Ombudsman: humanere opsluiting vreemdelingen

Het opsluiten van vreemdelingen die niet in Nederland mogen blijven, is niet humaan. Dat schrijft de Nationale ombudsman Alex Brenninkmeijer in een rapport.

Rotterdam. De Nationale ombudsman Alex Brenninkmeijer vindt dat er snel humanere alternatieven moeten komen voor het opsluiten van vreemdelingen. Als vreemdelingen niet in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning, moeten ze terug naar hun land van herkomst. Soms is dat onmogelijk doordat dat land hen niet terug wil nemen. Soms werken uitgeprocedeerde asielzoekers zelf niet mee aan terugkeer. In beide gevallen kunnen ze in de gevangenis terechtkomen (vreemdelingenbewaring).

Jaarlijks houdt Nederland ongeveer 6.000 mensen in vreemdelingenbewaring. Het regime is daar strenger dan in een gewone gevangenis. Ze weten niet hoe lang de detentie gaat duren: de termijn kan oplopen tot achttien maanden.

De overheid mag vreemdelingen vastzetten om hen te kunnen uitzetten, erkent Brenninkmeijer. Maar hij vindt het onbehoorlijk dat vreemdelingen „langdurig onder zeer beperkende omstandigheden van hun vrijheid beroofd worden”.

Minister Gerd Leers (Immigratie en Asiel, CDA) beaamt in een schriftelijke reactie dat vreemdelingendetentie alleen een uiterst middel mag zijn om vreemdelingen uit te zetten. Hij wijst erop dat vreemdelingen detentie kunnen voorkomen. „Wie gewoon meewerkt aan vertrek, hoeft niet in detentie terecht te komen.” NRC