Column

Het keiharde leven van de sales trader

„Geen enkele vriendin blijft bij je als je er nooit bent. Tenzij ze het natuurlijk prima vindt dat je je afwezigheid compenseert met dure cadeaus.”

Echt een aardige jongen, en scherp. Hij stuurde een e-mail met de belofte van ‘war stories’. Dat viel mee, of tegen, en in plaats daarvan schetste hij een genuanceerd beeld van het leven van een sales trader van midden 20 bij een grote bank in Londen. Als sales trader zit je tussen de beurshandelaren en de klant in, en het is een keiharde wereld.

„Mijn baas, laat ik hem John noemen. Op een dag was hij gewoon verdwenen. Ik was een klusje voor hem aan het opknappen, of eigenlijk voor een van zijn klanten. Dus ik zeg: ‘Waar is John? Waarom beantwoordt hij zijn mails niet?’ Zo gaat het: iemand zit aan zijn bureau, krijgt een telefoontje, staat op en komt nooit meer terug. Soms bellen ze je op, of je hun jas en tas kunt komen brengen? Staan ze buiten het gebouw, en mogen niet meer terug.”

Dat is de cultuur van de financiële wereld. Hij kijkt wel eens naar zijn lichting, een man of dertig. En dan kijkt hij naar de mensen één niveau hoger. Dat zijn er een stuk minder. „Een boel van mijn lichting gaan er binnen nu en twee jaar uit. Het is simpele statistiek.”

Zijn directe collega heeft jonge kinderen. Na een flinke reistijd komt-ie om een uur of half zeven ’s ochtends binnen, en vertrekt weer tussen zeven en acht ’s avonds. „Ik hoor hem met zijn kinderen telefoneren. Dat is zijn contact met ze.” Veel collega’s hebben foto’s van hun kinderen op hun bureau. ‘Zodat ik weet waarvoor ik het doe’, zeggen ze tegen hem.

De meesten zijn working class, superslim en vastbesloten dat hun kinderen naar betere scholen gaan dan zij zelf gingen. „Ze doen het voor hun kinderen, zeggen ze, maar ze zien hun kinderen nooit.”

Hij heeft een vriendin, met wie hij nog niet samenwoont. Ook zij werkt iedere dag tot „stupid o’clock”, zoals ze het noemen. Hun beider werkgevers betalen de taxi wanneer je tot na negen uur doorwerkt. „Dit is vaak het enige moment dat we elkaar spreken. Aan de telefoon in de taxi.”

Hij denkt hier wel over na: „Geen enkele vriendin blijft bij je als je er nooit bent. Tenzij ze het natuurlijk prima vindt dat je je afwezigheid compenseert met dure cadeaus. Maar wat voor relatie heb je dan? Bovendien weet je dan dat ze je dumpt als je je baan verliest.”

Hij studeerde wiskunde, zoals steeds meer mensen op de beursvloer – met alle nieuwe technologie overleef je steeds moeilijker zonder een ‘hoofd voor cijfers’.

Op zijn universiteit liepen bedrijven en banken de deur plat. „Het was een kwestie van de hoogste bieder. En dat waren de banken, met gemak. Ik was tamelijk naïef, had geen idee wat een ‘beursvloer’ eigenlijk is. Maar ik zag het startsalaris, besefte dat ik twintig mille studieschuld had, en daar ging ik.”

Gaat hij het volhouden? „Ik kom totaal ‘wired’ naar buiten, iedere dag. Door alle cafeïnedrankjes, maar vooral door de constante spanning wanneer de markt open is en je permanent ‘in de zone’ moet zijn. Het is heel, heel moeilijk ’s avonds uit die stemming te stappen. Ik merk dat ik in cafés of etalages direct check of ergens een tv met nieuws aanstaat. Het is gewoon onweerstaanbaar. En dan gaan mijn hersens ervandoor: wat voor impact zal dit nieuws hebben op de markten, en binnen mijn niche?”

Hij zegt: „Ik doe het nog een paar jaar; dan heb ik genoeg geld voor een huis buiten Londen, en word ik leraar.”

Zie ook het blog guardian.co.uk/ bankingblog.