En hoe staat het verder met de gevolgen van de Arabische Lente

Carolien Roelants

Redacteur Midden-Oosten

Het compacte Tunesië, met zijn relatief hoog opgeleide bevolking en relatief goede economische situatie, is tot dusverre het best uit de Arabische opstanden gekomen. Het vastgeroeste regime van Ben Ali is weg, verkiezingen hebben een gematigde fundamentalistische partij aan het bewind gebracht en er is geen activistisch leger dat aan de macht zit te knagen. Maar dat wil niet zeggen dat er géén problemen zijn. Het hoofdpijndossier van de regerende Ennahdapartij wordt gevormd door de radicaal-islamitische salafisten. Die vechten hun strijd tegen losse zeden en voor islamitische waarden op straat uit. Met name kunstenaars en liberale journalisten zijn hun doelwit. De regering schippert tussen vrijheid van meningsuiting en haar conservatieve achterban. Die moet niks hebben van Allahs naam in vliegjes als kunstwerk.

Libië is helemaal uit het nieuws. Persbureaus, kranten, televisie – nauwelijks een media-organisatie stuurt er nog verslaggevers heen. Er was vorige maand een opleving rond de parlementsverkiezingen, maar sindsdien wordt er niets meer uit Libië vernomen, behalve af en toe een ontvoering of beschieting. De verkiezingen leverden een totaal versnipperd parlement op. Grote winnaar was een gematigde alliantie van 68 partijtjes en personen met 39 zetels; de Moslimbroederschap kreeg 17 zetels en de resterende 144 gingen naar individuen of maximaal twee-zetelpartijtjes. Die gaan vanaf vandaag bakkeleien over de keuze van een voorzitter en van een nieuwe premier. Diens regering moet orde op zaken stellen, onder meer door de ontwapening van de uit de oorlog tegen Moammar Gaddafi overgebleven milities. Maar hoe zal dat gaan als een premier over elke stap met al die snippers moet gaan onderhandelen?

In Egypte is sinds de val van president Hosni Mubarak in februari vorig jaar sprake van een strijd tussen twee mastodonten, het leger en de Moslimbroederschap. Vóór Mubaraks val leverden dezelfde partijen ook al strijd, alleen toen had het leger de overhand en probeerden de Moslimbroeders vanuit de cel en de moskee beetje bij beetje macht los te peuteren. Men kent elkaar al lang. De Moslimbroederschap won in januari met overmacht de verkiezingen, maar via de rechter heeft het leger vervolgens het parlement ontbonden. Een Moslimbroeder, Mohammed Morsi, is president, maar het leger heeft zijn bevoegdheden gereduceerd. Nu is de nieuwe grondwet onderwerp van dit gevecht. De grondwetgevende raad wordt gedomineerd door de Moslimbroederschap, maar de wettigheid van die raad is ook omstreden.

Soedan wordt bijna alleen in verband gebracht met de problemen in Darfur en met Zuid-Soedan, dat vorig jaar van het noorden is afgesplitst. Maar het Arabische protest heeft ook Khartoum bereikt. Sinds enkele maanden proberen jonge activisten met demonstraties in Khartoum democratisering of de val van het regime af te dwingen. Zij hebben dezelfde problemen als de rest van de Arabische wereld: repressie, corruptie en een hoge jeugdwerkloosheid. Tot dusverre komen voor de betogingen niet meer dan enkele honderden mensen de straat op en het regime slaat hard terug. Maar de activisten zeggen te zullen doorzetten.

Saoedi-Arabië is met Qatar de grote Arabische steunpilaar van de rebellen tegen het autoritaire bewind van de Syrische president Bashar al-Assad. Een Syrische oppositiewoordvoerder bevestigde gisteren voor het eerst dat Riad „lichte, conventionele” wapens levert aan het verzet. Al langer was bekend dat de Saoedische overheid de rebellen met miljoenen dollars steunt. Toch tolereert het in eigen land geen enkel protest. Demonstraties vanuit de shi’itische minderheid, die klaagt over haar marginalisering, worden hard neergeslagen. Niet-shi’itische activisten, die opriepen tot een constitutionele monarchie, zijn gevangen gezet. Het gaat in Syrië wat betreft de Saoediërs dan ook niet om democratie. Het gaat erom dat een met het gehate Iran geallieerd bewind door eigen vrienden wordt vervangen.

Tot de Verenigde Arabische Emiraten, een zeer autoritair bestuurde Golfstaat, zijn de Arabische opstanden tot dusverre niet doorgedrongen. En de autoriteiten zijn niet van plan oppositiegroepen een kans daartoe te geven. Sinds half juli zijn 35 fundamentalistische politieke activisten opgepakt die zich voegen bij 19 gelijkgezinde opposanten die al vastzaten. Zij worden beschuldigd van „plannen om de veiligheid van de staat in gevaar ten brengen” en van „banden met verdachte buitenlandse partijen en organisaties”. Het gezag denkt daarbij vooral aan de Egyptische Moslimbroederschap, die sinds de val van president Mubarak van verboden organisatie regeringspartij is geworden en dus een lichtend voorbeeld vormt. De politiechef van Dubai, een van de emiraten, zegt dat de Moslimbroederschap de Golf-monarchieën omver wil werpen. De gevangen activisten zeggen dat ze alleen meer burgerrechten willen, en minder toezicht door veiligheidsdiensten.

Het kleine Golfstaatje Bahrein is een bondgenoot van het Westen, met name als haven van de Amerikaanse Vijfde Vloot. Het is niet al te vergezocht om de geringe belangstelling voor de opstand tegen de monarchie daarmee in verband te brengen. En aan de inspanning van het bewind om de protesten aan Iraanse opruierij toe te schrijven. De betogers zijn toch shi’ieten? Hoe dan ook gaan de demonstraties voor democratische hervormingen er nog altijd door.