Dit kunnen wij zelf niet meer

Ontwerpsters Anne en Meis de Jongh maken sieraden met haakwerk van allochtone vrouwen in Nederland. De breisels worden verkocht tot in Tokio.

Van oude kanten of gehaakte kleedjes uit de linnenkast van hun grootouders eigentijdse sieraden maken. De zussen Meis en Anne de Jongh van het ontwerplabel Jonghlabel kwamen erop toen ze na het overlijden van hun opa prachtig kantgekloste kleedjes ontdekten in zijn huis. Ze allemaal verknippen, dat vonden ze een beetje zonde. Daarom gingen ze op zoek naar handwerksters die nieuw basismateriaal voor hun sieraden konden maken.

Dat bleek nog een hele uitdaging.

Het lag voor de hand dat ze van hun eigen generatie weinig handvaardigheid konden verwachten, maar ook in bejaardentehuizen vonden de zussen geen geschikte ambachtslieden. „Die vrouwen van 70 en 80 beheersten vroeger wel de technieken, maar missen met hun stramme vingers een fijne motoriek”, vertelt Anne de Jongh.

Op zoek naar naai- en breiclubjes kwamen de jonge ontwerpers uiteindelijk bij buurthuizen terecht. Anne de Jongh: „Hier ontdekten we dat veel Turkse en Marokkaanse vrouwen handwerktechnieken als haken en frivolité (knopen) bijzonder goed beheersen. Die vrouwen doen alles uit hun hoofd. Ze werken heel snel, zonder patronen en met de fijnste naalden die er zijn.”

Jonghlabel besloot om samen met de vrouwen uit de buurthuizen het project ‘Jongh Geleerd Oud Gedaan, Vergeten Kunsten’ op te zetten. Uit traditioneel versierde handdoeken, tafelkleedjes en hoofddoeken kiezen de zussen De Jongh de mooiste patronen en stukjes. Nadat de handwerksters deze opnieuw hebben gemaakt, werken de ontwerpers ze verder af tot sieraden. „We stijven de vormen en gebruiken neonkleuren, bladgoud en -zilver om het meer van nu te maken”, vertelt Meis de Jongh. „Een gehaakte rand van een hoofddoek kan zo een heel mooie ketting of armband worden.”

In een modern wit geschilderd klaslokaal van de vorig jaar geopende Meesteropleiding Coupeur (MOC) in Amsterdam-West komen zeven vrouwen van het project bij elkaar. Het merendeel is van Turkse en Marokkaanse afkomst. Sommigen hebben kun kinderen meegenomen. Aan een lange tafel halen ze uit plastic zakjes wat ze de voorbije maand thuis gehaakt en geknoopt hebben. Meis en Anne de Jongh bespreken met veel gebaren de gebruikte kleuren en patronen en geven aanwijzingen voor nieuw werk. „Het is mooier om extra lusjes aan de kettingen te maken, dan kunnen mensen zelf de lengte aanpassen. Let er op dat het knoophaakje groot genoeg is, in ieder geval vijftien steken”, adviseert Anne de Jongh.

De uit Turkije afkomstige Ayse (38, wil liever niet met haar achternaam in de krant) vertaalt voor haar buurvrouw, die alleen Turks verstaat. Ayse leerde in Turkije al op haar zevende haken. „Het moest van mijn moeder. Iedere vrouw om mij heen haakte, het hoort bij de cultuur.” Zo kon ze alvast aan haar uitzet beginnen. „Als wij trouwen, moeten er zelfgemaakte dingen zijn. Het moet overal liggen, van de woonkamer tot de slaapkamer en de wc. Overal kleedjes.”

Een andere vrouw die Jonghlabel in een Amsterdams buurthuis ontdekte, is Nora (42, wil ook liever niet met haar achternaam in de krant). Zij leerde in Marokko al van jongs af aan op de handwerkschool haken, breien en borduren. In een buurthuis in Amsterdam Noord geeft ze nu zelf handwerkles. Het is haar grootste passie. „Soms ga ik tot midden in de nacht door. Ik ben verslaafd aan handwerk, zoals anderen dat aan sigaretten of drank kunnen zijn.”

Nora draagt een lange zwarte hoofddoek. Eenmaal buiten trekt ze er een zwarte nikab en lange handschoenen bij aan. Ze vindt de felle sieraden van Jonghlabel heel erg mooi, maar zou ze zelf nooit dragen. „Dat past niet bij mijn kleding.” De vrouwen delen allemaal in de opbrengsten van de juwelen. Daarvoor houden ze op een A4’tje bij hoe lang ze aan welk juweel hebben gewerkt. Maar veel winst maakt het sieradenproject nog niet. Meis de Jongh vertelt dat ze er bewust voor gekozen hebben de juwelen betaalbaar te houden. „Wij denken dat de sieraden niet veel duurder kunnen zijn, omdat mensen aan handwerk niet dezelfde waarde toedichten als bijvoorbeeld aan goud en zilver.” Om alles draaiende te houden, krijgen ze subsidie van verschillende fondsen en de stadsdelen Amsterdam West en Noord.

In het begin botste de smaak van de ontwerpsters nog wel eens met die van de vrouwen. „In oosterse culturen gebruiken ze meer drukke kleuren en tierlantijntjes. Om de vormen aan onze westerse, minimalistische vormgeving aan te passen, hebben we geprobeerd ze terug te brengen naar de basis”, zegt Anne de Jongh.

Het bleek een goede zet. De juwelen zijn te koop in de designwinkels Frozen Fountain en Options! in Amsterdam, het textielmuseum in Tilburg, een woonwinkel in Portland en in het Metropolitan Museum in Tokio. De verkoop via de webshop van Jonghlabel is tijdelijk stilgelegd omdat de vrouwen niet meer aan de vraag konden voldoen. In de toekomst wil Jonghlabel de juwelen ook een keer in Turkije presenteren. „We willen graag laten zien wat er hier gedaan wordt met hun aloude handwerktechnieken.” Net als alle andere deelnemende vrouwen is Nora trots. „Toen ik hoorde dat de sieraden in Japan en zelfs Amerika verkocht werden, had ik daar geen woorden voor. Ik kreeg er helemaal kippenvel van.”

Kijk voor informatie en verkoopadressen op www.jonghlabel.nl