De ware aard van paprika’s

Al te veel salades zijn het slachtoffer geworden van de gedachte dat rauwe, ongeschilde paprika eetbaar is. Om maar niet te spreken van de talloze gerechten waarbij de kok is bezweken voor de verleidelijke kleuren van paprika’s zonder zich rekenschap te geven van de gevolgen voor het gastronomische genoegen én voor de spijsvertering. De smaak

Al te veel salades zijn het slachtoffer geworden van de gedachte dat rauwe, ongeschilde paprika eetbaar is. Om maar niet te spreken van de talloze gerechten waarbij de kok is bezweken voor de verleidelijke kleuren van paprika’s zonder zich rekenschap te geven van de gevolgen voor het gastronomische genoegen én voor de spijsvertering. De smaak van rauwe paprika is ongenuanceerd, op het bitse af. Het paprikavelletje is moeilijk verteerbaar. Het kan je slecht bekomen en dan wordt de herinnering aan het eten van een paprika nog uren levend gehouden.

Hoe anders ontpopt de paprika zich als hij geschild is en, nog veel beter, als hij geroosterd, gegrild of gepoft is. Dan komt de ware aard van de paprika boven. Zijn smaak wint aan intensiteit, hij smaakt rijker, zachter, zoeter.

Er zijn verschillende manieren om een paprika van zijn vermaledijde velletje te ontdoen, maar roosteren in de oven gaat het gemakkelijkst. Snijd de paprika’s overlangs middendoor en leg ze op het snijvlak in een op 200 graden voorverwarmde oven. Haal ze na ongeveer dertig minuten uit de oven en laat ze in een afgesloten plastic zak een minuut of tien rusten. Daarna zijn de velletjes er gemakkelijk af te trekken of er met een mes af te schrapen.

Het schijnt ook zonder de inzet van een plastic zak te kunnen. Dat heb ik nog nooit geprobeerd, want ik bewandel nu een nog gemakkelijkere weg. Paprika’s zijn geroosterd en ontveld te krijgen bij Italiaanse delicatessenzaken en zelfs bij de supermarkt. Soms zijn ze vers, meestal zijn ze ingelegd op olie of geconserveerd in glazen potten.

Laat vier plakjes bladerdeeg ontdooien in de ijskast.

Verwarm de oven voor op 200 graden. Vet vier vormpjes (soufflépotjes, taart- of muffinvormpjes) licht in met olie. Verbrokkel de geitenkaas. Pluk de blaadjes van de tijm en knip de naaldjes van de rozemarijn fijn.

Leg in elk vormpje een plakje bladerdeeg. Druk het losjes tegen de bodem en de kant aan, zorg dat de deegpunten er pront boven uitsteken. Snijd uit de geroosterde paprika vier plakjes die de bodem van het taartje bedekken. Snijd de gedroogde tomaat en de rest van de paprika in reepjes. Leg eerst een plakje paprika op elke taartbodem. Verdeel over de taartjes de reepjes paprika en gedroogde tomaat, verbrokkelde geitenkaas, de ansjovisfilets en de fijngeknipte kruiden met wat versgemalen zwarte peper. Bekroon elk taartje met een kerstomaat. Bestrijk de uitstekende deegpunten met losgeklopt ei of koffiemelk. Bak de taartjes ongeveer 25 minuten op 200 graden. Laat ze iets afkoelen en los ze uit hun vorm. Serveer de taartjes lauwwarm, dan bekomen ze het best.

Paprikataartjes

Voor vier taartjes:

4 plakjes roomboterbladerdeeg

1 geroosterde rode paprika (zelf geroosterd of uit een pot)

8 à 12 halve gedroogde tomaten op olie

75 g zachte geitenkaas

4 kerstomaten

1 takje rozemarijn en 1 takje tijm (of 1 tl gedroogde Franse of Italiaanse kruiden)

scheutje olie om de vormpjes in te vetten

peper

een beetje losgeklopt ei of koffiemelk

Eventueel voor niet-vegetariërs: 4 ansjovisfilets