Het partijprogramma van de Piratenpartij

Aan de verkiezingen op 12 september doen 21 partijen mee. Behalve zij die al in de Tweede Kamer vertegenwoordigd zijn, checken we in deze rubriek ook de programma’s van partijen die in een van de peilingen minimaal één zetel halen. Vandaag de Piratenpartij, die bij opiniepeiler Maurice de Hond al weken op een zetel kan rekenen.

In het verkiezingsprogramma schrijven de piraten te streven naar een „vrije informatiesamenleving”. Het programma spitst zich toe op directe democratie (door burgers die via internet hun mening geven), privacybescherming, burgerrechten, een transparante overheid en hervorming van het auteurs-, merken-, en octrooirecht. Dat laatste zou nodig zijn om innovatie en delen van cultuur en informatie te bevorderen.

De Piratenpartij verwacht dat de aankomende verkiezingen draaien om drie thema’s: Europa, cultuur, kunst en wetenschap en gezondheidszorg. Per thema checken we een bewering.

Gezondheidszorg: Dit jaar wordt er zo'n 1,1 miljard uitgegeven voor 10 miljoen aan medicijnen

De Piratenpartij bepleit dat patenten op dure medicijnen eerder vervallen, zodat medicijnen tegen ziektes als Pompe en Fabry, die nu uit de basisverzekering dreigen te verdwijnen, goedkoper worden. Met de cryptische bewering in het verkiezingsprogramma hierboven bedoelt de Piratenpartij dat de 1,1 miljard euro die in 2012 wordt uitgegeven aan dure medijnen (duurder dan 500 euro per recept) ook 10 miljoen had kunnen zijn als het patent op die dure medicijnen al was vervallen. Bij navraag blijkt de Piratenpartij deze bewering te baseren op de prijsontwikkelingen van enkele dure medicijnen waarop het patent in de voorbije jaren kwam te vervallen. Die bleken soms inderdaad wel honderd keer goedkoper te worden. Toch laat de Stichting Farmaceutische Kengetallen (SFK) weten dat dit voor lang niet alle dure medicijnen geldt. Groeihormonen bijvoorbeeld, voor kinderen die daar zelf te weinig van aanmaken, zijn ook na het verloop van het patent nog duur om te produceren.

Conclusie

Volgens het SFK zegt het prijsverloop van de medicijnen die de Piratenpartij bekeek lang niet alles over de prijsontwikkeling van alle dure medicijnen nadat het patent is vervallen. We beoordelen de bewering ‘dit jaar wordt er zo’n 1,1 miljard uitgegeven voor 10 miljoen aan medicijnen’ dan ook als ongefundeerd.

Europa: Op dit moment hebben ministers in de raad van ministers geen toestemming nodig van de nationale parlementen voor wat zij op Europees niveau beslissen, noch hebben ze enige verplichting om hun overleg te openbaren

De Piratenpartij is voor een sterk Europa, omdat Nederland in een geglobaliseerde wereld alleen weinig invloed kan uitoefenen. Maar de huidige EU is volgens de piraten te weinig democratisch. Volgens de partij kunnen ministers in Brussel allerlei besluiten nemen zonder dat gekozen volksvertegenwoordigers daar controle op uitoefenen. De partij schrijft dat de macht van het Europees Parlement in het besluitvormingsproces beperkt is. Daarop volgt de bewering over de ministers die ook van hun nationale parlementen weinig te vrezen zouden hebben.

Klopt dit ook? Slechts voor een deel. Ten eerste heeft het Europees Parlement sinds de invoering van het Verdrag van Lissabon eind 2009 op nagenoeg alle Europese beleidsterreinen medebeslissingsrecht. Bijvoorbeeld op het gebied van milieu, transport en consumentenrechten. De macht van dit parlement in het besluitvormingsproces is dan ook zeker niet beperkt. Het toezicht dat de nationale parlementen op ministers tijdens Europees overleg houden verschilt per land. Denemarken kent bijvoorbeeld een streng toezicht. Deense ministers krijgen vooraf een instructie mee van het parlement over hoe zij moeten stemmen. Nederland kent een mildere variant. Ieder Europees overleg van ministers wordt van tevoren in de Tweede Kamer besproken. De minister licht dan het Nederlandse standpunt toe. Als een Kamermeerderheid het daarmee oneens is, wordt dit standpunt meestal aangepast om een latere motie van wantrouwen door Kamerleden te voorkomen.

Op details blijft het Nederlandse standpunt soms geheim omdat de minister onderhandelingsruimte wil behouden. Op bijna alle Europese beleidsterreinen wordt tegenwoordig bij meerderheid besloten. Lidstaten hebben dus niet meer de macht om besluiten in hun eentje te blokkeren. Daarom is het soms nodig het nationale standpunt aan te passen om met een meerderheid van lidstaten tot een akkoord te komen, dat vervolgens ook door de minderheid moet worden geaccepteerd.

Het overleg in de Europese ministerraden vindt, vanwege alle onderhandelingen, vaak plaats achter gesloten deuren. Als journalisten en publiek niet meekijken, is het wat makkelijker om het nationale standpunt aan te passen. Het einde van het besluitvormingsproces, als bijvoorbeeld over een richtlijn wordt gestemd, is altijd openbaar. Maar dan is het politieke whealen en dealen al voorbij. In Nederland heeft de Tweede Kamer het recht om Europees overleg ook achteraf met de minister te bespreken, maar Kamerleden maken daar lang niet altijd gebruik van.

Conclusie

Ministers uit sommige EU-landen hebben wel toestemming nodig van hun parlement voor de beslissingen die ze met Europese collega’s nemen. Andere landen kennen een mildere vorm van parlementair toezicht. Maar de algemene bewering dat toestemming van de nationale parlementen niet nodig is, beoordelen wij als onwaar. Overleg in de Europese ministerraden vindt voor een belangrijk deel plaats achter gesloten deuren.

Nationale parlementen kunnen hun minister achteraf om een toelichting vragen, maar de precieze onderhandelingen blijven inderdaad vaak geheim. De bewering dat ministers geen verplichting hebben om hun overleg te openbaren beoordelen we dan ook als grotendeels waar. De gecombineerde bewering dat ministers in de raad van ministers geen toestemming nodig hebben van de nationale parlementen voor wat zij op Europees niveau beslissen, noch enige verplichting kennen om hun overleg te openbaren beoordelen wij dan ook als half waar.

Wetenschap: Patenten worden in Nederland nu zonder controle op de nieuwheid toegekend. Het onderzoek naar de nieuwheid dat gedaan wordt heeft geen consequenties voor de toekenning van een patent. Vrijwel alles kan dus in Nederland gepatenteerd worden en de toekenning kan alleen achteraf bij de rechter worden aangevochten.

Patenten werken innovatie tegen, zo vindt de Piratenpartij. Ze zouden te makkelijk worden verleend, waardoor uitvindingen die niet of nauwelijks nieuw zijn worden afgeschermd van een grote groep ontwikkelaars die de vinding of het product willen doorontwikkelen. De Piratenpartij wil de drempel tot het verlenen van patenten daarom verhogen.

Eerst zegt de Piratenpartij dat patenten zonder controle op de nieuwheid worden toegekend. Daarna zegt de partij dat er wel onderzoek wordt gedaan, maar dat de uitkomst daarvan geen consequenties heeft voor de toekenning van een patent. Dat laatste is waar. Zelfs op zoiets algemeens als een bal kan je een 20-jarig Nederlands octrooi krijgen. Daar voegt het OctrooiCentrum Nederland dan wel een opinie bij waaruit blijkt dat deze vinding totaal niet uniek is. Een Nederlands octrooi op een bal is dan ook een papieren tijger. Bij een gang naar de rechter zal die erkennen dat het octrooi ongeldig is en dat een andere partij dus net zo goed ballen mag produceren. De verliezende partij betaalt de proceskosten.

In de praktijk vragen uitvinders en ondernemingen tegenwoordig vooral Europese octrooien aan, omdat die in meerdere landen geldig zijn. Het Europees octrooi kent vooraf wel een uitgebreid onderzoek op nieuwheid. Het goedkopere Nederlandse octrooi bestaat vooral nog voor midden- en kleinbedrijven (mkb) die hun vindingen en producten alleen tegen nationale concurrenten willen beschermen.

De meningen over het Nederlandse octrooi lopen uiteen. Tegen het argument van de Piratenpartij dat het innovatie belemmert, brengen merkenrechtadvocaten in dat het Nederlandse octrooi bij de rechter eenvoudig kan worden aangevochten en dat een uitgebreider onderzoek op nieuwheid de kosten zal verhogen. Dat zou mkb-bedrijven ervan kunnen weerhouden patenten aan te vragen.

Conclusie

Patenten worden in Nederland inderdaad zonder een uitgebreide controle op nieuwheid toegekend. Er wordt wel onderzoek gedaan, maar de uitkomst daarvan heeft geen consequenties voor de toekenning van het octrooi. Zo kan vrijwel alles in Nederland worden gepatenteerd en kan de toekenning alleen achteraf bij de rechter worden aangevochten. Er is voor dit systeem gekozen om de kosten van het Nederlands octrooi laag te houden. Zo kunnen mkb-bedrijven makkelijk octrooien blijven aanvragen. Er wordt door Nederlandse bedrijven tegenwoordig veel vaker een Europees octrooi aangevraagd, dat wel een uitgebreid onderzoek op nieuwheid kent. Dat neemt niet weg dat de bewering van de Piratenpartij over het Nederlandse octrooi waar is.