De 2 meter lange dode zwaluw

Enorme pasteltekeningen van drie dode vogels toont Roos Holleman (22) op haar afstudeerexpositie in Breda.

Gierzwaluw van Roos Holleman

De kleinste van de drie vogels is het meest vertederend: een op zijn zij liggende kraai met de snavel tussen de veren. Hij lijkt lief te slapen, maar waarschijnlijk is hij dood. Zijn zwarte veren zijn met krijt en met trefzekere nonchalance op het grove, ruw afgescheurde papier getekend.

Is de kraai al zo’n twee maal ware grootte, Roos Holleman pakt op haar examenexpositie op de St. Joost Academie in Breda pas echt uit met haar gierzwaluw en vuurgoudhaantje. De zwaluw is twee meter en hij is van boven getekend, van het topje van zijn snavel tot het einde van zijn stijf langs het lichaampje gedrukte vleugels. Door die enorme omvang zie je met hoeveel nuance zijn bruine veren zijn getekend. Maar dood en gedrapeerd, dat is hij zeker.

Ook het vuurgoudhaantje, met zijn 9 centimeter één van de kleinste Europese vogels, is een reus geworden. Zijn veertjes zijn rafeliger dan die van de andere vogels, alsof hij al langer dood is. Waar de kraai en de zwaluw het met zwart en bruin krijt moeten doen, knalt Holleman hier met groen, geel en een vurige kuif. De wat triest gesloten ogen van het vogeltje en zijn krampachtig gebalde vuistje vertederen.

Roos Holleman (22) is gefascineerd door dood en natuur. „Ik wil begrijpen hoe het leven in elkaar zit. De dood is een staat van zijn waarin je dieren beter kunt observeren.”

De vogels vindt ze zelf, of mensen brengen ze haar. „Ik word heel snel verliefd op zoiets. Ik wil het me toe-eigenen en mijn nieuwsgierigheid botvieren.” Ze ziet zichzelf als iemand die jaagt en trofeeën verzamelt. „Een dood vogeltje kun je niet vangen maar zijn schoonheid wel. De dood betovert ons op een rare manier. Als je zo’n vogeltje aanschouwt word je ineens lotgenoten.”

Ze wil met haar tekeningen aftasten hoe het afbeelden van de natuur werkt. In de zeventiende en achttiende eeuw schoten natuuronderzoekers vogeltjes dood en tekenden ze dan alsof ze nog leefden. Ook de beroemde Amerikaanse vogeltekenaar John James Audubon deed dat volgens Holleman. „Ik wil dat terugdraaien naar de realiteit en ook meedogenloos zijn, want de natuur is niet lief. Ik wil de dood gebruiken om iets te openbaren in plaats van het melancholiseren. Daarom zijn mijn tekeningen zo groot, want ik laat zien wat ik zie als ik van dichtbij naar een dode vogel kijk. En wat ik voel op zo’n moment.”

Ze gebruikt krijt omdat het onderwerp volgens haar om dat materiaal vraagt. „Pastelkrijt is een beetje een huisvrouwenmateriaal, maar je kunt het steeds weer uitvegen en overtekenen. Het geeft de tederheid van een dood vogeltje goed weer.”

Voor ze naar de academie kwam, ging Hollemans ambitie niet verder dan tekenen en met kunst bezig zijn. Op St. Joost ging een wereld voor haar open. „Ik lees veel over evolutiebiologie en antropologie, over hoe alles functioneert en over wat ons onderscheidt van dieren en tot mensen maakt.” Samen met een vriend gaat ze het nieuwe boek van de Tilburgse neurowetenschapper Kees Brunia van beeld voorzien. „Ik maak de wetenschappelijke tekeningen, superleuk. Ik houd van dat emotieloze van wetenschap, terwijl mijn vrije werk juist emoties oproept.”

De drie vogels hangen t/m 30 sept in het Amphia Ziekenhuis, Breda. Nieuw werk op expositie ‘Jong talent’, t/m 9 sept in Watertoren Oostburg, Zeeland. Inl: roosholleman.nl