Twijfel over bedrijfscultuur van Standard Chartered

De échte crisis bij de Britse bank Standard Chartered zou wel eens niet over geld maar over de bedrijfscultuur kunnen gaan. De bank verweert zich krachtig tegen de aantijging van een Amerikaanse toezichthouder dat zij tussen 2001 en 2010 voor 250 miljard dollar aan illegale transacties voor Iraanse klanten heeft uitgevoerd om de Amerikaanse sancties tegen Iran te ontduiken. De ontkenning was goed onderbouwd, maar de zaak werpt niettemin zorgwekkende vragen op over de omgang van Standard Chartered met de regelgeving. Gezien de beperkte wijzigingen die de afgelopen jaren zijn doorgevoerd in het topmanagement van de bank zijn deze vragen niet zo makkelijk te pareren.

Standard Chartered houdt staande dat het in werkelijkheid slechts om transacties ter waarde van zo'n 14 miljoen dollar gaat. Het verschil kan zijn gelegen in het feit dat veel met Iran samenhangende transacties in de Verenigde Staten tot 2008 legaal konden worden afgehandeld via een zogenoemde 'U-bocht procedure.' Hoe dan ook heeft de angst voor hoge boetes en het mogelijke verlies van licenties van Standard Chartered ervoor gezorgd dat de marktwaarde van de bank kelderde.

Maar zelfs als Standard Chartered hoge boetes zou weten te vermijden, schildert het onderzoek van de toezichthouder een beeld van institutionele arrogantie en huichelarij. Het voormalige hoofd van de Amerikaanse divisie van de bank zou het hoofdkantoor in Londen hebben gewaarschuwd voor het risico van „catastrofale reputatieschade”. Accountantskantoor Deloitte zou op verzoek van de bank een rapport over de naleving van de sancties hebben „verzwakt”. Het opvallendst is een vermeende tirade tegen „die verdomde Amerikanen” van een anonieme directeur van de bank in Londen.

Als de bedrijfscultuur van Standard Chartered tekortkomingen in het verleden weerspiegelt, kunnen de gevolgen zich tot de dag van vandaag doen voelen. De bank zegt dat zij ruim vijf jaar geleden is gestopt met de afhandeling van Iraanse transacties, maar het managementteam is sindsdien grotendeels intact gebleven. Topman Peter Sands, die tot 2006 financieel directeur was, zit nog steeds op dezelfde plek, evenals acht van de achttien commissarissen.

Standard Chartered heeft weinig behoefte aan nóg meer twijfels over zijn bedrijfscultuur. Uitvoerend directeur Jaspal Bindra veroorzaakte in januari opschudding toen bleek dat hij er drie weken nodig had om de bank ervan op de hoogte te stellen dat hij een lening had afgesloten met zijn eigen aandelen in de bank als onderpand. De grootste aandeelhouder, het Singaporese Temasek, heeft op de jongste aandeelhoudersvergadering geweigerd diverse directeuren te steunen. Zelfs als de bank kan aantonen weinig fout te hebben gedaan in de zaak rond de Iraanse transacties, zou een beetje introspectie geen kwaad kunnen.

Vertaling Menno Grootveld