De kerk was een blije gevangenis

Niemand zegt meer hoe het moet in de liefde. Je maakt je keuzes zelf. Maar welke dan? Vandaag: de liefde van Andre (51) uit Wijk bij Duurstede. Andre is christen, getrouwd en heeft vier kinderen. Bijna scheidde hij.

‘Toen ik het boek las van een of andere Amerikaanse psychiater wist ik dat het mis was. Daarin stond: als je niet meer de vraag kan beantwoorden waar je gelukkig van wordt dan heb je een probleem met je persoonlijkheid. Sterker nog dan begin je je authenticiteit kwijt te raken. Ik dacht: word ik blij van mijn kinderen? Nee. Van mijn huwelijk? Nee? Mijn werk? Nee. De kerk? Al helemaal niet.

Ik deed wat mijn vrouw van mij verwachtte. Ik voelde me dan de tuinman of de schilder. Ik deed allerlei klusjes, omdat ik dacht dat zij dat van mij wilde. Zo was het ook met de opvoeding van de kinderen. Ik probeerde te voldoen aan het rolmodel van vader-zijn, maar het was nooit iets dat uit mezelf kwam.

We trouwden toen ik 23 was. Zij was 19. Ik had vóór haar wel wat vriendinnen gehad, maar met haar was het anders. Mijn vrouw was lekker spontaan, direct. Ik was verliefd. Zij woonde op kamers bij ons om de hoek en ik was bijna continu bij haar. Ik denk achteraf dat ik ook wel behoefte had aan een vaste relatie om uit huis te kunnen. Na twee jaar zijn we getrouwd. We kregen vier kinderen. Die zijn nu 26, 25, 22, 18 jaar. Drie jongens, één meisje.

Ik ben geboren in Den Haag, hartje Schilderswijk. Op mijn elfde verhuisden we naar Goes. Daar was mijn vader voorganger in de kerk, bij de Pinkstergemeente. Dus vrij radicaal, iedereen happy maar tegelijkertijd erg sturend. Het geloof is er vanaf mijn geboorte met de paplepel ingegoten. Je moet je wel gedragen, zei mijn vader, want je bent het zoontje van de voorganger. Niet drinken, niet roken, niet uitgaan, geen bioscoop. Dat soort dingen. Op zondag mochten we wel voetballen. Dat ging goed tot mijn vijftiende, zestiende. Daarna denk je, ik wil ook wel eens wat. Maar de druk vanuit het gezin was vrij groot. Dus ik ging wel uit, maar dan kwam ik netjes om elf uur thuis en zei niets. Het ergste was dat ik moest voldoen aan allerlei kerkelijke verplichtingen. Zo moest ik regelmatig op zaterdagavond met een groepje op de markt zingen met een gitaar. Terwijl mijn vrienden van school voorbijkwamen. Dat wilde ik echt niet. Ze lachten me uit.

Het belangrijkste wat ik daarvan heb overgehouden is dat ik heel goed in staat was om rollen te vervullen. Ik speelde een rol thuis, een andere bij vriendjes, en weer een andere op school. Dat nam ik ook mee in mijn relatie. En daar liep ik uiteindelijk op leeg. Ik was gewoon erg gefocust op doen wat andere mensen van mij verwachten. Als dat niet lukt worden ze ontevreden, krijg je ruzie, houden ze niet van je. Ik manoeuvreerde me om conflicten heen. Zo belde ik mijn vrouw vanuit het werk op en meldde hoe laat ik exact thuis zou zijn. En dan zorgde ik ervoor dat ik er ook precies zo laat was. Ik voelde me verplicht dat te melden, maar ik voelde me nog méér verplicht om me daar ook aan te houden.

Onze kinderen werden groot. We hebben hen opgevoed met het idee dat ze zo snel mogelijk onafhankelijk moeten zijn. Ze moeten zichzelf kunnen vormen en hun eigen keuzes kunnen maken. Dat had ik zelf gemist. De consequentie is dat ze al vroeg zelfstandig in het leven staan. Daar was ik best wel jaloers op. Ik dacht: die gasten doen het gewoon, en ik niet.

Toen de jongste naar groep twee van de basisschool ging, ging mijn vrouw studeren. Ze had al die jaren voor de kinderen gezorgd en nu ging ze de pabo doen. Daar was ik eveneens jaloers op, want ook zij nam het besluit om zichzelf te ontplooien.

Ik dacht, ik heb nu echt wel alles gedaan om iedereen tevreden te stellen, maar dan nog heb ik niet het gevoel dat ik voldoe aan bepaalde normen en verwachtingen. Wat is er nog meer?

Toen kwam de crisis.

Het kwam niet van de ene op de andere dag. Mijn vrouw had al vaker geroepen dat ik eens naar een psychiater of psycholoog moest, dat ik meer moest doen dan een pastoraal gesprek. Ik was puur unhappy’. Dan hadden we ruzie. Of we spraken over de kwaliteit van de relatie: wat zie je nog in mij? Wat voegen we nog aan elkaar toe?

Nou ja, we hadden het ook druk. Vier kinderen, drukke baan, zij ging studeren, we zijn twee keer verhuisd. Er was altijd wel een excuus. Uiteindelijk blijkt het probleem bij mijn persoonlijke ontwikkeling te liggen. En dat kwam van heel ver terug.

Niet dat we ongelukkig zijn geweest, maar het had beter gekund. Ik voelde me op een bepaald moment thuis niet veilig, omdat ik dan weer in een rol moest duiken. Ik deed dingen, maar eigenlijk was het topsport om elke keer te kijken of ik mijn norm weer kon halen.

Ik weet nog dat ik het tegen haar zei: ik ga weg, ik zie het niet meer zitten. Ik wist niet meer wie ik werkelijk was en wat mij dreef. Ik was leeg.

We waren bijna uit elkaar. Er was veel emotie, veel verdriet, veel machteloosheid, veel afstand. Je bent kwetsbaar op alle fronten, en beïnvloedbaar door van alles en iedereen. Je zoekt een nieuwe wereld, uitvluchten.

Ik voelde me mislukt, want als christen moet je wél een goede balans kunnen vinden. We hebben allemaal verantwoordelijke taken in de kerk en dan zou je in je huwelijk een burn-out laten plaatsvinden? Dat kan niet.

In die tijd heb ik de kerk ook de rug toegekeerd. Ik heb heel erg getwijfeld, al is mijn relatie met God nooit echt ter discussie geweest. Het ging mij om de kerk. Ik noemde de kerk toen een blije gevangenis. Het duurde heel lang voordat ik terug wilde komen bij de gemeente.

Op het moment dat ik haar zei dat ik weg wilde, toen pas realiseerde ik me dat ik wel heel erg veel van de kinderen houd. Toen dacht ik ook: eigenlijk ook van haar. Dat besef kwam heel snel, binnen een paar minuten. Die keuze, dat was het keerpunt. Dat kwam heel diep van binnen. Die keus had wel consequenties. Want we konden niet door zoals het nu gaat, dacht ik. Toen ben ik in therapie gegaan. Ik heb ongeveer twee jaar therapie gehad. Tropenjaren. Eerst twee keer per week, later wat minder. Wie ben je oorspronkelijk? Wat zijn je goede karaktereigenschappen?

Ik heb in die jaren therapie redelijk wat dingen boven tafel weten te krijgen, met name over mijn vader. Ik heb er in die tijd ook veel met mijn vrouw gepraat. En ik heb er met mijn broer over gesproken. Die zei: ja, ik heb wel gezien dat jij met pa zo botste, daar heb ik een hoop van geleerd en ik ben daar lekker met een bochtje omheen gegaan.

Met mijn vader heb ik het er ook over gehad. Hij heeft zijn best gedaan om het te begrijpen, maar hij was wel gekwetst toen ik hem vertelde hoe ik me over vroeger voelde. Hij had er spijt van en vroeg om vergeving. Want hij snapte dat zijn gedrag er uiteindelijk toe had kunnen leiden dat ik als kind afwijkend gedrag vertoonde. Maar hoe het nu precies zat, snapte hij niet. Hij heeft natuurlijk geprobeerd het allemaal zo goed mogelijk te doen en onze relatie is nu stukken beter, maar het empathische deel blijft soms nog lastig. Hij stelt geen vragen. Hij vraagt netjes: hoe gaat het met je? Maar hij vraagt nooit: hoezo gaat het goed? Hoezo gaat het nu beter dan drie weken terug?

In de therapie heb ik geleerd om niet meer alleen te kijken naar wat anderen van mij verwachten. Of wat ik denk dat ze van mij verwachten. Mijn vrouw vroeg mij niet de tuin te doen, of om zes uur thuis te zijn. Ik legde dat mezelf op. Door dat besef kon ik verder met haar. Het lag aan mij, aan hoe ik invulling gaf aan de relatie, niet aan iets dat in haar niet goed zat.

Nu is onze relatie goed. Ik ben nu relaxed. We zijn na de therapie in een nieuwe fase van onze liefde terechtgekomen. Ik begon weer dingen leuk te vinden. Ik begon weer uit gezelligheid dingen te doen in de tuin en zo. Soms zeg ik: ik ben stappen met collega’s. Of ik zeg: ik ga twee dagen weg met vrienden. Dat vindt ze oké.

Ik weet nu beter waar ik over praat als ik zeg dat je aan je relatie moet werken. Werken is niet zozeer het plichtmatig dingen doen, het is meer van jezelf geven, écht iets van jezelf geven. Dicht bij jezelf staan. Je moet veel dingen samen doen, maar je moet ook werken aan je eigen ontwikkeling. Want op het moment dat je niet aan jezelf werkt, investeer je ook niet meer in je relatie. Ik geef meer van wie ik zelf ben. Feitelijk doe ik minder, maar wat ik geef is echter.”