Te veel leed om iedereen te horen

Ex-kindsoldaten van Thomas Lubanga in Congo krijgen compensatie. Het Strafhof stelt slachtoffers centraal. Zolang het nog te betalen is.

Thomas Lubanga: 127 ex-kindsoldaten namen deel aan zijn proces. Foto AP

In een opzicht zijn de slachtoffers van de Congolese krijgsheer Thomas Lubanga beter af dan de slachtoffers van de Liberiaanse oud-president Charles Taylor. Want ook al is Taylor vorige maand door het Speciale Hof voor Sierra Leone veroordeeld tot vijftig jaar cel, de kindsoldaten die voor hem vochten in de gruwelijke burgeroorlog in het West-Afrikaanse land krijgen geen schadevergoeding.

De kindsoldaten die Lubanga ronselde komen wel in aanmerking voor compensatie, besloot het Strafhof gisteren in zijn eerste vonnis over herstelmaatregelen.

Het Strafhof deed wat het verwacht werd te doen. Bij de oprichting, tien jaar geleden, werden slachtoffers centraal gesteld. Voor het eerst in de geschiedenis kunnen ze als partij deelnemen aan strafzaken voor een internationale rechtbank. Voor mogelijke toekomstige herstelbetalingen werd toen al een speciaal ‘Slachtofferfonds’ ingesteld, dat onderdeel is van het Hof. Dat wordt nu voor het eerst aangesproken.

Deze vernieuwing was het antwoord op ontevredenheid over de behandeling van slachtoffers bij zogenaamde ‘ad hoc-tribunalen’, zoals het Joegoslavië-tribunaal. Slachtoffers die kwamen getuigen, voelden zich niet meer dan een nummer, wat in soms tot een nieuw trauma leidde. Dat moest anders, vonden juristen en mensenrechtenorganisaties.

Maar tien jaar later is het enthousiasme over de rol van slachtoffers bij het Strafhof flink getemperd. Slachtofferorganisaties klagen dat het op papier goed geregeld is, maar dat het Strafhof in de praktijk niet genoeg doet. Sommige juristen vinden hun rol juist te groot, wat zorgt voor lange, kostbare procedures in een tijd dat de begroting van het Strafhof onder druk staat.

Het gaat bij het Internationaal Strafhof om misdrijven waarbij duizenden, tienduizenden of zelfs honderdduizenden slachtoffers betrokken zijn. Registratie en verificatie van hun verhalen is moeilijk, aangezien ze vaak in afgelegen gebieden leven en er sprake is van een grote culturele barrière. Bovendien kan medewerking met het Strafhof voor hen gevaarlijk zijn, wanneer het conflict nog voortduurt.

Slachtoffers riskeren hun leven door mee te werken aan een proces, maar krijgen nauwelijks steun, menen slachtofferorganisaties. Er is een gebrek aan bescherming en communicatie, zegt Carla Ferstman, directeur van Redress, een Britse organisatie die zich wereldwijd inzet voor slachtofferrechten.

Toch weten steeds meer slachtoffers het Strafhof te vinden. Werden in de zaak tegen Lubanga 127 mensen toegelaten tot de procesgang, in de nog lopende zaak tegen de voormalige vicepresident van Congo, Jean-Pierre Bemba, zijn het er al ruim 4.000. De rechter moet bij elke aanvraag beoordelen of het daadwerkelijk om een slachtoffer gaat. Vorig jaar werden aanvragen soms verworpen omdat er geen tijd was om ze te behandelen.

„De individuele registratie is veel te tijdrovend”, zegt Christine Van den Wyngaert, rechter bij het Strafhof. „In de zaak tegen [de voormalige Ivoriaanse president Laurent, red] Gbagbo proberen we al om aanvragen te collectiviseren. Dat kan niet volledig, maar wel in zekere mate.”

Van den Wyngaert is een van de belangrijkste critici van de huidige opzet. De Belgische heeft als rechter bij het Joegoslavië-tribunaal gewerkt en vindt het goed dat er bij het Strafhof meer aandacht is voor de belangen van slachtoffers. „Maar als je ziet wat al die goede bedoelingen hebben opgeleverd. Er gaat veel geld naar ambtenaren van het hof en advocaten die de slachtoffers bijstaan, terwijl dat nuttiger kan worden besteed.”

De slachtoffers verschijnen meestal niet persoonlijk in de rechtszaal, ze worden vertegenwoordigd door een advocaat. Die mag tijdens het proces suggesties doen voor bewijslast en getuigen ondervragen. Van den Wyngaert vraagt zich af of slachtoffers wel partij in strafzaken moeten zijn. „In theorie zijn ze geen aanklager, maar in de praktijk gaan ze zich wel zo gedragen, waardoor het evenwicht zoekraakt. Ook kun je je afvragen of het proces hierdoor niet onnodig gerekt wordt. Veel ooggetuigen zijn slachtoffers, dus eigenlijk hebben ze al een rol.”

Het idee was dat slachtoffers als partij in het proces zouden bijdragen aan waarheidsvinding. Maar in de eerste zaken was dit volgens Van Den Wyngaert niet het geval. In de Lubanga-zaak vond de rechter de getuigenissen van veel slachtoffers onbetrouwbaar. De aanklager maakte, zoals vaker gebeurt, gebruik van tussenpersonen, die de taal van de slachtoffers spreken en de lokale situatie kennen. Sommigen wilden munt slaan uit hun rol en zetten slachtoffers aan tot valse verklaringen.

Luc Walleyn, een Belgische advocaat die een groep slachtoffers bijstaat in de Lubanga-zaak, erkent dat de tussenpersonen fouten hebben gemaakt. Maar hij vindt niet dat de rol van slachtoffers moet worden ingeperkt. „Het is gewoon een aanpassingsperiode. Het systeem is nieuw en veel regels en voorschriften worden al doende vastgesteld.”

Walleyn vindt ook niet dat slachtoffers het proces onnodig vertragen. ,,Driehonderd slachtoffers betekent niet driehonderd advocaten. Er is sprake van class action, ik vertegenwoordig een groep. Het is belangrijk dat slachtoffers een stem hebben. Dat kan de aanklager niet, want die vertegenwoordigt de internationale gemeenschap.”

In november gaan de staten die zich bij het Strafhof hebben aangesloten praten over de rol van slachtoffers. Het is crisis en de begroting van het hof, dat wordt gefinancierd door de aangesloten landen, staat onder druk. De verwachting is dat in elk geval de tijdrovende individuele registratie van slachtoffers verdwijnt.

Hoofdaanklager Fatou Bensouda wil juist meer aandacht voor slachtoffers. Ze zei bij haar beëdiging in juni dat ze zich zou „richten op en luisteren naar de miljoenen slachtoffers die nog steeds lijden onder enorme misdaden.” Die kostbare procedures zijn nu eenmaal de prijs voor internationaal recht, vindt ze.

Slachtoffergroepen waren blij met haar woorden. Zij hopen dat het hof onder haar leiding de steun voor slachtoffers zal verbeteren. Ferstman van Redress: „Voor veel slachtoffers is het Strafhof ver weg. Zonder de link met slachtoffers, kun je je afvragen over wie het hof recht probeert te spreken en, belangrijker, aan wie het hof recht probeert te doen.”