In essentie hebben we allemaal Epkes lichaam

Redacteur Wetenschap

Je kán beweren dat Epke Zonderland en al die andere adembenemende topturners op de rekstok een triomf van de mensapenevolutie zijn. Want alleen de mensaap heeft zo’n fabelachtig draaiend schoudergewricht waarmee hij moeiteloos door de bomen kan slingeren. Maar wie kan dat verre boomverleden wat schelen als hij deze grenzeloze coördinatie van draaiingen, schroeven en Cassina/Kovacs/Kolman-combinaties ziet?

Dit zou een aap nooit doen. Hier tonen gedreven mensen waartoe ons feilbare menselijke lichaam óók in staat is. De meeste toeschouwers hebben al moeite het evenwicht te bewaren als ze over een plankje over een sloot lopen. Toch hebben we in essentie allemaal hetzelfde lichaam als Epke – het verschil is dat deze topatleet zijn leven lang heeft getraind op dit type bewegingen en reflexen. Zijn spieren zijn ongelofelijk sterk, maar vooral zijn brein is sneller dan het onze. Het brein van een topzeiler reageert veel sneller op een windvlaag dan het onze. Een bokser ziet de klap eerder aankomen.

Oefening, oefening, oefening. Dat is de toverwoord van alle prestaties. Ongeacht de mate van talent bleek iedere violist die het hoogste examen van de Britse muziekscholen behaalde ten minste 3.100 uur te hebben geoefend, zo stelde de musicoloog John Sloboda ooit vast. Talent bestaat niet, was zijn conclusie. Iedereen die 10.000 uur aan een bepaalde activiteit wijdt, kan in dat domein een ‘expert’ worden, was de conclusie van ander onderzoek, of dat nu hardlopen of jongleren is. Waarbij natuurlijk niet altijd alle experts even goed worden. Maar ze kunnen wel wat.

Het moderne sportideaal brak pas door nadat de mens de strijd om overleving definitief gewonnen leek te hebben, na de Industriële Revolutie van de vroege negentiende eeuw en de hygiënisch-medische revolutie van de tweede helft van die eeuw. Daarvoor wijdde de mens zijn lichaam vooral aan het overleven: het werk op het land, het feilloos zwaardvechten of alle geheime kundes van de jacht. In documentaires over natuurvolken zie je ze nog wel eens: de zestigjarige die razendsnel een boom in klimt. Hij moet wel en hij heeft zijn leven lang geoefend. Maar in de negentiende eeuw ontstond het simpele fabriekswerk en het zittende kantoorwerk. Het menselijk lichaam zocht een andere uitweg.

Niemand kan nu waarschijnlijk Epke evenaren in de combinatie van kracht en coördinatie, maar volgens de Zuid-Afrikaanse sportwetenschapper Timothy David Noakes werd al kort na 1900 de grootste duursportprestatie aller tijden neergezet. Een normale Tour de France kost een wielrenner zo’n 200.000 kilocalorieën, de duurloop dwars door de Verenigde Staten schijnt 350.000 kilocalorieën te kosten. Maar dat valt allemaal in het niet bij de atleten die 160 dagen lang tien uur per dag sledes trokken over de zuidpool: het ten dode opgeschreven team van Robert Scott in 1911/12 en het fortuinlijker gezelschap van Ernest Shackleton in 1914/15. Zij verstookten in totaal ongeveer een miljoen kcal. Dat is zo’n 6.000 kcal per dag, tweederde van wat een Tour de France-rijder verbruikt, maar die zijn wel al na drie weken klaar. Het enige dier dat volgens Noakes de mens in uithoudingsvermogen de baas is, is waarschijnlijk de husky, de sledehond, die op het poolijs moeiteloos 1.700 km rent in acht dagen.

En voer voor sportpsychologen: ook op de Zuidpool waren het de sterksten van geest die de inspanning het langste volhielden. Shackleton selecteerde zijn mannen op vijf criteria: optimisme, geduld, moed, idealisme en uithoudingsvermogen. Vier mentale kwaliteiten en ook uithoudingsvermogen zit waarschijnlijk tussen de oren.

De antropoloog Alan Walker vroeg zich ooit af waarom mensapen sterker zijn dan mensen. En hij kwam met een verrassend antwoord: ons brein is subtieler. Natuurlijk, de anatomie en spierstructuur van een chimpansee zijn anders, maar de belangrijkste reden voor de wildemanskracht van de mensaap is dat zijn spieren grover worden aangestuurd. Wie zijn lichaam fijnzinnig wil kunnen besturen, en dat kan de mens, levert toch in op brute kracht. Altijd wordt bij de mens eerst de fijne kracht aangestuurd en dan pas langzaamaan de grote kracht. Een mensaap zit veel sneller op zijn volle kracht. Bij de mens haalt alleen een moeder in paniek (die de spreekwoordelijke auto optilt waaronder haar kind ligt) of een gek dat niveau. En misschien Epke en consorten.

Volgens Noakes nadert nu de sportmens voortgedreven door steeds betere fysieke en psychologische trainingstechnieken zijn atletisch maximum. Want zal de 100 meter ooit onder de 9 seconde worden gelopen, de marathon onder de, zeg, 1 uur 55? Gelukkig zijn er dan altijd nog mannen als Epke en ander topturners. Want er zullen altijd weer moeilijkere combinaties bedacht worden. Het brein dat lang genoeg traint, krijgt die uiteindelijk wel onder de knie.