Red met uw stadstuin de bedreigde natuur

Voor een paar euro tovert u uw stadstuin om in een paradijs voor zeldzame planten. Weg met dat exotisch perkgoed, stelt Harro de Jong.

In een kleine, schaduwrijke stadstuin in Arnhem bloeit sinds kort het Boswalstro, een plantje dat officieel sinds tientallen jaren in Nederland is uitgestorven in het wild. Het plantje is afkomstig uit een zakje bosrandzaadmengsel, besteld via internet voor 5,50 euro. Om het Boswalstro heen staan andere zeer zeldzame bosplanten als Knikkend Nagelkruid, de beschermde Tongvaren en de Zachte- en Stijve Naaldvaren, soorten van de categorie ‘zeer zeldzaam’ op de Rode Lijst van in Nederland verdwenen en bedreigde planten. Ook deze planten komen van de kweker, waar je – als je goed zoekt – bijna alle in Nederland bedreigde soorten gewoon kan kopen.

Vanuit deze tuin verspreiden de bedreigde planten zich over de stad. Het Knikkend Nagelkruid schiet al her en der omhoog tussen de stoeptegels. De vochtige, kalkrijke voegen in bakstenen muren vormen uitstekende vestigingsplaatsen voor de varens.

Er is dus hoop voor mensen die geen zin hebben om in bange afwachting toe te kijken hoe allerlei plantensoorten uitsterven, en die van de overheid weinig verwachten op dit gebied. U kunt zelf de bedreigde plantensoorten redden – met uw stadstuin. Met haar uiterst gevarieerde, door de mens gecreëerde omstandigheden, extreme microklimaten, natte en droge plekken, kunstmatige rotsformaties en uitgestrekte, kleinschalige heggenlandschappen biedt de stad voor talrijke, nogal kieskeurige planten heel aantrekkelijke leefomstandigheden die buiten de stad juist zeldzaam zijn (geworden).

Zeldzame plantjes zijn evenwel niet bijster mobiel en rukken dus wat minder gemakkelijk op dan beesten als de vos, de sperwer en de slechtvalk. Deze zijn op eigen kracht de stad in rap tempo aan het veroveren, in navolging van de al eerder geürbaniseerde merel, reiger en huismus. Juist in het introduceren van die planten in de nog onontdekte leefgebieden die de ecotoop ‘stad’ te bieden heeft, kan uw tuinieren geweldig helpen.

Hoe onverwachts spectaculair deze verovering van stadslandschappen door de natuur kan zijn, leert ons het voorbeeld van legerbasis Soesterberg, die vorig jaar in het nieuws was. Vanuit de omliggende bossen wist de Blaasvaren zich te vestigen in de schaduw van honderden overbodig geworden legervoertuigen, die stonden te wachten om te worden verkocht. Het aantal varens liep op tot wel tienduizend – 95 procent van de hele Nederlandse populatie! Dit bemoeilijkte vervolgens de verplaatsing en verkoop van de legervoertuigen. Die werden pas mogelijk na een 22.000 euro kostend reddingsplan waarmee in eerste instantie 300 van deze zeldzame varens werden verplaatst naar elders. Voor datzelfde bedrag had je overigens bij de kweker gewoon die totale tienduizend varens kunnen bestellen.

Het uitzaaien van zeldzame soorten stuit heel wat mensen tegen de borst. Dat is niet ‘natuurlijk’ – dat is tuinieren. In hun ogen is een natuurgebied iets waar de mens geen bemoeienis heeft, maar in dat woord, ‘natuur-gebied’, zit precies de angel in deze vaak fel oplopende discussie. De één heeft het over natuur in termen van soorten, de ander rekent in aantallen ongerepte gebieden – maar wat is ongerept? De balans van plant- en diersoorten die als norm dient ten opzichte waarvan de af- of toename van soorten wordt bekeken, is immers het resultaat van eeuwenlang reppen: het kleinschalige getuinier van de ouderwetse landbouw die ons cultuurlandschap heeft gemaakt. Deze landbouw is verdwenen, dus tuinieren tegenwoordig de natuurorganisaties in plaats van de keuterboertjes om de soortenbalans gelijk te houden.

Als er voor de zeldzame soorten dan toch moet worden getuinierd, waarom dan niet in de tuin? Miljoenen tuineigenaren zijn in dat geval de potentiële natuurbeheerders die bij elkaar miljarden uren en euro’s investeren in het vertroetelen van de door hen gekoesterde soorten en het opruimen van al te opdringerige soorten.

Het gekke is: waar natuurorganisaties exotische boompjes staan uit te trekken omdat ze als onkruid worden beschouwd, doen we in onze tuinen, parken en plantsoenen vaak nog precies het tegenovergestelde! Inheemse planten (natuur) worden als ‘onkruid’ stelselmatig uitgeroeid, ten faveure van het exotische en doorgefokte perkgoed uit het tuincentrum of de bouwmarkt. We lijken vergeten wat we met onze eigen inheemse planten kunnen doen, terwijl deze ‘vergeten’ streekeigen planten het hier van nature geweldig mooi doen, zichzelf vermenigvuldigen en perfect zijn aangepast aan de seizoenen en ons klimaat. En ze kunnen dus de stad veroveren, die bijzondere manmade ecotoop die nog maar nauwelijks is ontgonnen.

We willen er vaak maar moeilijk aan, natuur die ons aardig vindt. Die is verdacht. Die zal wel ziek zijn. Waren wij niet de Slechte? Maar bloemen houden van mensen, dus als u uw tuinen, balkons, daken en plantsoenen voor de streekeigen, vergeten planten openstelt, zijn wonderbaarlijke vermenigvuldigingen zoals op Soesterberg en in Arnhem ook bij u in de buurt niet uit te sluiten.

Dan kunnen we de Rode Lijst binnenkort wellicht afschaffen.

Landschapsarchitect Harro de Jong is eigenaar van Buro Harro, auteur van onder meer Het Groot Apeldoorns Landschapskookboek en gastdocent op diverse hogescholen en universiteiten.