Apple of Samsung, wie ziet het verschil?

Apple en Samsung ruziën deze maand in de rechtszaal om patenten. Want wie iets moois bedenkt, wil het beschermen.

Niemand die eraan denkt bij het aanzetten van zijn smartphone. Maar elk onderdeel, elk technisch handigheidje van dit apparaat is vastgelegd.

Neem de iPhone. Het apparaat ontgrendelen door over een balkje te vegen met je vingers. Ligt vast. De balk met apps onderaan het scherm. Ligt vast. Het scherm dat merkt of je één of meerdere vingers gebruikt. Ligt vast.

Maak een iPhone maar eens open. Een klein stratenplan aan chips, perfect gerangschikt. Een binnenkant tot op de millimeter volgepropt met technologie: geheugen, processor, gps. Technologie, die met elkaar praat zodat wij kunnen wat we kunnen met onze smartphone. Hoe al deze kleine onderdelen met elkaar praten ligt vast. In patenten, die tot twintig jaar geldig blijven.

Een aantal van deze patenten is de inzet van een grote rechtszaak tussen Samsung en Apple die vorige week begon in een federale rechtbank in San José, Californië. De twee tech-bedrijven vechten al meer dan twee jaar over verschillende patent- en modelrechten in allerlei landen. De rechtszaak in de VS is de grootste tussen de twee bedrijven tot nu toe. De zaak, waarbij een jury uitspraak zal doen, zal naar verwachting nog tot eind deze maand duren.

Een normaal mens kan een Samsung-tablet niet meer van een iPad onderscheiden, vindt Apple. Het bedrijf wil dat Samsung zijn smartphones en tablets uit de winkels haalt. Samsung zegt op zijn beurt dat Apple zijn patenten gebruikt in de iPhone, onder meer in de manier waarop de iPhone verbinding maakt met internet. Beide bedrijven eisen van elkaar bedragen, die in de miljarden dollars lopen.

De zaak is nu bijna twee weken bezig en bijna elke dag komt er wel een sappig detail naar buiten. Zo kwam het advocatenteam van Apple met een intern document van de salesafdeling van Samsung. Hierin stond dat opvallend veel kopers van de Samsung Galaxy Tab 10.1-tablet bij de Amerikaanse winkel Best Buy hun product teleurgesteld terugbrachten. Ze dachten een iPad 2 te hebben gekocht.

Allemaal leuk en aardig, maar in de rechtbank van San José draait het maar om één ding. Het verdelen van de buit. En Apple en Samsung zijn niet de enige die hierop azen. Ook andere tech-bedrijven bestoken elkaar de laatste maanden met rechtszaken. Niet onlogisch: een patentoorlog hangt doorgaans samen met een nieuwe, grote uitvinding en met tablets en smartphones is nu veel geld te verdienen. Samsung verkocht het afgelopen kwartaal wereldwijd 50 miljoen smartphones; Apple 26 miljoen iPhones. Apple verkocht het afgelopen kwartaal 17 miljoen iPads tegen 2,4 miljoen tablets voor Samsung. Beide bedrijven maken elk kwartaal miljardenwinsten. Samsung: 4,8 miljard euro. Apple: 7,2 miljard euro.

Op veel begrip hoeven de bedrijven niet te rekenen. Miljoenen aan advocatenkosten, smartphones die straks misschien uit de winkels worden gehaald, hogere prijzen voor consumenten. Zelfs rechter Annabelle Bennett schudde het hoofd tijdens de Australische rechtszaak tussen Samsung en Apple. Volgens haar moesten de twee bedrijven het onderling regelen. „Dit proces is belachelijk”, zei ze tijdens de zitting.

Maar dit hoort erbij, zeggen deskundigen in patentrecht. Dit is de keerzijde van het octrooisysteem. „Een rechtszaak als deze is business as usual”, zegt hoogleraar industrieel eigendom Dick van Engelen van de Universiteit Utrecht. „Deze zaak krijgt toevallig veel aandacht, omdat het aansprekende bedrijven zijn. In andere sectoren komt het veel vaker voor.”

Want wie iets moois bedenkt, wil het beschermen. Dat is het idee achter de patenten: wie iets uitvindt moet de investeringen kunnen terugverdienen. Een uitvinding wordt gedeeld met de rest van de wereld in voor iedereen toegankelijke patenten. Met in ruil daarvoor het exclusiviteitsrecht op de uitvinding voor de komende twintig jaar. Uitvinders worden zo tegen het stelen van hun idee beschermd, de rest kan inspiratie opdoen door andermans plannen te bestuderen.

Zo verdienen farmaceutische bedrijven jarenlang onderzoek naar een nieuw medicijn terug. Maakt iemand het medicijn na, dan zien beide partijen elkaar in de rechtszaal terug: de plek waar het patent uiteindelijk wordt beschermd. Maar bij elektronicabedrijven komt het meestal zo ver niet. De bedrijven zijn concurrenten maar hebben elkaar ook nodig, waardoor ze onderling vaak wat regelen. Jij mag mijn patent gebruiken, als ik het gebruiksrecht van jouw patenten daarvoor terugkrijg.

Wie veel patenten heeft, bepaalt hoe het spel wordt gespeeld. Toen Google vorig jaar Motorola kocht, deed het dit mede vanwege de tienduizenden telecompatenten die Motorola bezat. Een consortium van onder meer Apple en Microsoft betaalde 4,5 miljard dollar voor de patenten van het failliete softwarebedrijf Nortel. En deze week is de veiling van de patenten van het failliete fotobedrijf Kodak begonnen. Apple en Google bieden mee: wie weet komt het nog van pas. Smartphones zijn ook camera’s.

Wie veel patenten heeft, kan goed verdienen door de toegang ertoe te verkopen. Philips, de Nederlandse kampioen patentaanvragen heeft op deze manier nog altijd veel plezier van de patenten die het aanvroeg rond de cd, dvd en ledverlichting.

Maar Apple kiest een andere weg. Het bedrijf is te gehecht aan zijn uitvindingen om ze zomaar met de rest van de wereld te willen delen. Dat zien we nu in de rechtszaal: Apple doet niet aan deals, Apple wil beschermen. „Apple zette de standaard voor de smartphone”, zegt hoogleraar Van Engelen. „Daar wil het nog tien jaar lol van hebben.”

Met als voordeel dat de concurrent op achterstand kan worden gezet. Een overwinning betekent dat Samsung vertraging oploopt in het ontwerpen van nieuwe, concurrerende producten. Door het via de rechter uit te vechten, kan Apple de concurrentie vertragen.

Apple is nou eenmaal geen Philips, weet iedereen die zich de uitspraken van Apple-oprichter Steve Jobs nog herinnert. Honderden Apple-patenten stonden er op zijn naam. Jobs had persoonlijk zelfs het modelrecht op de glazen trappen in de Apple-winkels. Dat moest van Apple blijven. En Jobs wist dat andere partijen aasden op zijn ontwerpen. Toen hij in 2007 de eerste iPhone introduceerde, sprak hij de woorden: „... and boy, have we patented it!”

Jobs hield van patenten. Niet om ze te delen, maar om anderen te verbieden om Apple-producten na te maken. „We kunnen toekijken hoe concurrenten onze uitvindingen stelen, of we kunnen er iets aan doen”, zei hij. „We hebben besloten er iets aan te doen.”