Psss, meisje, meisje

Het was een topweek wat betreft het bevestigen van vooroordelen over allochtonen. Zo maak je ze niet vaak mee. Eerst pakt meervoudig K1 kampioen-in-ruste Badr Hari de vrouw van Ruud Gullit af en bekent hij in een Amsterdamse politiecel dat hij zich tijdens een groot dance-event schuldig heeft gemaakt aan zware mishandeling van een multimiljonair.

Daarna zie ik een fragment van de Vlaamse documentaire Femme de la Rue. Sofie Peeters, een filmschoolstudent, gaat een Brusselse achterstandswijk in en wordt daar door voornamelijk allochtone jongemannen op niet mis te verstane wijze aangesproken op haar kleding. En het beroep dat daar waarschijnlijk bij zal horen.

Toe maar hoor, denk ik wanneer een jongen met een baardje en een fez haar vraagt „...hoeveel ze moet kosten”.

Peeters meldt zelf in een interview met de Belgische krant De Standaard dat ze niet blij is met hoe naar aanleiding van haar documentaire alle allochtone mannen over één kam worden geschoren. Iets waar ik me ook wel eens schuldig aan maak.

Zoals toen ik anderhalf jaar in de Amsterdamse wijk Slotervaart woonde. Een buurt die, net als die waar Femme de la Rue zich afspeelt, op van die leuke interactieve plattegrondjes donkerrood kleurt door het hoge percentage allochtonen dat er woont.

Ik werd vlak na mijn verhuizing door mijn nieuwe huisgenote gewaarschuwd voor de Marokkaanse jochies die zich tegen de avonduren in ons portiek verzamelden. Heel terloops had ze dat gedaan. Och, had ik gereageerd, geen probleem.

Mij laten ze toch met rust, dacht ik. Ik was tenslotte een man. En zag er ongetwijfeld een beetje uit als die jongetjes. Ik heb inderdaad nooit last van ze gehad…Wel maakte ik me zorgen om mijn vriendin die me voortaan op dit adres zou moeten bezoeken. De eerste keer dat ze mij in Slotervaart opzocht, belde ze aan en liet ik haar via de zoemer op de intercom binnen. Het was al avond en op de achtergrond hoorde ik de stemmen van het intussen bekende groepje jongens. Uit voorzorg trok ik vast mijn schoenen aan en bereidde ik me voor om naar beneden te rennen en de eer van mijn vriendin te verdedigen. Op z’n Badr Hari’s. Toen ze boven kwam, vroeg ik: „Hebben die gastjes iets tegen je gezegd?” Ze knikte ernstig. De schoften, dacht ik.

„Wat dan?”

„Meisje, meisje”, en nu glimlachte ze, „wat zie je er mooi uit!”