'Weg met dat Turkse homotaboe'

Mustafa Ayranci, bestuurslid van de PvdA in Amsterdam, schrok ervan dat Turkse deelnemers aan de Gay Pride zijn bedreigd. „Dit kunnen wij toch niet tolereren?”

Verscheidene opvarenden van de Turkse boot die zaterdag deelnam aan de jaarlijkse Canal Parade van Gay Pride, zijn bedreigd, waarschijnlijk door Turkse Nederlanders. Mustafa Ayranci, voorzitter van de Turkse Arbeidersbeweging Nederland, probeert het taboe rond homoseksualiteit onder Turkse Nederlanders al jarenlang te doorbreken. In 2008 kende het COC hem de Bob Angelo-oorkonde toe voor zijn „voorbeeldige inzet” voor de homo-emancipatie. Ayranci is ook bestuurslid van de PvdA in Amsterdam.

Wat dacht u toen u hoorde dat opvarenden van de Turkse boot zijn bedreigd?

„Ik dacht: wat erg. We leven in Amsterdam, een wereldstad. Dit kunnen wij toch niet tolereren? De bedreigingen getuigen van wereldvreemdheid en gebrek aan respect.”

U achtte zoiets ondenkbaar?

„Ik weet dat homoseksualiteit gevoelig ligt in Turkse kring, omdat ik al sinds 1999 bijeenkomsten over het onderwerp organiseer voor onze achterban. Turken begrijpen vaak niet waarom het nodig is erover te praten. ‘We hebben genoeg andere problemen’, zeggen ze dan. ‘Waarom juist dit?’ Ik leg hun uit dat ze respect moeten tonen en solidair moeten zijn. Want wat als hun zoon homo blijkt te zijn of hun dochter lesbisch?”

Hebben oudere Turken meer moeite met homoseksualiteit dan jongeren?

„Nee. Ouderen willen het er niet over hebben, maar de jonge generatie bijt zich vast in het onderwerp, op een agressieve manier. Jonge Turken vinden homo’s ‘vies’ omdat ze al vanaf hun kindertijd worden geïndoctrineerd door de Turkse media. Als je via de Turkse tv hoort dat een homo op straat is neergestoken vanwege eerwraak – iets wat met regelmaat gebeurt in Turkije, vooral op het platteland – ga je er aan wennen. Ik herinner mij dat de Turkse minister van familiezaken enige tijd geleden verkondigde dat homoseksualiteit een ziekte is. Dat soort uitlatingen dringt dagelijks door in de Nederlandse huiskamer.”

Het vergt, kortom, veel moed om op zo’n boot te gaan staan.

„Ja. Maar alleen zó kun je het taboe op homoseksualiteit doorbreken: door strijd te leveren. Om vrijheid te verwerven moet je soms een hoge prijs betalen.”

Turkse homo’s en lesbiennes voelen zich niet vrij?

„Ze durven vaak niet voor hun geaardheid uit te komen. De sociale druk is te groot.”

U probeert daar met uw bijeenkomsten verandering in te brengen. Heeft u het gevoel dat u vooruitgang boekt?

„Absoluut. Er wordt nu over homoseksualiteit gepráát, dat is al heel wat. Ik herinner me dat wij in die eerste jaren Tania Barkhuis (directeur van COC Amsterdam) uitnodigden. Ze ging voor vierhonderd mannen staan en zei: ‘ik ben lesbisch, ik wil met jullie in discussie’. Dat veroorzaakte veel rumoer, ik was ontzettend trots op haar. Tegenwoordig probeer ik ook te bemiddelen tussen Turkse homo’s en hun ouders. ‘Als jullie je kind niet accepteren wordt het depressief’, zeg ik. Dat maakt indruk.”

U had het over eerwraak in Turkije. Kent u gevallen van eerwraak jegens homoseksuelen in Nederland?

„Nee. Maar ik sluit niet uit dat het er ooit van komt. Als het daar kan gebeuren, waarom niet hier?”

Vindt u dat de Nederlandse overheid voldoende doet om homohaat tegen te gaan?

„Rita Verdonk nam eergerelateerd geweld en homo-emancipatie heel serieus als minister van Integratie. Turkse zelforganisaties hebben vaak met haar rond de tafel gezeten. Het huidige kabinet zegt: jullie hebben je bijeenkomsten georganiseerd. Nu is het klaar, het geld is op.”

Ayranci vertelt dat hij van plan is om duizend posters te laten drukken. Die wil hij uitdelen in moskeeën en Turkse verenigingen. Opschrift: ‘Ik accepteer homo’s en wil gelijke rechten voor iedereen’. „Turken die respect hebben voor homo’s zal ik vragen om die poster voor hun raam te hangen. Dan weet iedereen hoe er in de straat gedacht wordt over homoseksualiteit.”

Waarom bent u zo begaan met Turkse homoseksuelen?

„Als Koerdisch jongetje heb ik meegemaakt hoe het is om buitengesloten te worden. Mijn leraar trok mij aan mijn haar omhoog toen ik hem in het Koerdisch antwoordde omdat ik geen Turks sprak. Na die ervaring heb ik mij voorgenomen dat ik vecht tegen iedere denkbare vorm van discriminatie.”