De heerlijke geur van asfalt

De kamer was 130 euro per nacht. En hij moest hem ook nog gereed maken, want hij had zo laat natuurlijk geen gasten meer verwacht. Het kon wel een half uur duren. Of dat een probleem was. Ik vond het geen probleem. Ik zou het zelfs geen probleem gevonden hebben wanneer hij de kamer nog steen voor steen op moest metselen. Zolang ik maar kon blijven. Hij zou er meteen aan beginnen, maar stond binnen twee minuten weer naast me met een fles wijn en wat pinda’s. De wijn was over uit het restaurant, maar het was goede wijn en morgen konden ze hem toch niet meer schenken. Iets anders dan pinda’s had hij helaas niet want de keuken was natuurlijk allang dicht.

Ik begreep het en vond alles best. Nog geen vijftien minuten geleden was het alleen maar diep in de nacht geweest en was ik al urenlang verdwaald in de dichtste mist die ik ooit gezien had. Met een navigatie waarvan ik onafgebroken rechts af moest slaan, ook al was daar alleen maar een ravijn. Ik was kwaad en moe. Ik had honger en verlangde naar drank. Ik verlangde ook naar huis en naar de geluiden van de stad. Maar er was alleen de doffe waas van de koplampen en de hitte van de motor die door het open raam naar binnen sloeg. Stapvoets over een weg die ik nauwelijks kon zien, maar waarvan ik wist dat hij niet veel breder was dan m’n auto.

En nu zat ik hier met wijn, pinda’s en het vooruitzicht op een bed. En nog geen vijf minuten later ook met de kok. Hij had buiten staan roken toen ik de parkeerplaats opreed. Hij vond het een mooi geluid. Acht cilinders, toch? Ik knikte, hoewel ik het niet zeker wist. Ook veel pk zeker? Ik zei tweehonderveertig. Maar het zouden er ook twee kunnen zijn. Of een miljoen. De waarheid was dat ik het niet wist, maar dat de waarheid ook niet belangrijk was. Hij knikte en wees naar m’n pinda’s. Wanneer ik het niet vervelend vond om in de keuken te eten had hij wel wat beters voor me. Naar huis kon hij vannacht toch niet. Het was nog geen vijf kilometer, maar hij vond het verschrikkelijk in die mist. Die smalle weg en dan de vangrail die grotendeels ontbrak. Ik wilde zeggen dat het meeviel zolang je niet naar je navigatie luisterde, maar zei dat het juist heerlijk was. De geur van het asfalt, het geluid van de banden en die onwezenlijke eenzaamheid. Het was ook waar. Nu ik hier zat kon ik er eindelijk van genieten.

Paulien Cornelisse is met vakantie