeer de dingen altijd in perspectief te zetten”, zegt Van Ass. „Zoiets als dit gedicht verbindt. Dat vind ik mooi. Ik vond dat ik dit moest doen. Als we deze wedstrijd niet hadden gewonnen had ik dat heel, heel, heel erg gevonden voor de groep.”

De sportieve aardbeving van gisteravond en de naschokken die vanochtend nog werden geregistreerd in de Britse media, zijn grotendeels opgewekt door Van Ass. Toen hem twee jaar geleden werd gevraagd de vastgelopen ploeg vlot te trekken stemde hij in, op voorwaarde dat hij ook echt de baas werd. Dat betekende allereerst het einde van het risicoloze schuifhockey dat al een paar jaar het aanzien amper waard was. „Naar dat hockey wil ik op mijn vrije zondag niet kijken”, zegt hij dan. Van Ass stak zijn energie in het creëren van „een aanvallende bende”, met als doel: zoveel mogelijk scoren. Haaks op de internationale trend stopte hij de krachttrainingen en verving ze door snelheidstrainingen. „Hockey is geen krachtsport, het is een behendigheidssport. Dat combineren we met snelheid. En dat betaalt zich ongelooflijk uit.”

De spelers worden gestimuleerd te doen waar ze goed in zijn. Voor velen voelt het als een bevrijding dat Van Ass zijn duim opsteekt als ze vier man passeren. Creatief zijn, pingelen, dat mochten ze vroeger alleen op zaterdagochtend, bij de jeugd. „Hij houdt niet van dat halfhartige hockey”, ontdekte Barry Middleton twee jaar geleden, toen Van Ass zijn trainer was bij HGC. Gisteravond drong het bij de aanvoerder van de Britten pas ten volle door wat Van Ass precies voor ogen had.

Veranderingen zijn nooit voor iedereen leuk, wist Van Ass toen hij bondscoach werd. Hoewel hij vanuit de hockeywereld flink werd bekritiseerd om zijn harde selectiebeleid, waarvan icoon Taeke Taekema het bekendste slachtoffer werd, ging hij meedogenloos door met zijn sanering. Maar wie de cut haalde, voelde zich meer welkom dan ooit. Van Ass: „We zijn daar als groep alleen maar meer verbonden door geraakt.” Het spelplezier spat er weer van af.

Eén uitdaging wacht Van Ass nog: de finale tegen Duitsland. „We moeten ons weer helemaal opnieuw opladen. Maar we zijn nu te ver gekomen om onszelf niet de ultieme beloning te geven. Het gaat lukken, linksom of rechtsom. Nee, ik weet nog niet waar de teambespreking over gaat.”