Wij kijken niet door een bezuinigingsbril

Terwijl zijn advies over dure medicijnen voor flink wat commotie zorgde, zweeg Arnold Moerkamp. Nu wil hij toch echt iets kwijt.

Redacteur Zorg

Amsterdam. Zaterdag werd Arnold Moerkamp in NRC Weekend door Youp van ’t Hek uitgemaakt voor ‘schaamteloze aso’. Politici, brievenschrijvers en andere commentatoren spreken al een week schande van het uitgelekte conceptadvies van zijn College Voor Zorgverzekeringen (CVZ). Daarin staat dat de dure medicijnen voor de zeldzame ziektes van Pompe en Fabry (twee tot zeven ton per jaar) voor sommige patiënten niet effectief zijn. En dat ze dus niet thuishoren in het basispakket voor zorgverzekeringen.

Arnold Moerkamp is voorzitter van het CVZ. Hij was tot eind vorig jaar plaatsvervangend directeur-generaal op het ministerie van VWS. Terwijl de discussie vorige week oplaaide over kosten en keuzes in de gezondheidszorg, zweeg hij. Maar nu wil hij toch echt wat zeggen.

Eerst dit: het advies over de twee dure medicijnen is voortijdig uitgelekt. „Onze consultatie met artsen, patiënten, fabrikanten en verzekeraars is net afgerond. Pas in september, nádat onze Adviescommissie Pakket zich heeft gebogen over het advies, brengen we het definitieve advies uit aan de minister. Maar een van de betrokken partijen heeft nu gelekt, dat is vervelend.”

U doet gewoon uw werk?

„Ja. Het CVZ is er om nieuwe medicijnen en behandelingen te beoordelen op effectiviteit. En om te kijken of de kosten wel in balans zijn met wat de behandeling oplevert voor de patiënt. Het is de gewone burger die de zorg betaalt. Het is dus van belang dat een onafhankelijke instantie beoordeelt wat er met geld van burgers vergoed wordt en wat niet. En nee, wij kijken niet door een bezuinigingsbril. Maar we adviseren wel binnen de notie dat het beschikbare geld zo goed mogelijk besteed moet worden.”

De reacties op het conceptadvies waren heftig. Patiënten met de spierziekte van Pompe vertelden dat ze zullen sterven als het medicijn niet meer vergoed wordt.

„De commotie heeft me niet verbaasd, omdat het om kwetsbare mensen gaat. Het moment heeft me wel verbaasd. Het is geen goede tijd, vlak voor de verkiezingen, om deze specifieke discussie te voeren. Politici roepen dat het een schande is, dat een kleine groep patiënten (150) met een zeldzame ziekte vanwege hoge kosten wordt gedupeerd. Maar het gaat niet om de kosten als zodanig. Uit de klinische studies die wij hebben bekeken, blijkt dat het medicijn voor een specifiek deel van de patiëntengroep [de mensen met niet-klassieke Pompe] te weinig doet. Het ís voor die patiënten niet levensreddend.”

Patiënten zeggen dat ze er baat bij hebben. Dat hun spieren niet meer verslechteren.

„Ook als het middel niet zo duur zou zijn, kun je je afvragen of het vergoed moet worden. Want het is niet effectief en dáár kijken wij naar.” [Uit het onderzoek blijkt onder meer dat oudere patiënten maar een paar maanden langer leven als ze jarenlang het medicijn gebruiken. Baby’s, die wel de klassieke vorm hebben van de ziekte van Pompe, overlijden dankzij het medicijn pas na hun derde in plaats van na hun eerste levensjaar.]

U steunt de redenering achter het advies nog steeds. Wat wilt u?

„Ik wil discussie over de stijgende kosten in de zorg als geheel. Als we als samenleving onze kop in het zand steken, volgen er op termijn keiharde ingrepen: de eigen bijdrage van patiënten zal fors omhoog moeten of er zal een onherroepelijke verschraling van het basispakket komen.”

Hoe komt die stijging?

„Slechts 1 procent wordt veroorzaakt door de vergrijzing. De rest van de stijging komt door innovaties die altijd tot meer kosten leiden, nooit tot minder. En doordat het systeem artsen en ziekenhuizen beloont als ze dingen doen als opereren of uitnodigen voor een consult. In plaats dat ze worden beloond voor het resultaat.”

Noem eens een resultaat.

„Een jonge motorrijder die valt en zijn heup verbrijzelt, moet natuurlijk een nieuwe heup krijgen zodat hij weer kan leven. Maar een dementerende vrouw van 85 jaar die haar heup breekt? We weten dat het na zo’n breuk bergafwaarts gaat met oude mensen, meestal overlijden ze binnen negen maanden. Toch krijgen zij een heup. Terwijl de arts voor die patiënt meer kwaliteit zou leveren – een beter resultaat – als ze negen maanden liefdevolle verzorging krijgt.”

Wat kan de patiënt zelf betalen?

„Er zijn veel mogelijkheden om het basispakket te versoberen. Daar moeten we als samenleving keuzes in maken. Overbodige zorg kan eruit. ”

Een ruggeprik, die steeds meer vrouwen krijgen omdat ze opzien tegen barenspijn?

„Je kunt je afvragen of dat vergoed moet worden. We kunnen niet zeggen: de ruggeprik zit niet meer in het basispakket. Dat is te grof, soms is die medisch nodig. Maar niet altijd.”

Taxivervoer?

„Dat is geen zorg. Het is vervoer. Maar het wordt betaald uit het basispakket. Ook daarvan kun je zeggen: niet vergoeden. Betaalt u het zelf maar. Net als de anticonceptiepil voor jongeren. Dat is geen zorg.”

En goedkope middelen voor lichte kwalen?

„Die zouden mensen zelf kunnen betalen. De behandeling van een schimmelteen wordt vergoed. Van zo’n teen hebben mensen niet zo’n last. Dat zou men ook zelf kunnen betalen.”

Vindt u dat één extra levensjaar, van goede kwaliteit, hooguit 80.000 euro zou mogen kosten, zoals de Raad voor Volksgezondheid en Zorg in 2007 stelde?

„Wij vinden dat het bedrag een goed richtsnoer kan zijn voor artsen en ziekenhuizen. Zodat ze wat kostenbewuster werken. Zo’n norm zou ook goed zijn om fabrikanten te dwingen medicatie zo goedkoop mogelijk op de markt te brengen. Toch kan 80.000 euro per gewonnen levensjaar geen absolute norm worden. Een goed extra levensjaar kost soms nu eenmaal meer. Als we die norm hanteren, zouden de medicijnen voor Pompe onmiddellijk vervallen voor álle patienten, want die kosten een veelvoud daarvan per jaar. ”