De crisis begint met een vergadering van bankiers die het niet meer weten

Niemand begreep wat er gebeurde toen vandaag vijf jaar geleden de crisis begon. De malaise op de Amerikaanse huizenmarkt sloeg zonder waarschuwing over op banken wereldwijd. De sporen van de paniek die volgde zijn nu nog zichtbaar. „We hebben contant geld nodig, heel veel zelfs, en wel nu.”

Niemand weet precies wat er aan de hand is op de geldmarkt vandaag precies vijf jaar geleden. Maar één ding is duidelijk: de problemen zijn groot.

Banken durven elkaar onderling geen geld meer te lenen. De zogenoemde geldmarkt, in normale tijden de smeerolie die de financiële wereld, dreigt stil te vallen. In de loop van de ochtend besluit de Europese Centrale Bank een conference-call te beleggen met de twintig grootste banken in de eurozone. De Nederlander Jac Kragt doet namens Rabobank mee en beschrijft de ochtend in zijn boek De Kredietcrisis. Licht verbijsterd hangen de handelaren aan de lijn. Wat gebeurt hier? De ECB weet het ook niet, laat directeur Francesco Papadia weten. Duidelijk is dat zelfs de sterkste Europese banken nauwelijks geld kunnen lenen, schrijft Kragt. Een bankier neemt het woord en zegt: „We need three things: we want cash, we want a lot, and we want it now.”

De Europese Centrale Bank handelt als eerste. Ze leent banken 95 miljard euro, een ongekend grote cashinjectie. Zodra Amerika wakker is, schiet ook de Federal Reserve in actie. De Amerikaanse centrale bank pompt om 8.25 uur 12 miljard dollar in het systeem. Om 9.35 uur herhaalt de Fed die handeling.

Nog nooit in haar achtjarig bestaan grijpt de ECB op zo’n schaal in. En voor de Fed is het de eerste grote interventie sinds de aanslagen van 11 september 2001. Maar het heeft weinig effect. Beurzen zakken weg, de spanning bij banken onderling blijft. Een tweede ronde steun op vrijdag 10 augustus van de ECB (61 miljard euro) en Fed (38 miljard dollar) helpt ook nauwelijks. De kosten die banken elkaar rekenen om geld te lenen schieten werkelijk omhoog. De crisis is een feit.

Nederland was in augustus 2007 bezig met andere zaken. Geert Wilders schrijft in de Volkskrant dat hij de Koran wil verbieden. En Ehsan Jami, een raadslid van de PvdA in Leidschendam-Voorburg, wordt in elkaar geslagen omdat hij een comité oprichtte voor afvallige moslims. Er was wel financieel nieuws dat de zomer domineerde, maar dat had weinig met de naderende crisis te maken: ABN Amro, de grootste bank van het land, stond op het punt verkocht te worden. Er was een strijd uitgebarsten tussen Barclays, de voorkeurkandidaat van ABN, en een consortium van drie banken (Fortis, Royal Bank of Scotland en Santander).

Het nieuws over de ingrepen van de Fed en de ECB haalden zeker de voorpagina. Ook werd er genoteerd dat hiermee dat ook Europa last kreeg van de Amerikaanse hypothekencrisis. Want dat was inmiddels duidelijk. Banken wereldwijd wantrouwden elkaar omdat ze niet wisten hoeveel risico hun branchegenoten liepen op Amerikaanse rommelhypotheken. Maar economisch ging het in Nederland goed. Uitstekend zelfs. „De Nederlandse economie draait op volle toeren”, concludeerde minister Maria van der Hoeven van Economische Zaken in het voorwoord van de Macro-Economische Verkenning van het Centraal Planbureau in september 2007.

De economie groeide in 2007 met 3,5 procent. Huizenprijzen stegen met 4,2 procent. En de werkloosheid was met 4,5 procent laag en daalde zelfs. De staatsschuld bedroeg 45 procent van bruto binnenlands product, ruim onder de Europese grens van 60 procent. Er was geen begrotingstekort, maar een klein overschotje van 0,2 procent van bbp. Niemand die bevroedde dat een financieel-technische gebeurtenis op 9 augustus het begin was van zo’n desastreuze periode.

De schokken in de zomer van 2007 waren een voorbode voor de gebeurtenissen een jaar later. In september 2008 viel zakenbank Lehman Brothers. Dat faillissement ontketende een megacrisis. Opeens wankelden niet individuele banken, maar de complete internationale financiële sector. Niemand was veilig.

Zonder staatssteun bestond de kans dat de Nederlandse bankwezen weggevaagd zou worden. ABN Amro, ING, SNS en Aegon hadden financiële bescherming van de overheid nodig. Weg gezonde overheidsfinanciën, dag lage werkloosheid. De staatsschuld en het begrotingstekort liepen zodanig op dat Nederland in een ‘excessieve tekortprocedure’ belandde, het Brusselse strafbankje voor landen die hun financiën niet op orde hebben.

De financiële crisis van 2008, werd de Grote Recessie van 2009 en werd uiteindelijk de Europese schuldencrisis, waar Nederland nog middenin zit.

Banken zijn nog steeds wankel en niet bereid aan consumenten en bedrijven te lenen. Overheden zitten met hoge schulden en kunnen of willen hun economie niet stimuleren. Consumenten zien de werkloosheid oplopen en huizenprijzen dalen. Bij steeds meer Nederlanders staat het water tot aan de lippen. Elke nieuwe schok maakt de neerwaartse spiraal erger. En niemand die weet hoe hier uit te komen.

De crisis heeft de grote gebreken in het ontwerp en functioneren van de eurozone naadloos blootgelegd. Voorgestelde oplossingen betekenen in de regel meer Europa. En dat is iets waar veel kiezers in veel eurolanden niet op zitten te wachten. De honderden miljarden die naar probleemlanden Griekenland, Portugal en Ierland vloeiden, hebben de solidariteit in Europa niet alleen op de proef gesteld, maar ook ondermijnd. Volgende maand gaat Nederland naar de stembus. De verkiezingen worden gedomineerd door Europa en de vraag hoe Nederland zijn welvaart behoudt. Dat die thema’s het belangrijkst zouden zijn, was in de zomer van 2007 totaal ondenkbaar. Maar nu zijn antwoorden op die vragen van extreem belang, want, vijf jaar na het begin, is het einde nog niet in zicht.