Syrische tanks in Aleppo rukken op

Syrische legereenheden met tanks zijn vanochtend doorgedrongen in de wijk Salaheddin in de noordelijke stad Aleppo waar rebellen de afgelopen twintig dagen standhielden. Een regeringsbron zei tegen de televisiezender van het Libanese Hezbollah dat het leger Salaheddin nu controleert. De oppositie meldde de zwaarste gevechten in en rond de wijk sinds het begin van de oorlog in deze economische hoofdstad van Syrië, maar zei dat zich nog opstandelingen in Salaheddin bevonden.

Volgens de regeringsbron beschikt het leger over zeker 20.000 man in en rond Aleppo, en tellen de rebellen tussen 6.000 en 8.000 manschappen. Amnesty International meldde dat beide zijden hun plicht verzaken om burgers te beschermen.

President Bashar al-Assad zei gisteren vastbesloten te zijn de opstand tegen zijn regime neer te slaan. Hij verscheen op de staatstelevisie samen met een afgezant van de Iraanse opperste leider, Saeed Jalili. Deze onderstreepte dat de band tussen zijn land en Syrië onverbrekelijk is.

De Iraanse minister van Buitenlandse Zaken, Ali Akbar Salehi, zei gisteren dat onder de 48 Iraniërs die zondag door Syrische rebellen zijn ontvoerd, ook gepensioneerde militairen of revolutionaire gardisten zijn. Hij ontkende dat de mannen een militaire taak hebben; ze waren op pelgrimstocht toen ze bij Damascus werden ontvoerd, herhaalde hij. Volgens de rebellen zijn het allemaal gardisten, en waren ze op verkenningsmissie.

Een rebellengroep in Damascus meldde gisteren een Russische generaal, Vladimir Kodzjijev, te hebben gedood die als adviseur voor het Syrische ministerie van Defensie werkte. Op een video op Youtube werd als bewijs een identiteitsbewijs getoond dat voor de Rus door het ministerie zou zijn afgegeven. Maar in Moskou werd de claim tegengesproken. Een reservegeneraal met dezelfde naam bevestigde daar dat hij in leven is. (Reuters, AP, AFP)