Internationaal Strafhof biedt kans op vrede in Syrië

Een aanklacht bij het Internationaal Strafhof wordt in Europa ten onrechte gezien als belemmering voor vredesplannen, betogen Lotte Leicht en Clive Baldwin.

De Europese Unie heeft zichzelf al meermalen geprezen als trouwste supporter van het Internationaal Strafhof (ICC) en zegt zich standvastig te blijven inzetten voor de bestrijding van straffeloosheid en te streven naar internationale gerechtigheid. Maar nu een vrij grote groep EU-lidstaten, waartoe Nederland helaas niet behoort, het idee steunt om de VN-Veiligheidsraad de zaak naar het Strafhof te laten verwijzen, doen de andere EU-landen maar weinig om dit voor elkaar te krijgen.

Achter de schermen hebben Europese diplomaten en ministers de argumenten van de jaren 90 weer van stal gehaald. Zij menen dat het streven naar gerechtigheid een obstakel zal vormen voor elk vredesplan, dat betrokkenheid van het ICC vertrekmogelijkheden voor president Ba-shar al-Assad en andere hooggeplaatste ambtenaren onmogelijk zal maken en dat de toepassing van het strafrecht elke transitie zal bemoeilijken. Uit de geschiedenis blijkt echter dat deze argumenten misplaatst zijn.

Europese beleidsmakers en diplomaten menen dat er een keuze moet worden gemaakt tussen het streven naar gerechtigheid of vrede in Syrië. Het is een herhaling van de opvatting dat het aanklagen van Ratko Mladic en Radovan Karadzic de vredesgesprekken in Dayton over Bosnië zouden verpesten en dat het aanklagen van Slobodan Milosevic tijdens de Kosovo-oorlog elk akkoord onmogelijk zou maken. Ze hebben ongelijk gekregen. Er kwam vrede, maar ook gerechtigheid. In plaats van Karadzic en Mladic als noodzakelijke deelnemers aan het vredesproces in Bosnië te beschouwen, werden zij paria’s en voortvluchtigen. In Kosovo werd kort nadat het arrestatiebevel tegen Milosevic was uitgevaardigd overeenstemming bereikt om de Servische troepen uit de regio terug te trekken.

Ook uit andere conflicten is gebleken dat het aanklagen van hooggeplaatste politieke, militaire en rebellenleiders vredesinspanningen juist kan versterken, door degenen die de oplossing van een conflict in de weg staan hun status te ontnemen en ze te marginaliseren. Zo bleek de openbaarmaking van het arrestatiebevel tegen de voormalige Liberiaanse president Charles Taylor uiteindelijk nuttig voor het vlot trekken van de onderhandelingen over het einde van de Liberiaanse burgeroorlog. Anderzijds heeft het feit dat men er niet in is geslaagd de plegers van de ernstigste misdaden verantwoording af te laten leggen in landen als Congo en Soedan tot meer mensenrechtenschendingen en geweld geleid.

Velen zien een vertrek van Assad uit Syrië als belangrijkste element voor een mogelijke oplossing. Een verwijzing naar het ICC zou een ‘veilige exit’ voor Assad en anderen echter niet onmogelijk maken. Assad en de zijnen zullen simpelweg niet naar een ICC-land vluchten. Of er nu een internationaal arrestatiebevel komt of niet. Bovendien is het niet waarschijnlijk dat herhaalde aanbiedingen van een ‘veilige exit’ aan Assad, terwijl zijn gewapende troepen en milities hun bloedige aanvallen blijven voortzetten, ervoor zullen zorgen dat de misdaden afnemen.

Tenslotte moet gerechtigheid niet worden uitgesteld in de overgangsperiode van conflict naar vrede en van dictatuur naar democratie. Juist wanneer gerechtigheid verloren gaat tijdens gewelddadige transities worden vaak de ernstigste misdrijven gepleegd. Na jaren van dictatuur is het onwaarschijnlijk dat Syrië snel een gerechtelijk apparaat zal opzetten. In dergelijke omstandigheden kan het ICC een belangrijke rol spelen als onafhankelijk rechtsorgaan dat misdaden kan onderzoeken, een vervolg ervan waarschijnlijk kan voorkomen en bovendien de belangrijkste daders kan identificeren en aanklagen, ongeacht hun politieke positie.

Dat het ICC, als onafhankelijk en onpartijdig rechtsorgaan, het optreden van alle partijen bij het Syrische conflict zal onderzoeken is ook een belangrijk argument tegen bezwaren van Rusland en China dat maatregelen van de Veiligheidsraad ten aanzien van Syrië vooringenomen zouden zijn.

Het is hoog tijd dat Nederland zijn volle steun uitspreekt voor een verwijzing naar het ICC.