Hij vloog en hij zweefde, hoog boven de rest uit

Spectaculair en superieur turnde Epke Zonderland gisteren aan de rekstok. De oogst van tien jaar toegewijde arbeid. Welke Nederlandse turner volgt?

‘Fly Epke fly.’ Epke Zonderland vloog, zoals hij nooit eerder had gevlogen. Het spandoek met de aanmoediging was tijdens de olympische finale aan de rekstok een goedbedoelde, maar overbodige aanmoediging. Want Epke Zonderland zweefde gisteren hoog boven iedereen uit. Om te landen als olympisch kampioen. Als eerste individuele Nederlandse turner ooit. Maar dat besef drong in Londen nog niet helemaal tot de turner door. „Goud. Het is bizar.”

Wie gunde Zonderland de gouden medaille niet? De North Greenwich Arena was na Zonderlands landing even van Nederland. De talrijke in oranje uitgedoste supporters, en ook veel olympische sporters, klapten hun handen stuk. Het duurde even voordat de score oplichtte, maar eigenlijk kende niemand enige twijfel. Zonderland niet, zijn concurrenten niet – die kwamen hem al voor de juryuitslag feliciteren – zijn supporters al helemaal niet.

Zonderland had toch de drie vluchtelementen Cassina, Kovacs en Kolman gecombineerd? Nou dan. Hij is de enige turner ter wereld die dat kunstje beheerst. Bovendien was zijn landing perfect. Geen strafpunten wegens een hupje. Zonderland stond na zijn spectaculaire oefening als een huis. Wat kon er misgaan? Niets. De jury beloonde de rekspecialist met de hoogste score: 16.533 punten. Een persoonlijk record. En net iets meer dan nummer twee, de Duitse Fabian Hambüchen (16.400) en de Chinees Zou Kai (16.366), de onttroonde olympisch kampioen.

Zonderland blij, zijn trainer Daniël Knibbeler blij, zijn familie blij. Het kon niet op. Epke Zonderland schreef historie. Met een hoofdletter H. Ja, er is in 1928 bij de Olympische Spelen in Amsterdam bij de teamwedstrijd vrouwen ooit een gouden medaille door Nederland gewonnen. Maar dat mag geen naam hebben. Dat was van het niveau huisvrouwengymnastiek.

Deze gouden medaille telt echt. Want turnen is niet alleen een verduiveld moeilijke technische sport, maar ook sterk geëvolueerd en gemondialiseerd. Toegegeven, uit Afrika komen geen goede turners, maar uit de rest van de wereld wel degelijk. Sinds gisteren vooral uit Heerenveen, de plaats waar Zonderland als turner groot werd. Daar werd zo’n vijftien jaar geleden de basis gelegd voor het olympische succes.

In de naoorlogse jaren werd de turnsport gedomineerd door de Oostbloklanden. De communistische regimes stopten veel geld en kennis in turnen, vooral ter meerdere eer en glorie van de heilstaat. In Nederland werd niet op topniveau geturnd. Er werd wat gefröbeld in kleine, stoffige gymzalen. De turnbond bracht de sterkste turners en turnsters enige jaren bijeen op Papendal, maar dat leidde tot bescheiden successen. Olympisch goud? Dat leek onbereikbaar. Alleen toegankelijk voor turners van een andere planeet. Zo werd verondersteld.

Tot clubs als Pro Patria in Zoetermeer, De Hazenkamp in Nijmegen, maar vooral WIK-FTC in Heerenveen in de jaren negentig een andere manier van denken invoerden. In Friesland werden vrouwen en mannen in één turnhal ondergebracht. De meest verstrekkende stap: er werd gekozen voor Nederlandse trainers met kennis van zaken. Weg met die Oostblokmethoden, waar de buitenlandse trainers zich van bedienden en die tot overbelasting en blessures leidden.

De volgende stap: verbetering van de begeleiding. In Heerenveen verschenen fysiotherapeuten, bewegingswetenschappers, krachttrainers, mentale begeleiders en tal van andere specialisten. Later volgden nieuwe trainingshallen en technologische ondersteuning. Wat nog ontbrak, was het uitzonderlijke talent, dat van die nieuwe omgeving kon profiteren.

Tot Epke Zonderland zich meldde. De kennersogen van Bertus Bult, Gerard Speerstra, Willem Veldman en Tjalling van den Berg, de mannen die het nieuwe turnen in Heerenveen vormgaven, hadden één blik nodig om zijn bijzondere kwaliteiten te herkennen. CIOS-docent en turnfreak Van den Berg zag in zijn enthousiasme in Zonderland een potentiële olympische kampioen. Van den Berg wist vijftien jaar geleden ook dat de weg naar Olympus alleen met geduld, kennis, geld, rust en vertrouwen wordt bewandeld.

Aan die aanpak dankt Zonderland zijn goede fysieke gesteldheid bij de Spelen in Londen. Zijn lichaam is uitermate kwetsbaar, vooral zijn schouders. Maar al die jaren is Zonderland heel gebleven, bijgestaan door een team van tien specialisten. En fitheid heeft een positieve uitwerking op de gemoedstoestand. Want Zonderland zei gisteren, met de gouden medaille om zijn hals, door te gaan tot en met de Olympische Spelen van Rio de Janeiro.

Nu Nederland veel kennis heeft en de faciliteiten op topniveau heeft gebracht, blijkt het een olympisch kampioen te kunnen voortbrengen. Maar een gouden medaille geeft geen garanties voor olympisch succes in de toekomst. Het laatste stapje moet door de sporter zelf worden gezet. In dat opzicht is Zonderland een lichtend voorbeeld. De turner besefte na de Spelen in Peking, waar hij vijfde werd na een val, dat met zijn aanpak een olympische medaille binnen bereik lag. Hij wist ook dat hij zich volledig aan zijn sport moest overgeven. Een olympische medaille vereist een scherp doel, dat met een flinke dosis egocentrisme moet worden nagestreefd.

Zonderland werkte de afgelopen jaren volgens een strak plan. Hij zocht een oefening met een hoge moeilijkheidsgraad, etste die in zijn systeem, liet zich mentaal en fysiek goed verzorgen en zorgde dat hij zo weinig mogelijk door de buitenwereld werd lastiggevallen.

Zo ongelovig als hij gisteren keek, was zijn prestatie ook weer niet. Daaraan ligt minimaal een decennium doordachte arbeid ten grondslag. Nu hij de haalbaarheid van het podium heeft bewezen, is er een weg gebaand voor nieuwe turners. Maar willen zij olympisch kampioen worden, dan zullen ze het talent, maar vooral de toewijding van Zonderland moeten kopiëren.

Pas dan staan zij ooit ergens ter wereld in een olympische turnhal met een brede grijns de Nederlandse pers te woord. En pas dan kunnen zij zeggen, net als Zonderland gisteren: „Wat is dit supergaaf.”