Au!

Gewichtheffer Manuel Minginfel uit Micronesië, 30 juli. Foto’s AP, AFP en Reuters

Zo had je je de Spelen niet voorgesteld. Je droomde van goud, je fantaseerde over ererondjes door het stadion. Je hoopte. Je geloofde.

Vier jaar lang heb je aan dit moment gedacht. Je ging ermee slapen, je stond ermee op, je at het, je dronk het, je poetste je tanden ermee. Het was er altijd, dat ene mantra hamerde vierentwintig uur per dag en driehonderdvijfenzestig dagen per jaar door je hoofd: Olympische Spelen, Olympische Spelen, Olympischspelenolympischespelenolympischespelenolympischespelen.

Hiervoor heb je al die sprintjes getrokken – soms tot je ervan kotste.

Hiervoor heb je je laten uitkafferen door je coach.

Hiervoor heb je al die halters in die muffe sportzaal getild.

Hiervoor heb je al die feestjes afgezegd.

Hiervoor heb je al die geestdodende trainingskampen in desolate oorden afgewerkt.

Hiervoor heb je je man, vrouw, vriend, vriendin of kinderen soms wekenlang niet gezien.

Hiervoor heb je een bord voor je kop.

Hiervoor had je zonder problemen je been willen geven. Desnoods zelfs je moeder.

Zoveel bloed. Zoveel zweet. Zoveel tranen. Alles diende dat ene doel: presteren op de Olympische Spelen. Nu moest het gebeuren. Dit had jouw moment moeten worden.

In plaats daarvan lig je plat op je smoel.

Au