Grootse rentree van Carax in een witte limousine

Holy Motors. Regie: Leos Carax. Met: Denis Lavant, Edith Scob, Kylie Minogue, Eva Mendes, Michel Piccoli. In: 10 bioscopen. *****

De witte stretchlimousine was dit jaar de ster van het filmfestival te Cannes. Het vervoermiddel van de patser en de filmster, beide zo ruim vertegenwoordigd daar. En decor van twee opvallende speelfilms in competitie: in Cosmopolis van David Cronenberg als cocon waarin een miljardair de wereld buitensluit, in Leos Carax’ fenomenale Holy Motors als kleedkamer en rustpunt in een droomwereld van losse scènes.

De Franse regisseur Carax maakte een glorieuze rentree in Cannes. In de jaren tachtig brak hij door met wild pretentieuze, overdonderende films: de beelddichter van de toenmalige ‘Cinema du look’. Met apekop Denis Lavant en muisje Juliette Binoche in de hoofdrollen, en meestal balancerend tussen geniaal en ridicuul, de plek waar het interessant is. In 1991 verslikte Carax zich in het wonderschone, licht belachelijke Les amants du Pont-Neuf, een dure flop. In 1999 volgde het lauw ontvangen Pola X: het wonderkind leek passé en verdween dertien jaar ondergronds. Soms dook hij even op met een korte film, zoals over rioolmonster Monsieur Merde in drieluik Tokyo! (2008).

Holy Motors is eigenlijk een soort herexamen. Al vijf jaar tracht Carax wantrouwige geldschieters warm te maken voor een Engelstalig project van 20 miljoen euro: met het veel goedkopere Holy Motors bewijst hij zich en scoort een tien. Met Denis Lavant laveren we in een witte stretchlimo door Parijs. Hij werkt een mysterieuze agenda af, bijgehouden door zijn chauffeur Céline (Edith Scob). Op de achterbank verkleedt hij zich als bankier of bedelaar, ninja of stervende oom, moordenaar of slachtoffer. Speelt zijn rollen. Just another day at the office.

Het levert een wonderlijk mozaïek van genres en stijlen op: soms animatie, dan videoclip, thriller of filmhuisdrama. Soms baldadig, als Monsieur Merde opnieuw opduikt om een supermodel naar zijn hol te sleuren, dan onverwachts teder, persoonlijk of melancholiek. Zo bekijken we Pont-Neuf, Carax’ private Waterloo, vanachter die rode neonletters van het verlaten warenhuis La Samaritaine die zo vaak in beeld waren in zeperd Les amants du Pont-Neuf. Daar dwaalt alter ego Lavant nu tussen kapotte paspoppen en zingt Kylie Minogue als zijn ex, met Jean Seberg-kapsel: „who were we, when we were back then?” (Ex Juliete Binoche weigerde naar verluidt de rol, maar stapte, o ironie, wel in de witte stretchlimo van Cronenbergs Cosmopolis.)

Wat betekent het? Wie bepaalt de agenda van Denis Lavant, met wie heeft hij al die afspraken? Met ons? Met de regisseur? Carax noemt Holy Motors sciencefiction over een toekomst waarin mens en machine fuseren en echte en virtuele ervaringen identiek zijn. Dat zal. De film suggereert van alles over acteren, de muur tussen film en kijkers, de maskerade van het sociale leven en virtuele identiteiten. Maar het knappe is dat Carax, vroeger neigend tot zwaarwichtig meanderen, nu exact weet waar hij moet loslaten. Gedachten, associaties, metaforen: ze dienen zich vederlicht aan en fladderen weer weg. Dat is de magie van Holy Motors, een film die je na één keer nog lang niet helemaal hebt gezien.

Coen van Zwol