Dank, Lady Anky

Sjef Janssen zei dat hij de jury van de olympische dressuurfinale wel had willen doodschieten. Naar zijn moordlustige mening was Adeline Cornelissen goud ontnomen.

Thuisvoordeel.

Dood met de kogel: je denkt aan Helmond Sport en FC Dordrecht, maar niet aan Olympische Spelen. Waar de superieure moraal heerst van idyllisch amateurisme, zij het uiteraard in volle hypocrisie. Maar toch: Sjef had ineens niets meer met olympische rekenkunde. Dood aan de ringen!

Wel mooi.

Adelinde zat prachtig op haar paard. Zo prachtig dat ik dacht: meisje, snoer je voor het leven zadelvast; laat de grond de grond; hoger dan je bent, kun je niet komen. Maar dat lukt dus niet na een olympische medaille. Want: Mart Smeets wacht. Vooralsnog geen paladijn van Murdoch, maar wel alreeds gepofte slagader van de olympische industrie, inclusief nationalistische pakhuizen. Wielrennen, voetbal, pingpong, beenharsen… you name it.

La vie, tout court.

Anky van Grunsven huilde bij Mart. Ik dacht meteen: laat dat nou niet toe in de broosheid van een achterwaarts leven. Laat die camera effe een andere hoek maken. Ook al omdat minister Edith Schippers naast haar zat. Edith wie? Mombakkes van rechts, van Rutte en plastic. Zo er iets olympisch aan deze dame zou zijn, dan wel hooguit haar trapezeachtige gestifte lippen.

Lippen op horden, zeg maar. Aan die trog van hemel en aarde kan een beschaafd en wellustig mens niet drinken. Wat een aanstellerig nihil! Wat een miserabele luchtbel, die Schippers.

En dus werd Anky toch weer meer diva dan ze was.

Als amazone heeft ze het gehad. Maar wat een carrière, wat een atletische en poëtische schoonheid. Met hoed. Toch: altijd gingen alle egards naar haar paarden, naar Bonfire en Salinero. Meer nog dan naar haar haar man, Sjef. Paarden waren het anker. Zelf zei ze ooit dat ze in de hals van paarden emoties vond die de mens niet kan bieden.

Tsja… paardenvolk en het Hogere.

We hebben Kromo, hockeyvrouwen, zeilers – zij zijn wij. In de olympische galerij der nationale verbeelding is Anky daarentegen een overjarige oma die iets lekkers tussen de benen wil.

Pastiche.

Relict met overjarige passie: blasfemie.

Het drama van paardensport is dat het te ver teruggaat in de geschiedenis. Wat zou een koningshuis zonder paarden zijn?

Als geen ander heeft Anky van Grunsven het paard geëmancipeerd. Piaffe, dans, surplace… de hele carambole van een mensenleven op ritme en muziek.

Onder hoefslag.

Anky is een rolmodel. In de schemer van een pretentieloos stalvrouwtje dat nog weet wat liefde is. Wars van wereldse uitstraling. Doofstom voor jumpingvolk in Amsterdam en omstreken. Voor CDA-plebs in hun nauwelijks verholen affairistische pastiche.

Anky straalt een andere lach. Waarvoor dank.

Zij piekert over de rug van een paard, niet over geld en prestige. Romantisering is haar vreemd. „Dressuur is altijd een bokswedstrijd, het gaat tussen ruiter en paard. Op leven en dood.”

Ik weet dat het een bevelschrift is van Sjef: amazones zijn ten diepste ondergeschikt aan paard en discipline. Tevergeefs, Sjef: in de rug van Anky is geen enkel bevel gekropen.

Krimp noch kwab.

Spijker van haar alleen.

Gisteren, bij Mart Smeets, lachte ze het hele tandvlees bloot. Toch jammer. Anky en haar paard Salinero moeten vooral mysterieus en ontoegankelijk blijven. Standbeeld op standbeeld.

Het kwalijke van Olympische Spelen: alles wordt ineens naakt en familiair. Ook daarom buig ik voor Anky, voor haar gratie en mysterie. Voor haar eenzaamheid. Voor tranen die ze nooit heeft laten zien.

Alsof ze er niet waren.

Thanks, Lady!