Pionieren tussen Bulgarije en Turkije

Tosca Niterink en Anita Janssen ondernemen opnieuw een voettocht waarvan ze verslag zullen doen op deze pagina.

Voor onverwachte overnachtingen ligt er een tentje op de wandelkar die ze voorttrekken. Voor taalproblemen rekenen ze op de iPhone. „We hebben een app die Hallo, ik ben verdwaald in het Bulgaars kan zeggen.” En voor minder fortuinlijke ontmoetingen met vieze schaapherders dragen ze een stok mee. Tosca Niterink (Thea van Theo en Thea, Blauwe Nel uit Walhalla) en haar wandel-, dans- en levenspartner (camerajournaliste Anita Janssen) ondernemen opnieuw een voettocht waarvan ze verslag zullen doen op deze pagina. Ze trekken in zeven weken van Sofia in Bulgarije naar Istanbul in Turkije.

Na twee tochten naar Santiago de Compostela zijn Niterink en Janssen in de ban van het langeafstandswandelen. „Annie en ik hadden het afgelopen decennium samen de halve wereld over gereisd, maar bleven wandelschuw.” Na het lezen van een boekje over de voettocht van een Duitse Paul de Leeuw naar Santiago de Compostela, lieten ze zich toch verleiden. Janssen: „We werden zo enthousiast dat we van Amsterdam naar Tibet wilden lopen.” Tibet werd het niet, wel Istanbul. „Na tweemaal het zuiden van Europa te hebben doorkruist begon ik te zoeken naar andere lange wandeltochten en hoorde over The Sultan’s Trail.” In 1529 en 1532 probeerde de Osmaanse sultan Süleyman I met zijn leger Wenen te veroveren. Hij trok van Istanbul naar Oostenrijk. Süleyman mislukte tweemaal.

Janssen las over de Haarlemse Turk Sedat Cakir die jaarlijks met een groep vrijwilligers een deel van Süleymans 16de-eeuwse route markeert. Cakir wil een soort nieuwe Camino in Midden-Europa; een wandeltocht van Wenen naar Istanbul, 2.200 kilometer, langs vergeten paden en historische plekken. Niterink: „Je wandelt langs plekken waar de sultan is geweest; dorpjes, maar ook industrieterreinen en bossen. Het schijnt dat er beren en wolven zitten. Annie, we moeten een berenbel meenemen!” „Die kan ik vast op mijn iPhone zetten”, sust Janssen.

Janssen en Niterink twijfelden even toen ze hoorden dat in het deel van The Sultan’s Trail dat zij wilden wandelen, van Sofia naar de grens van Turkije, het Rilagebergte zat. Een klim van 2.000 kilometer. Cakir vermeldde dat er een alternatief deel van de route bestaat langs het gebergte. De sultan is verschillende keren op en neer gegaan, en niet elke keer met al z’n paarden de bergen over. Maar daar waren geen markeringen. De dames stelden voor om dit stukje Sultan’s Trail light uit te zetten, legt Niterink uit. „Tussen Sofia en Ederne gaan we stickers plakken op de taluds van snelwegen.”

„Het wordt pionieren”, vertelt Janssen. „Een puzzeltocht. We kennen de taal niet, kunnen geen cyrillisch schrift lezen.” Niterink: „Elke dag bekijken we op Google Earth wat we lopen.” De dames lieten een eenwielige wandelkar op maat maken waarop ze hun bagage voorttrekken.

Waarover de wandelverslagen ditmaal zullen gaan is nog onduidelijk, alvast niet over ‘twee vrouwen over de houdbaarheidsdatum’ die zichzelf terugvinden in de natuur. In Klimmen naar Kruishoogte, het boek dat Niterink schreef over haar belevenissen op weg naar Santiago, gingen lyrische omschrijvingen van olijfbomen naadloos over in tirades over de onbekwame schrijfster van hun wandelgids, compagnons die de batterij van de telefoon met gps hebben leeggetwitterd en de stinkende sokken van medewandelaars. Nu is de kans dat ze andere wandelaars ontmoeten miniem. Niterink: „Och, je vindt wel iets om over te schrijven. Er komt altijd wel een oud wijf uit een hekje lopen dat iets zegt.”