De Bovenbazen (69)

Er viel een diepe stilte, die slechts verbroken werd door het suizelen van de nachtwind en het leeglopen van Doerk.

‘Nu, waar wachten jullie op?’ vervolgde heer Bommel met overslaande stem. ‘Grijp me en vernietig me maar.’

Er gebeurde echter niets. De heer Steenbreek verkreukte nerveus zijn hoofddeksel, terwijl de knecht hem vragend aankeek en Tom Poes onthutst op de achtergrond stond.

Toen trad de secretaris voorwaarts en tikte heer Ollie op de schouder.

‘Dat verandert de zaak,’ sprak hij met een gewrongen lachje. ‘Alles wordt nu anders, ja, ja. Ook voor mij, dat voel ik.’

‘Wat wordt anders?’ vroeg heer Ollie onthutst. ‘Dat kapotmaken?’

‘Nee, nee,’ suste de heer Steenbreek met bevende lippen. ‘Daar kan geen sprake van zijn! Vergeet u dat maar. Een bovenbaas is nooit gevaarlijk, obb; hij kan niets verkeerds doen. Alleen ik… staat u mij toe om aws even op te bellen? We staan voor een grotere crisis dan we dachten, dat zult u begrijpen.’

Heer Bommel, die er niets van begreep, rechtte zich de rug en trok zijn jas glad.

‘Ik sta het toe,’ sprak hij en met deze woorden begaf hij zich met het verslagen tweetal terug naar Bommelstein. Tom Poes keek hem met grote ogen na.

Misschien heeft Kwetal wel gelijk, dacht hij. Het ziet er naar uit dat heer Ollies denkraam groter is dan van de meeste.