Een digitale schijndemocratie

Geleidelijk komen we in de kentering der seizoenen. Het gejuich uit de stadions zal schaarser en zwakker worden. Binnenkort zien we het NOS Journaal van acht uur weer op kanaal één. Het rumoer van de naderende verkiezingen zwelt aan. Over een maand is het volk meegesleurd in de laatste fase van een ongekende verkiezingsstrijd. Deze zal verwarrender zijn dan alles wat we hebben meegemaakt sinds Pim Fortuyn. Dit voorspel ik nu, op 8 augustus. Op 19 september zal ik er rekenschap van afleggen. Dan ben ik weer aan de beurt.

Op de kiezer van 2012 valt geen peil meer te trekken. Dit heeft een aantal oorzaken. Ten eerste was ons oude zuilenbestel al sinds het optreden van Fortuyn in een staat van reddeloos verval. Voor het poldermodel, dat op de consensus tussen de zuilen is gebaseerd, gold hetzelfde. De ondergang van het poldermodel was niet alleen toe te schrijven aan Fortuyn. Andere mensen van gezag hadden al eerder dezelfde diagnose gesteld. Nout Wellink zei dat de datum van uiterste houdbaarheid voorbij was en Hans Wijers vond dat het moest worden opgeblazen, maar Fortuyn had het charisma.

Na de moord is het nooit meer helemaal goed gekomen in de Nederlandse politiek. Premier Balkenende preekte het „fatsoen moet je doen”. Wat daarvan is terechtgekomen, lezen we dagelijks in het gemengde nieuws. Met zijn eerste kabinet heeft hij het land de oorlog tegen Saddam Hussein ingerommeld. Intussen had het populisme zijn intrede gedaan. Dit heeft zich intussen hecht verankerd, maar geen genezing gebracht. De afgelopen tien jaar zijn de problemen voor de individuele burger en de natie groter en ingewikkelder geworden, terwijl de geloofwaardigheid van de politiek als instituut, de politieke klasse, is afgenomen. De kloof tussen burger en politiek, aan het begin van deze eeuw voor het eerst gesignaleerd, is dieper geworden.

Wat zijn de oorzaken? Op het ogenblik is de economische crisis de belangrijkste en hierbij vooral het feit dat niemand, geen expert, met enige zekerheid kan zeggen hoe we hierin zijn terechtgekomen en hoe er binnen afzienbare tijd een eind aan kan worden gemaakt. Nauw verbonden met de crisis is het Europese probleem – in welke mate de euro mede een oorzaak is, of het beter zou zijn als we terugkeerden naar de nationale munt, of we bepaalde landen uit de Europese Unie zouden moeten verwijderen om de rest weer gezond te maken. Ook hier draagt het gebrek aan geloofwaardigheid van de politieke klasse bij aan de verergering van het probleem.

Wie zich van deze kloof tussen de burger en de politiek een voorstelling wil maken, raad ik aan de internetkrant nu.nl te lezen. Het is een snelle, betrouwbare nieuwsbron, maar daar gaat het hier niet om. De lezers worden in staat gesteld te reageren. Wat ze schrijven, wordt gepubliceerd op nujij.nl. Soms lees je: „Verwijderd door de redactie.” Vooral deze laatste bijdragen maakten me nieuwsgierig.

Onlangs was de hoofdredacteur zo vriendelijk me uit te nodigen om ter plaatse een kijkje te komen nemen. Nu.nl ontvangt per dag zo’n 15.000 reacties, op alle mogelijke onderwerpen, van Syrië tot een verkeersongeluk op de Veluwe, van een schandaaltje in de showbizz tot de opiniepeilingen van Maurice de Hond. De meerderheid van de inzenders schrijft zichzelf grote deskundigheid toe en heeft diepe minachting voor de politici, de zakkenvullers, de graaiers en de plucheklevers. Vaak krijgen ze onderling ruzie. Uit deze reacties doemen langzamerhand de contouren van de nieuwe kiezer op.

De digitale beschaving bestaat een jaar of twintig en heeft zich met toenemende snelheid verbreid, vooral over het Westen, maar ook over de rest van de wereld. De invloed van de gedrukte media neemt af. De publieke opinie wordt in steeds sterkere mate digitaal en door de televisie gevormd. Omstreeks deze tijd laat de eerste generatie die hieraan gewend is, zich gelden in de politiek. De digitale beschaving is wezenlijk anders dan die van het gedrukte woord. Ik wil niet alle veranderingen toeschrijven aan de computer, maar het is wel duidelijk dat de algemene omgangsvormen directer zijn geworden – om het zacht te zeggen. De aanspreekvorm ‘u’ is vrijwel algemeen vervangen door ‘jij’. Op straat, in het verkeer, moet je voorzichtiger zijn. De omgangsvormen zijn directer en rauwer geworden. Hierbij hebben de laptop en de sociale media het individu een schijn van nieuwe macht gegeven. Iedereen kan op elk ogenblik, waar ook ter wereld, de hoogstgeplaatste laten weten dat hij hem een (verwijderd door de redactie) vindt.

Deze schijn van macht staat in regelrechte tegenstelling tot de feitelijke machteloosheid van de kiezer, en niet alleen van hem. Ook de veelbelovende, democratische politici hebben er weinig van terechtgebracht. Dit weten ze. Oude politieke tradities zijn verdwenen. In het nieuwe krachtenveld laten vernieuwde partijen weten op welke manier ze de groeiende vraagstukken zullen oplossen.

De vergeefsheid van de veelbelovende politici drijft de nieuwe kiezer langzamerhand tot zijn vruchteloze, digitale razernij. Het resultaat is dat de politiek verzandt in een woedend immobilisme dat de oorzaak van zijn eigen continuïteit in zich draagt. Het is een politiek perpetuum mobile van vruchteloosheid. Is dit de nabije toekomst? De bouwstenen liggen er.