Vroege Homo was al met z’n tweeën

Met de ontdekking van twee fossiele kaken en een stuk schedel is het zeker: in Oost-Afrika liepen twee miljoen jaar geleden verschillende menssoorten rond.

Binnen drie jaar was het drie keer raak. Aan de oevers van het Turkanameer in Kenia ontdekten paleontologen tussen 2007 en 2009 twee oude onderkaken en een flink stuk schedel. Het zijn menselijke fossielen die een oud dispuut beslechten: twee miljoen jaar geleden liepen er twee, en niet één, menssoorten van het geslacht Homo rond.

Onderzoekers onder leiding van Meave en Louise Leakey van het Turkana Bassin Institute (een familiebedrijf) beschrijven hun vondsten vandaag in het wetenschappelijke tijdschrift Nature. Volgens hen behoren zowel de kaken als het gezicht toe aan de raadselachtige menssoort Homo rudolfensis. Tot nu toe was van deze soort alleen een incomplete schedel bekend, die in 1972 door Richard Leakey, Louises vader en Meaves man, werd beschreven.

Deze schedel was al jaren het onderwerp van een verhitte namenstrijd. Het ene kamp zag in het lange en platte gezicht een unieke mensoort: Homo rudolfensis, een tijdgenoot van de eerder beschreven Homo habilis. Nee, betoogden anderen, dit was gewoon een habilis. De langere schedel was van een habilis-man, de eerder gevonden kortere schedels waren van habilis-vrouwen, redeneerden zij.

Het grootste probleem was dat de schedel noch tanden, noch een onderkaak had. Juist het gebit is vaak kenmerkend voor een soort.

Maar die tanden en kaken zijn er nu wél. In 2007 werd het eerste kaakfragment ontdekt. En een jaar later zag een medewerker van Leakey een stel tanden uit een brok zandsteen steken. Toen onderzoekers later in het lab het gesteente met een tandartsboortje verwijderden, kwam een half gezicht tevoorschijn, althans het bot, compleet met neusgat, linkeroogkas en tanden in het gehemelte. De tweede onderkaak werd in 2009 ontdekt.

Het gezicht was van een kind, schrijven de onderzoekers in hun artikel. Zijn tanden lijken op die van een moderne 13-jarige, maar omdat vroege mensen sneller opgroeiden, schatten de onderzoekers dat het kind ongeveer 8 jaar oud was toen het stierf. In het gezichtje steken de jukbeenderen net zo ver naar voren en zijn de hoektanden op dezelfde manier naar voren gedraaid als bij de schedel uit 1972.

De tanden van de opgegraven kaken bleken precies op de tanden uit het gezichtje te passen. Een eerder ontdekte kaak, die altijd met de schedel die Leakey ontdekte werd geassocieerd, paste juist niet op de tanden uit het gezicht: met deze kaak zou het kind een flinke onderbeet hebben gehad.

De schedel uit 1972, de kaken en het gezicht behoren dus tot een eigen soort, concluderen de onderzoekers. Homo rudolfensis en Homo habilis moeten rond dezelfde tijd, op dezelfde plek hebben geleefd.