'Wie je voert is je vriend'

Zangeres/actrice Ellen ten Damme treedt op met een tamme babyekster, Arie. Hij is het ideale huisdier voor een rondreizende artiest. „Arie is altijd bij me.”

De camper van Ellen ten Damme is verreweg de grootste behuizing onder de caravans en tenten die de camping van de Parade in Utrecht uitmaken. Binnen zijn de banken bedekt met oude kranten. „Want hij poept echt overal”, zegt de 44-jarige zangeres/performer/actrice Ten Damme, terwijl haar nieuwe kameraad actief door de camper vliegt, hipt en fladdert, steeds op zoek naar actie en menselijk contact. Het is een ekster van een paar weken oud, die de artieste ‘Arie’ heeft gedoopt.

Arie is niet Ten Dammes eerste huisdier – vroeger had ze honden en katten, vertelt ze. Maar het bestaan van de artiest, altijd maar onderweg in auto’s of vliegtuigen, verdraagt zich moeilijk met het houden van een viervoeter. Een ekster daarentegen laat zich eenvoudig in een plastic kattenmandje meenemen.

Zeker is er dan altijd de mogelijkheid dat Arie de wijde wereld invliegt, zijn bazinnetje achterlatend. Tot op heden is daar geen sprake van, constateert Ten Damme: „Hij is altijd bij me. Zelfs als er andere eksters in de buurt zijn, schijnen die hem in het geheel niet te interesseren. Andere wezens zijn kennelijk niet belangrijk voor hem. Wie je voedert is je vriend – net een mens.” Ten Damme twijfelt trouwens aan Aries overlevingskansen in de vrije natuur. „Omdat hij in zijn eentje opgroeit – het duurt wel twee jaar voordat een ekster volwassen is – heeft hij weinig kans om in de rangorde van eksters status te verwerven. Hij moet onder eksters onderaan de ladder beginnen.”

Met één aspect van de sociale stratificatie in de eksterwereld is Arie in de camper inmiddels druk bezig: kijken of er iets te pikken valt, liefst iets glimmends, en dat dan ergens verstoppen. „De beste ekster is degene die de meeste spullen afpakt en bewaart”, legt Aries bazinnetje uit. „Kijk eens wat ik allemaal heb! Leuk voor later.” Hup, daar gaat de dop van mijn ballpoint, nadat Arie eerst in de blocnote heeft staan pikken in een poging mijn schrijven te imiteren. „Thuis op de woonboot kan ik nooit meer ergens ringen laten liggen”, zegt Ten Damme. „Hij ziet eerder dan ikzelf of er ergens een knoop loszit.”

Aan Aries status als huisdier ligt geen weloverwogen keuze ten grondslag. „Hij is er nou eenmaal.” Ten Damme vond hem, uit het nest gevallen, op een dag in de buurt van haar woonboot op de weg en nam hem mee naar huis voordat hij door een kat zou worden opgegeten. „De Romeinen gebruikten eksters als een soort van waakhond”, weet Ten Damme. Inderdaad vertoont Arie een duidelijke voorkeur voor zijn bazinnetje, dat ook een trucje heeft gevonden om hem geluid te laten maken. Nog niet het karakteristieke gekwetter van eksters, daar is Arie te jong voor, maar een merkwaardig schurend geluid.

Met zijn razendsnelle, onverwachte bewegingen en acties eist Arie in de camper vrijwel alle aandacht op. Met moeite brengen we het gesprek nog even op Ten Dammes recente album Het regende zon, na Durf jij? haar tweede met uitsluitend Nederlandstalige nummers. Er staan teksten op van de dichter Ilja Leonard Pfeijffer – die ook het grootste deel van Durf jij? schreef – maar ook van Remco Campert en Harry Mulisch. En van Ten Damme zelf, die zich na vele jaren Engelstalig repertoire tot het Nederlands lijkt te hebben bekeerd.

„Het is niet zo makkelijk om bij het componeren Nederlands echt te laten klinken”, vindt ze. „Maar ik wil dat het ergens over gaat, met minder uiterlijkheden en overbodige franje. Ik wil geen onzin brengen, maar welgemeend de kern raken. Dat is de leeftijd.”

Arie hipt inmiddels al geruime tijd heen en weer tussen het hoofd van de verslaggever en de schouder van de geïnterviewde. „Als hij te weinig aandacht krijgt gaat hij irritant doen”, zegt Ten Damme. „Gelukkig slaapt hij ’s nachts, dan steekt hij zijn kopje tussen zijn veren. Dat is ook het enige moment van de dag dat je hem kunt aaien.”

Ten Damme geeft Arie een rol in haar optreden op de Parade. Ze schreef een liedje over hem: Arie, de nepkanarie. En ze laat hem los in haar kleinezaalvoorstelling Thuis bij Ellen. „Ik sta op, kleed me aan, zit op de bank, doe de afwas, zing verzoeknummers”, legt Ten Damme uit. „Een beetje vrij, en geïmproviseerd. Het is de ene keer leuker dan de andere. Arie gaat op hoofden zitten, loopt over de keyboards, zet computers aan en uit. Hij is soms heel vervelend, maar never a dull moment.”

„Toch ben ik wel bezorgd dat hij op een dag zal zeggen: doeg, ik ga ervandoor”, bekent Ten Damme. „Het zal wel een keer gebeuren, maar je weet niet wanneer.” Voor het geval dat draagt Arie aan zijn pootje een geel houdertje met haar telefoonnummer.

‘Thuis bij Ellen’ is van 19 t/m 22 augustus te zien op festival de Parade in Amsterdam.