Een studentenkamer kopen was niet zo slim als het leek

Je was een dief van je eigen portemonnee als je ging huren. Waarom zou je geen studentenkamer kopen? Een riante ‘studio’ in de binnenstad kostte je maar een paar honderd euro per maand. En daarna verkocht je de kamer met dikke winst door. Wat kon er misgaan?

Het leek zo’n goed idee, zeggen de kopers, ontnuchterd door de crisis, nu. „Maar achteraf sla je je voor je kop dat je het zo hebt gedaan.”

Honderden studenten en starters zitten vast aan een onverkoopbare koopkamer. Sommigen betaalden in de roes van de stijgende huizenprijzen wel 175.000 euro voor een kamer van 21 vierkante meter. Zij zitten nu met een aflossingsvrije hypotheek voor een bedrag waarvoor je bijna een heel huis hebt. Het is een grimmige herinnering aan de tijd dat te veel mensen te veel leenden, en banken te scheutig kredieten verstrekten.

De grootste aanbieder van koopkamers was de inmiddels failliete firma Koopstudio, die tussen 2004 en 2009 zo’n vijfhonderd kamers in verschillende studentensteden verkocht. De kopers kregen een tegemoetkoming in de maandelijkse lasten aangeboden, die werd gefinancierd uit de verwachte winst bij doorverkoop. In feite een soort piramidespel.

Maar de markt zakte in. De kamers werden niet met winst verkocht – ze werden helemaal niet verkocht. En de hypotheken lopen door. Die zijn zo hoog dat sommige kopers weer bij hun ouders wonen. Zij kunnen de maandlasten niet opbrengen. „Ja, dat is wel triest”, vindt nu ook de oud-directeur van Koopstudio.

Kapitalen voor ’n kamer: pagina 23