Zwemmer droomt van voetbal

E r staat een zwemmer in de spelerstunnel van Arsenal. Hij kijkt naar het veld dat voor hem ligt, schudt zijn spieren los en klopt zichzelf op zijn dijen. Het lijkt net echt. Heel even is Nick Driebergen voetballer.

Mooi hoor, die Olympische Spelen. En zwemmen is een hartstikke fijne sport. Maar Driebergen was liever profvoetballer geworden. „Dat geef ik meteen toe. Toen ik zeven was, beloofde ik mijn moeder een huis in Milaan. Kon ze naar me komen kijken als ik bij AC Milan zou spelen.”

Er kwam iets tussen. Grasallergie. Is nogal een handicap voor een voetballer. Hij besloot te gaan zwemmen – en goed ook. Nu heeft hij schouders maat kleerkast, is hij rugslagzwemmer van beroep en prijkt er een tattoo met olympische ringen op zijn buik.

Driebergen hikt al jaren tegen de wereldtop aan. Hij snakt ernaar finales te zwemmen. Hier in Londen was hij er zó dichtbij, maar weer haalde hij het niet. Op de 100 meter rugslag kwam hij zevenhonderdste tekort, op de 200 meter tweehonderdste. Hij beseft het nog niet, zegt hij. „De klap komt straks pas, als ik thuis op de bank zit en me realiseer hoe dichtbij ik was.”

We worden samen met een pelotonnetje andere toeristen rondgeleid door het Emirates Stadium. De gids heet Kenny Samson, oud-voetballer met een bierbuik. Hij schijnt een Arsenal-legende te zijn, maar Nick en ik hebben nog nooit van de beste man gehoord.

Als zwemmer kun je eigenlijk maar op één manier goed geld verdienen: door medailles te winnen op de Spelen. Maar Driebergen vreest dat dit hem nooit gaat lukken. „Ik zwem 53,6, de toppers 52,9. Vier jaar geleden feestte ik er nog op los; toen zat er nog rek in. Als ik nu in een jaar twee keer uitga, is het veel. Ik heb er vier jaar alles aan gedaan. Nog eens zeventiende ‘dicht zwemmen’ is onmogelijk. Ik heb me er al bij neergelegd dat een medaille er niet inzit. Het klinkt misschien raar of nonchalant dat ik dat zeg, maar het is wel de realiteit.”

In de fanshop koopt hij een Arsenal-shirt. Hij laat zijn naam op de achterkant printen. De rest van de dag loopt hij rond met Nick en nummer zes op zijn rug. De shirtkleuren zijn volgens hem perfect: wit-rood-wit.

Driebergen steekt zijn persoonlijke voorkeur niet onder stoelen of banken: „Ajax-supporter. Altijd geweest.” Hij kijkt elke wedstrijd. „Ook als ik op trainingskamp in het buitenland ben; dan zoek ik een of andere illegale live stream op. Voetbal is mijn ontspanning; ik kan er de hele week naartoe leven. Doordeweeks train ik mezelf suf; in het weekend kijk ik voetbal. Mooi man.”

Die droom van profvoetballer is intussen vervaagd. Voor de toekomst heeft hij plannen genoeg. Het zwemmen beter verkopen, een nieuwe ploeg opzetten. In andere landen gaat veel meer geld om in het zwemmen, dat moet in Nederland ook kunnen, denkt hij. Zijn ogen lichten op. Wie weet, komt dat huis in Milaan er toch nog.

NRC-sportredacteur Zonneveld ontmoet dagelijks (oud-)sporters en prominenten in Londen.