Youp medicijnen uit laten delen? Dat kost pas echt mensenlevens

In het universum van Youp van ‘t Hek verdient iedereen de beste zorg. Maakt niet uit wat het kost. En daarom scheldt hij het college dat adviseert over het verdelen van het zorgbudget uit voor “lafbekken en schaamteloze aso’s”. Gelukkig verdeelt de volgevreten volkskomiek zelf niet de koek: dan zouden honderdduizenden patiënten opgeofferd worden voor een kleine, tranentrekkende minderheid.

In het universum van Youp van ’t Hek verdient iedereen de beste zorg. Maakt niet uit wat het kost. En daarom scheldt hij het college dat adviseert over het verdelen van het zorgbudget uit voor “lafbekken en schaamteloze aso’s”. Gelukkig verdeelt de volgevreten volkskomiek zelf niet de koek: dan zouden honderdduizenden patiënten opgeofferd worden voor een kleine, tranentrekkende minderheid.

De aanleiding van Youps emotionele uitbarsting in zijn zaterdagcolumn is het uitgelekte advies van het College voor zorgverzekeringen (CVZ). Dat komt in twee conceptrapporten (1, 2) tot de conclusie dat de behandeling van een bepaalde groep Fabry- en Pompe-patiënten qua kosteneffectiviteit “buitengewoon ongunstig” is. Veel van deze patiënten moeten meer dan veertig jaar behandeld worden voor een overlevingswinst van twee jaar. De kosten liggen per patiënt tussen de 0,4 en 0,7 miljoen euro per jaar.

Dit gaat dus niet om “de plicht om de levens van de zieken te redden”, zoals Youp suggereert, maar om de vraag of dat geld niet beter besteed kan worden. Bijvoorbeeld aan het bestrijden van kindersterfte, de behandeling van kankers of het vergoeden van nieuwe heupen.

Ja, dat is een rekensom, maar uit de conceptrapporten blijkt dat het college bestaat uit allesbehalve kille mathematici. Weliswaar werken de adviseurs met QALY (een maat waarin de gewonnen levensjaren en de kwaliteit daarvan wordt uitgedrukt), maar daar tegenover staat het consulteren van medisch specialisten, zorgverzekeraars, ziekenhuizen, patiëntenverenigingen, de farmaceutische industrie en universiteiten. Helaas zijn hun adviezen niet in het rapport meegenomen, want voortijdig uitgelekt. Maar hoe zorgvuldig zulks er in de praktijk aan toegaat kunnen we zien in de documentaire The Price of Life van de Britse journalist Adam Wishart.

Wishart staat er niet onbevangen in. Hij verloor zijn vader aan kanker. Maar uiteindelijk komt hij tot de conclusie dat het peperdure kankermedicijn Revlimid uit het zorgpakket moet. Dat vergoeden is simpelweg niet eerlijk tegenover alle andere patiënten. Op deze schaal gaat het om de levenskwaliteit van de natie, niet om enkele individuen. Dit soort moeilijke afwegingen vormen de kerntaak van het CVZ. En over die kerntaak zegt Youp: “Over sommige zaken moet je, zeker als gezond mens, je bek houden.”

Jan Bennink, columnist van De Volkskrant, maakt het nog bonter. “De laatste keer dat in Nederland de doodstraf werd voltrokken was op 21 maart 1952. Toen kregen de Duitser Wilhelm Albrecht en de Nederlander Andries Pieters de kogel. Nu 60 jaar later dreigen er opnieuw mensen ter dood te worden veroordeeld. Niet door een rechter, maar door een eminent college, het College voor zorgverzekeringen.” Goed bedoeld natuurlijk, maar zoals grote denkers in het verleden al waarschuwden: ‘The road to hell is paved with good intentions.’

Toch kan het geen kwaad om na te denken over vluchtroutes voor mensen met zeldzame ziektes die peperdure medicijnen nodig hebben. De verontwaardiging over het CVZ-advies is dusdanig dat er ongetwijfeld miljoenen euro’s op te halen zijn in het particuliere circuit. Het spreekt voor zich dat we als eerste het grachtenpand van Youp gaan veilen. Daarna kunnen we met de collectebus langs alle reaguurders die het zo hartgrondig met hem eens zijn. Of maak er een verkiezingsthema van: fysiotherapie en kaakchirurg uit het zorgpakket, peperdure doch nauwelijks effectieve medicijnen erin.

Lees ook:
Half miljoen euro voor ziektebed tachtigjarige. Is dat het waard?
Wat kost die nier van jou?
Lof voor Levenseindekliniek. ‘In VS sterven dieren humaner dan mensen’
Eeuwelingen worden een normaal verschijnsel. Geen reden tot feest