Strafhof: compensatie voor slachtoffers Lubanga

Slachtoffers van de Congolese krijgsheer Thomas Lubanga krijgen compensatie. Dat heeft het Internationaal Strafhof in Den Haag gisteren bepaald. Het Hof veroordeelde Lubanga vorige maand tot veertien jaar cel voor het rekruteren en inzetten van kindsoldaten in Oost-Congo, in 2002 en 2003.

Het is voor het eerst dat het Strafhof zich uitspreekt over hulp aan slachtoffers. De rechters hebben alleen in grote lijnen aanwijzingen gegeven. Ze hebben de schade als gevolg van Lubanga’s misdaden breed gedefinieerd, waardoor ook indirecte slachtoffers, zoals familieleden van kindsoldaten, voor compensatie in aanmerking komen.

Een apart slachtofferfonds stelt vast wat de beste vorm van compensatie is en hoeveel geld beschikbaar is. Het fonds heeft 3,5 miljoen euro in kas, waarvan netto 1,2 miljoen euro overblijft voor herstelmaatregelen in alle zaken die onder het Strafhof vallen. Het fonds wordt aangesproken als de veroordeelde geen geld heeft.

Het fonds is voorstander van een gemeenschappelijke aanpak. „Onderzoek naar individuele slachtoffers kost erg veel geld”, zegt Pieter de Baan, directeur van het slachtofferfonds van het Strafhof. „Met een collectieve benadering bereik je meer. Bovendien vermijd je zo verdere stigmatisering van kindsoldaten en polarisatie in de gemeenschap.”

Het fonds trekt die les uit onderzoek in de getroffen gemeenschappen in de Oost-Congolese regio Ituri, waar Lubanga de kindsoldaten ronselde voor zijn militie. „Stamleiders vroegen ons: ‘hoe gaan jullie bepalen wie slachtoffer is?’” Veel voormalige kindsoldaten zijn niet alleen slachtoffer, maar worden ook gezien als daders. Allen behoren tot dezelfde stam als die van Lubanga.

Sommigen sloten zich vrijwillig aan. Zo stond de Belgische advocaat Luc Walleyn twee jongens bij die zich vrijwillig bij de militie van Lubanga hadden gevoegd nadat een andere militie hun hele familie had uitgemoord.

De maatregelen worden in samenspraak met de slachtoffers en hun gemeenschappen bepaald. Het fonds denkt aan onderwijs voor voormalige kindsoldaten of projecten om hun terugkeer in de maatschappij te vergemakkelijken, en om verzoening tot stand te brengen. „Het hoeft niet groots en meeslepend te zijn”, zegt De Baan. „Het gaat om erkenning.”

Het budget is relatief beperkt. Landen en individuen dragen bij. Door de crisis is geld ophalen lastig.

Het fonds kan ook zonder een vonnis van het Strafhof optreden. Meer dan 80.000 mensen hebben daarvan geprofiteerd. Zo helpt in Noord-Oeganda een Nederlandse plastisch chirurg mensen die verminkt zijn door het Verzetsleger van de Heer van Joseph Kony.