Lulu is de grootste Kraakplaat

Jazz, rock, klassiek, hardrock; veel muziekgenres hebben hun eigen tijdschrift. De interviews in Jazzism gaan verder dan die in Oor. Daar zijn de recensies wél kritisch.

‘Ik voelde al tijdens het schrijven van Keep you Close dat ik een zielsverrekking aan het oplopen was. Je denkt: alles voor de kunst! Maar je moet daar toch mee opletten.”

Aan het woord is Tom Barman, frontman van de Vlaamse band dEUS. Hij heeft net, acht maanden na de vorige plaat, een ‘verrassingsalbum’ uitgebracht: Following Sea. Eigenlijk wil Barman niet spreken, na de ‘mammoet-achtige interviewmarathons’ die op de vorige, persoonlijke cd volgden. De ziel was door de vorige plaat al ver genoeg verrekt. Maar hij doet het toch, in een aardig interview in het zomernummer van Oor, dat de opmaat lijkt te zijn voor festivals als Lowlands. „In zekere zin word je kwader en kwader, hoe ouder je wordt”, aldus Barman.

Oor is er niet op uit de geïnterviewde artiesten een zielsverrekking te laten oplopen. Soms leidt dat tot vlakke stukken, waarin platgetreden paden worden bewandeld (Oor aan singer-songwriter The Tallest Man On Earth: „Vertel me hoe je nieuwe plaat tot stand kwam?” Aan folkzanger Agnus Stone: „Is het met deze plaat ook: we gaan eens lekker rocken?”) Adoratie voor de Muzikant staat dan kritische journalistiek in de weg. Maar de ware liefhebber zal het worst zijn. Die wil immers alles horen wat de artiesten te zeggen hebben, al is dat niet meer dan „Ik weet niet of ik een doel had” (The Tallest Man) of „Songs dienen zich gewoon aan” (Agnus).

En gelukkig is Oor in cd-recensies wél kritisch. Over de nieuwe cd van de Nederlandse hiphopper Dio: „Te groot voor het servet en te klein voor het tafellaken.”

Revolver’s Lust for Life, voorheen gewoon Revolver genaamd, vist in dezelfde doelgroepvijver als Oor. Het bedient de fans van rock en (indie)pop, met een licht nostalgische neiging. Met dit keer een top-15 met Kraakplaten: albums van muzikale helden die het publiek even wat minder konden bekoren. Op 15 staat Yellow Submarine (1969) van The Beatles, op 1 de plaat Lulu (2011) die Lou Reed en Metallica samen uitbrachten. „Tien nummers lang lijkt het alsog de mannen van Metallica een waslijst van afgekeurde riffjes afwerken, terwijl Reed er als een verwarde oude man wat onsamenhangende teksten overheen murmelt.”

Voor wie van jazz houdt, is er sinds 2005 Jazzism, bijna 250 pagina’s dik. Dat blad gaat wel de diepte in in een gesprek de jonge zangeres Rumer, die slachtoffer lijkt te zijn geworden van haar eigen succes. Ze is depressief, slikt medicijnen. Rumer zet haar hoedje op het hoofd van de auteur. „Ze lacht krampachtig hard. Ik lach niet mee.” En dan is journalist ongewoon streng tegen de zangeres. „Er komt een nieuwe plaat aan, maar je oogt niet fit.” Rumer: „Eigenlijk is op dit moment alles mis met mij.”

De klassieke luisteraar leest Luister. Het tijdschrift heeft een inzicht dat ook geldt voor de andere bladen: „Op onbewaakte momenten zie je vaak beter hoe een musicus in elkaar steekt dan wanneer hij zich plichtsgetrouw een interview laat welgevallen.” Dat blijkt in het gesprek met de Montenegrijnse gitarist Miloš Karadaglic die plotseling de vlucht met Alitalia waar hij na het gesprek op zal stappen wil cancelen, omdat hij geruchten over een kaping heeft gehoord. „Ik voel dat dit niet goed is voor mijn karma.”

Waar Luister al sinds 1952 bestaat, moet de hiphopliefhebber het zonder Nederlandstalig magazine doen. In 2004 werd een Hollandse versie van het Amerikaanse hiphopblad Vibe uitgebracht, maar na enkele nummers stapte de redactie al op, na gedoe met de uitgever. Sindsdien is de hiphopfan aangewezen op weblogs.

Metalfans daarentegen zijn kennelijk erg trouw: voor hen is er al 32 jaar Aardschok. Dat tijdschrift is uitsluitend voor die hards, maar heeft toch een oplage van 20.000 exemplaren. Er staan soap-achtige verhalen in over het uiteenvallen van de band Queensrÿche, en festivalverslagen van de Zwarte Cross en de Graspop Metal Meeting. Toch doet ook Aardschok universele observaties. „De geschiedenis heeft het vaak aangetoond: wanneer de vrouw van de bandleider zich met het reilen en zeilen van de band gaat bemoeien, ontstaan er op een gegeven moment problemen met de andere bandleden.” Zo is het maar net.

Janna Laeven