'Recordaantal kinderen vermist op het strand'

De aanleiding

Op de voorpagina van dagblad Spits waarschuwde Reddingsbrigade Nederland maandag beter op te letten als je kind bij het water speelt. Mobiele telefoons, laptops en iPads zouden ouders steeds meer afleiden van hun kinderen, zegt directeur Raymond van Mourik. Gelukkig is er hulp, volgens de krant. Reddingsbrigade Nederland deelt samen met verzekeraar Interpolis gratis kinderpolsbandjes voor 06-nummers uit aan ouders.

Aanleiding voor het bericht is het ‘recordaantal’ vermissingen van kinderen op stranden en bij recreatieplassen, zo meldde Reddingsbrigade Nederland een week eerder. Sinds ze begon met tellen in 2007 herenigde de brigade in één week niet eerder zoveel vermiste kinderen met hun ouders als in de laatste week van juli: 477. „Het totale aantal ligt dit jaar nu al op 733, terwijl het gewoonlijk rond de 698 ligt.” Onder meer het NOS Journaal nam het nieuws over.

Interpretaties

Het bericht riekt misschien naar campagnenieuws, maar dat is slechts ten dele waar. Directeur Van Mourik stuurt de cijfers over reddingen en vermiste kinderen elke week naar persbureau ANP. Nu was er toevallig sprake van een record en zette dagblad Spits het bericht op de voorpagina.

Wel heeft de brigade sinds de aanstelling van directeur Van Mourik in 2008 het beleid om door publicatie van hulpverleningscijfers zoveel mogelijk in de publiciteit te komen, mede om mensen bewust te maken van de gevaren. Het werkt: ‘Record voor reddingsbrigade’ meldde Spits afgelopen Pinksterweekend. ‘Reddingsbrigade heeft het druk’, meldden verschillende media rond dezelfde tijd vorig jaar. In de zomer van 2010: ‘Reddingsbrigade heeft een recordaantal hulpverleningen verricht’. In 2009: ‘Reddingsbrigade registreert record aan hulpverleningen’. En in 2008: ‘Reddingsbrigades heeft afgelopen week een record aantal reddingen verricht’.

Vanwege het succes heeft Van Mourik ook dit jaar alle lokale brigades die aan bewaking doen – zo’n 90 – aangespoord de cijfers goed te registreren. Dat is nodig „om het belang van de reddingsbrigades met duidelijke cijfers onderbouwd te laten zien”, zo staat te lezen in de nieuwsbrief.

En, klopt het?

De uitspraken van Reddingsbrigade Nederland over ‘recordaantallen’ kunnen alleen iets zeggen over de periode 2007-2012. Voor die tijd hielden brigades hun werkzaamheden niet even goed en op dezelfde manier bij. In 2008 is de organisatie begonnen met een registratieperiode van zeven weken. Die periode is in 2010 uitgebreid tot tien weken in en rondom de zomervakantie. Sinds 2011 tellen ook de ‘bijzonder mooi weer periodes’ in het voorseizoen mee in de telling, waaronder in 2011 het Paasweekend en in 2012 het Pinksterweekend. Voor de jaarcijfers is het aantal weken mooi weer van grotere invloed dan het aantal weken van registreren.

Aan de registratie deed in de eerste week van 2008 zo’n 35 procent van de brigades mee. Toen bleek dat de media erop aansloegen, nam het aandeel met wat aansporing van het hoofdkantoor snel toe tot circa 85 procent in 2009. Hierop is het percentage sindsdien blijven hangen; de overige 15 procent zijn kleinere, minder permanente posten. Van de dertig grotere brigades doen de meeste wel al vanaf het begin mee. Zij vertegenwoordigen zo’n 70 procent van de hulpverlening. In totaal wordt inmiddels zo’n 95 procent van de hulpverlening geregistreerd, zegt Van Mourik.

Als ‘vermist’ telt de brigade iedereen die als zodanig op het Uniform Hulpverleningsverslag staat genoteerd. Zo’n 99 procent is kind, een enkeling verward. Ook ‘aangebrachten’ – kinderen die hun ouders kwijt zijn –vallen onder die definitie. Vermisten komen op het verslag terecht als ze bekend staan bij de meldkamer. Bij sommige brigades gaat het aanmaken automatisch als er een melding binnenkomt. Bij kleinere brigades, soms op plekken zonder wifi, gebeurt invullen met de hand en wordt bij drukte het noteren van een hulpactie weleens vergeten. Aanmelden gebeurt vaak per portofoon door patrouilles die zijn benaderd door ouders. Als zij een kind snel weer vinden, wordt dat niet altijd geregistreerd.

Het record waarover Spits bericht gaat over het aantal vermiste kinderen in één week: 477 in week 30. Volgens het overzicht van alle vermissingen sinds 2008 dat de brigade op verzoek van next.checkt levert, is dit inderdaad een record. Alleen in week 32 van 2009 waren er bijna net zoveel kinderen vermist: 462. Spits meldt dat de brigade dit jaar in totaal al 733 vermissingen telde, „terwijl het gewoonlijk rond de 698 ligt”. Het getal 698 is inderdaad een gemiddelde, al zijn de jaarlijkse verschillen groot: 582 vermissingen in 2011, 961 in ‘recordjaar’ 2009.

De cijfers die de brigade levert, gaan vooral over hulpverlening bij stranden en recreatieplassen in heel Nederland en bij grote waterevenementen, waaronder de Nieuwjaarsduik en Te Land ter Zee en in de Lucht. Alleen op Schiermonnikoog, Ameland, Terschelling en Vlieland huren gemeenten de Koninklijke Nederlandse Redding Maatschappij (KNRM) in. Bij Friese plassen is vaak helemaal geen bewaking. Friezen, is daar de houding, vallen niet in het water.

In de berichtgeving wijt Reddingsbrigade Nederland het record van vermissingen aan het gebruik van mobiele telefoons, laptops en iPads. Die zouden ouders steeds meer afleiden van hun kinderen. Directeur Van Mourik baseert zich op de binnengekomen Hulpverleningsverslagen waarop brigades vaak een toelichting schrijven: „Ik was even op mijn iPad bezig en zag toen mijn kind niet meer.”

Er kunnen andere factoren zijn die het cijfer mede beïnvloeden. Zo kan het zijn dat ouders de laatste jaren bij een vermissing eerder een patrouille inschakelen en minder lang zelf zoeken. Ook weten ouders de Reddingsbrigade mogelijk eerder te vinden door de aandacht van de media ervoor. Voor het belang van deze factoren zijn slechts aanwijzingen, geen onderzoek.

Conclusie

Reddingsbrigade Nederland meldde dat ze in de laatste week van juli een recordaantal vermiste kinderen had herenigd met hun ouders: 477. Het record is gebaseerd op de registratie sinds 2007. In haar poging om het aantal hulpverleningen te registreren lijkt de organisatie aardig te slagen: de meeste brigades leveren cijfers in en ze worden aangespoord nauwkeurig te registreren. Zou de bewering over een jaarrecord gaan, dan valt ertegenin te brengen dat de registratieperiode nu langer is dan in 2009. De bewering gaat echter over een weekrecord op basis van eigen statistieken. Next.checkt beoordeelt de bewering daarom als waar.