Mart voor gevorderden

De tweehonderd meter vlinderslag heren was het zwemnummer waarbij Michael Phelps zijn negentiende olympische medaille kon winnen, waarmee hij de meest gelauwerde olympiër ooit zou zijn. Dat dit zou gebeuren, stond kennelijk vast. Het was in elk geval het enige waar de commentator over sprak. Dit was geen zwemwedstrijd, hier ging iemand in een vijftigmeterbad een legende worden. Dít was hét moment, van dé grote… Als beeldvulling waren nog wat andere zwemmers aangetreden, maar het ging maar om één man, deze óngekende, uníéke, magistrále, legendárische zwemgrootheid Míchael Phélps!

Maar Phelps won niet. De zwemmer naast hem tikte eerder aan. Een verrassende ontknoping. Michael Phelps, geklopt op de tweehonderd meter vlinderslag. Door wie? Deze Zuid-Afrikaan, wie was dat? Onverwacht doorbrekende subtopper? Gekende Phelpsrivaal die hem eindelijk aftroeft? De nieuwe Michael Phelps? Ik moet u het antwoord schuldig blijven, want het enige waar de NOS-commentator over sprak, en bleef spreken, ook na deze verassing, was Míchael Phélps. Míchael Phélps, die híér geschíédenis schreef! (Zij het met zilver). De commentator had zich mentaal zo vastgebeten in dit scenario, als halverwege de race dat zwembad was leeggelopen, zou hij ons hebben beschreven hoe Míchael Phélps lópend zijn negentiende plak had gewonnen!

„Het zwembad is ingestort, dames en heren, het zwembad is ingestort, maar daar, ergens ónder dat puin, is Míchael Phélps bézig aan een u-níé-ke pres-tá-tie!”

Je ziet dit steeds vaker: een vorm van hardhandige journalistieke framing. Een verhaal moet en zal gebracht worden, of de feiten nu meewerken of niet. In het ergste geval krijg je dit, cognitieve dissonantie: de reporter ziet alleen nog wat hij in zijn hoofd heeft.

Sporttelevisie is een mannenzaak en wat willen mannen, behalve sport? Seks. (Er is vrijwel geen vrouwensport meer die niet in nauwsluitend tricot wordt gespeeld, functioneel of niet.) Dus die mannen, heeft iemand bij Studio Sportzomer bedacht, die willen graag details horen over hoe die leuke jonge atletes hun succes vieren. Gaan ze dan eh… lekker ondeugend op de bar dansen? In eh, netkousen, in plaats van die sportsokken? Die mannen van de NOS, zoals die likkebaardend naar die afterparty’s informeren, en aandringen als er niet wordt meegewerkt, de Vieze Man is er niks bij.

Dat half televisiekijkend Nederland via Facebook, Twitter en krantenfora op Mart Smeets zit te kankeren, komt volgens mij daardoor. Mart Smeets is de belichaming van dat dwingende, sturende toontje dat de afgelopen jaren in bijna alle nieuwsmedia is binnengeslopen, en bij de sportjournalistiek op televisie misschien nog het sterkst. Dat is de noemer van al die klachten over de pontifex maximus van de sporttelevisie.

Het verzamelen van Smeetsclichés is een nationaal tijdverdrijf geworden, en een van de bekendste is: „Ik ga nu iets heel geks zeggen.” Een vreemde lijfspreuk voor een journalist, als je erover nadenkt. Mart Smeets móét helemaal niet „iets heel geks” zeggen, Mart Smeets is geen stand-up comedian, Mart Smeets is een journalist, en een journalist moet uitzoeken hoe het zit! Maar daar is Mart Smeets helemaal niet in geïnteresseerd. Vandaar ook die andere hebbelijkheid die geen Smeets-basher of -bitcher onvermeld laat: dat hij zijn gasten niet laat uitpraten. Nee, Smeets is alleen geïnteresseerd in stof waarmee hij al die ‘gekke’ veronderstellingen kan aankleden. Het is een circusact: Smeets is de dompteur, zijn gasten zijn de poedels. Die moeten doen wat de dompteur bedacht heeft.

Veel journalisten wanen zich een aanzienlijk nobeler diersoort dan de spindoctor, maar dat neemt niet weg dat hun ambacht de afgelopen jaren krachtig die kant op gegroeid is. Mart Smeets staat voor journalistiek die de waarnemingsfase overslaat en eigenlijk alleen nog interpreteert. En dat gebash en gebitch over Smeets staat voor: zeg, kletsmajoor, geef me de feiten, interpreteren kan ik zelf wel.