Met dank aan God en agressie

Tweemaal eerder moest ze op de Spelen genoegen nemen met zilver. Gisteren haalde de Amerikaanse atlete Allyson Felix op de 200 meter haar fel begeerde gouden medaille.

Niet dat Allyson Felix de afgelopen acht jaar wel eens gillend wakker werd van Veronica Campbell-Brown. Zo erg was ook weer niet. Maar de Amerikaanse sprintster gaf wel toe dat de frustraties over haar twee nederlagen op de Olympische Spelen regelmatig hoog opliepen. Maar nu ze eindelijk ‘haar’ gouden medaille op de 200 meter in bezit heeft, en de Jamaicaanse plaaggeest in Londen gisteravond in een rechtstreeks gevecht versloeg, is Felix „in complete happiness”.

Het valt ook niet mee. Ben je drievoudig wereldkampioen op de 200 meter en dan wordt je uitgerekend op de Olympische Spelen het goud afgesnoept. En tweemaal door Campbell-Brown, de sprintdiva die in eigen land intussen ook voorbij wordt gelopen door de kleine Shelly-Ann Fraser. Die werd gisteren, tot eigen verrassing, tweede. In haar eerste 200 meter op een belangrijk toernooi. En Campbell-Brown, in het atletiekcircuit kortweg VCB genoemd, greep naast een medaille. Zij werd teleurstellend vierde, achter de Amerikaanse Carmelita Jeter, die brons pakte.

Wat heeft Felix gisteren beter gedaan dan in Athene en Peking? Ze is ouder, wijzer, ervarener en sterker geworden. Dat om te beginnen. En Felix verkeert, met 26 jaar, in de kracht van haar leven, waar Campbell-Brown als dertiger duidelijk aan het onomkeerbare afbouwproces is begonnen – op de 100 meter won ze ternauwernood brons.

Maar Felix heeft zich vooral verbeterd op de eerste 60 meter. Elke postolympische analyse leerde de sprintster en haar coach Bob Kersee dat ze steeds te traag op gang was gekomen om de snelle starter Campbell-Brown te kunnen achterhalen. De opdracht was simpel: er moest geschaafd worden aan de eerste meters.

Dat deed ze door zich serieuzer op de 100 meter voor te bereiden. Felix liep altijd beide afstanden, maar de kortste deed ze er een beetje bij. De 200 meter was ‘haar baby’. Maar Kersee gaf haar te kennen dat het kortste sprintnummer haar kon helpen de dubbele afstand te winnen. Omdat het haar de agressiviteit bezorgt die ze miste. En haar coach had gelijk, erkende Felix gisteren.

Ze had alleen nog even af te rekenen met de frustratie over de baanindeling voor de finale. Felix vernam tot haar afgrijzen dat ze baan 7 toegewezen had gekregen en haar belangrijkste en concurrenten in de eerste bocht achter zich heeft. En als er iets is wat ze niet wilde, was het een richtpunt voor de snelle Jamaicanen te zijn. Maar met haar lange benen had Felix wel het voordeel van een buitenbaan. Dat dan wel weer.

Uiteindelijk was haar angst ongegrond, want Felix bleek haar huiswerk goed te hebben gedaan. Ze liep op de eerste 60 meter zo snel dat niemand zelfs maar in haar schaduw kwam. Nota bene Fraser, de kleine debutant op de 60 meter, kwam nog het dichtst bij Felix in de buurt. Maar het verschil tussen 21,88 en 22,09 seconden is voor 200-meterbegrippen groot.

Het meisje uit Los Angeles, de dochter van een docent die zijn weekeinden vult met preken, heeft eindelijk wat ze hebben wilde en waar ze in haar perceptie recht op had: goud. Je bent tenslotte niet voor niets de laatste jaren vrij dominant op de 200 meter.

En natuurlijk dankte Felix gisteren uitgebreid God. Want ze is een godvrezend mens uit een godvrezende familie. En ze liet niet na haar vader en moeder, maar vooral haar broer Wes uitgebreid te bedanken. Hij heeft de laatste jaren een cruciale rol gespeeld bij de versterking van haar bewustzijn. Hij heeft haar management ter hand genomen en ervoor gezorgd dat ze de rust kreeg die ze nodig had – vooral in haar hoofd. Logisch dus dat ze gisteren haar broer speciaal bedankte. „Hij heeft mijn leven zó veel gemakkelijker gemaakt. Ik kan je niet vertellen hoe dankbaar ik daarvoor ben.”

En Wes Felix? Die hoorde in het bijzijn van zijn ouders haar woorden stoïcijns aan. Hij vormt de nuchtere tak van het gezin. Daarmee is hij bij uitstek geschikt de emoties van zijn zus in toom te houden.