Het gelukspaard heet London

De Twentse springruiter Gerco Schröder won gisteren zilver op de Spelen. Hij reed – toeval of niet – op het paard London.

Vijf jaar geleden kocht Gerco Schröder een jong paard, een vijfjarige hengst. De Twentse springruiter zou hem zelf opleiden voor de springsport. Hij besloot het dier voor de grap ‘London’ te noemen – zoals meer paarden in zijn stal worden vernoemd naar een stad. „We dachten dat hij heel goed was. Ik vond hem een heel speciaal paard. En het zou eventueel precies kunnen uitkomen voor de Olympische Spelen van Londen. Maar niemand kan op zo’n moment voorspellen wat een paard vijf jaar later kan presteren.”

London. Van 6 juni 2002. Kleur: Vos. Afstammeling van Nabab de Rêve en de merrie Chin Chin. Kruising tussen een Nederlands KWPN en een Belgisch Warmbloedpaard. Dekgeld van London: 1.700 euro. Dat vermeldt althans de website van de beroemde stal van Gerco Schröder, Eurocommerce, in Lochem. De vraag is of de prijs na gisteren gaat stijgen.

Want dat het dier ook als sportpaard tot wereldprestaties kan komen, werd gisteren duidelijk, in het oosten van de Britse hoofdstad. De inmiddels tienjarige London sprong in de volgepakte arena van Greenwich Park de wedstrijd van zijn leven. Tijdens drie vlekkeloze omlopen, inclusief een bloedstollende jump off met de Ierse ruiter Cian O’Connell, kon Schröder zichzelf slechts één klein detail kwalijk nemen: een tijdsoverschrijding van 0,91 seconde had hem mogelijk olympisch goud gekost.

Maar de 34-jarige pikeur uit Tubbergen, telg uit een bekend Twents paardensportgeslacht, was een meer dan gelukkig mens met zijn tweede zilveren plak, op de rug van de imponerend springende London. Eerder in de week had hij met de Nederlandse springploeg ook al zilver behaald. „Mooi dat het allemaal zo loopt”, glunderde Schröder – met de medaille om zijn nek. „Dit had ik eigenlijk niet durven dromen.”

Na de eerste ronde zag het er ook niet naar uit dat Schröder op weg was naar eremetaal. Zes combinaties, waaronder de Britse titelfavoriet Nick Skelton met zijn in Nederland gefokte paard Big Star waren zonder strafpunten gebleven. Maar tot zijn eigen verbazing zag Schröder dat hij, na zijn foutloze tweede ronde, steeds verder opklom in het klassement. „Ik had gedacht dat er zeker drie van de zes ook in de tweede ronde foutloos zouden blijven”, zei Schröder naderhand. Op een barrage had hij al niet meer gerekend.

Bij elke vallende balk ging er een gejuich op bij de Nederlandse supporters in het publiek. Zelfs publiekslieveling Skelton bezweek op de laatste hindernissen onder de druk, zoals hem in zijn lange loopbaan al vaker overkwam. Uiteindelijk bleef het goud liggen voor de Zwitser Steve Guerdat, met Nino des Buissonnets, de enige die beide omlopen foutloos en binnen de tijd wist te volbrengen.

Zuur waren de druiven vooral voor de Ier O’Connor, die de tijdslimiet slechts 0,02 seconde overschreed, en daardoor aangewezen was op een barrage met Schröder, om het zilver. Daarin ging hij, in een poging de tijd van de Nederlander te verbeteren, op de allerlaatste hindernis in de fout, opnieuw tot verbazing van Schröder. „Ik dacht: dat wordt brons. Daarmee was ik ook heel blij geweest”, zei Schröder, die in 2006 in Aken al eens wereldkampioen was geworden met de nationale springploeg.

Schröder werd met de prestaties van London de derde Nederlandse springruiter met individueel zilver op de Spelen, na Piet Raijmakers (Barcelona, 1992) en Albert Voorn (Sydney, 2000). Jeroen Dubbeldam is de enige die ooit goud veroverde, in 2000 met zijn schimmel De Sjiem.

London als gelukspaard. „Ze vinden die naam mooi, hier in Londen”, merkte Schröder. „Ik heb er leuke reacties op gehad. London heeft hier alle dagen abnormaal goed gesprongen. Het is een paard met een heel goed karakter, een goede instelling”, zei de berijder. „Hij vecht voor je in de ring. Dat is voor een ruiter erg belangrijk.”

Voorlopig blijft het dier in de stallen van de familie Schröder – tussen stalgenoten als Berlin, Singapore, Washington en Zagreb. Bang dat hij het paard moet verkopen, zoals gebeurt met zoveel Nederlandse toppaarden, is hij niet. „Wij werken altijd met jonge paarden die we zelf opleiden”, zei Schröder. „Verkopen is niet het hoofddoel van onze stal.”