Heidegger en Hegel zijn de zwaarste kost

Het grapje dat men op de universiteit alleen met Sein und Zeit rondloopt om de beamer te stutten, zullen Emily Colette Wilkinson en Garth Risk Hallberg waarschijnlijk wel kunnen waarderen. Het filosofische meesterwerk van Martin Heidegger is volgens de twee drijvende krachten achter de literaire blog The Millions namelijk een van de ‘tien moeilijkste werken uit de wereldliteratuur’.

Wilkinson en Hallberg kunnen zich die uitspraak permitteren na drie jaar ‘onderzoek’, waarvan de resultaten deze week op de website van The Bookseller werden gepresenteerd. Hallberg over Sein und Zeit: „Heidegger blijkt het op veel punten bij het rechte eind te hebben, maar de abstractie en veelzijdigheid van zijn boek zorgen ervoor dat veel van zijn ontdekkingen goed bewaarde geheimen blijven.”

Ook Hegels Phänomenologie des Geistes is in de lijst opgenomen. „Moeilijk leesbaar, maar nog moeilijker om te onthouden”, aldus Wilkinson. De rest van de lijst is literairder met Djuna Barnes (Nightwood), Jonathan Swift (A Tale of a Tub), Virginia Woolf (To The Lighthouse), Samuel Richardson (Clarissa, or, the History of a Young Lady), Gertrude Stein (The Making of Americans) en Joseph McElroy (Women & Men). En natuurlijk staat James Joyce erin, niet met de usual suspect Ulysses (zo ongeveer het enige boek waar doorgaans met trots over wordt gezegd dat het onleesbaar is), maar met Finnegans Wake. Het epische gedicht The Faerie Queene (waarover Hallberg opmerkt: „I forgot the plot even while I was reading”) van Edmund Spenser voltooit de lijst.

Het ziet ernaar uit dat Wilkinson en Hallberg eerst de Britse en Amerikaanse literatuur aan hun onderzoek hebben onderworpen en toen met de leesbril naar Duitsland zijn verhuisd. Tussen Engeland en Duitsland ligt nog een landje. Zou daar ook veldonderzoek verricht zijn? Zo ja, dan lezen ‘we’ in elk geval lekker weg. Tip voor de badgast op zoek naar lichte kost: leest Nederlandsche waar!