'De Belgen' tegen 'die Nederlanders'

België heeft natuurlijk de Rode Duivels, het nationale voetbalelftal dat al een tijdlang niet veel indruk meer maakt. Maar België heeft ook Rode Leeuwen, of beter: Red Lions, want zo worden de Belgische hockeyers genoemd. In hun wedstrijd op de Olympische Spelen tegen Nederland, vorige week, maakten zij indruk. Ze speelden goed. Door een strafcorner kwamen ze op 1-0 achterstand en dat kon de commentator van de Vlaamse publieke omroep nauwelijks verdragen. De tegenstanders noemde hij alleen nog maar ‘die Nederlanders’. België maakte een tegendoelpunt en hij riep: „We zijn gewoon beter dan die Nederlanders. We doen weer mee op het hoogste niveau. Die Nederlanders staan te schutteren op hun benen. Misschien kan dit doelpunt hen helemaal dood doen.”

Maar die Nederlanders kregen wéér een strafcorner: 2-1. Het geluk van de dommen, vond de commentator. „Ze hebben geen kans bij elkaar kunnen hockeyen, ze hebben alleen wat strafcorners bijeen gescharreld.” De Belgische hockeycoach haalde de doelman uit het veld om een extra veldspeler te kunnen inzetten. Toen werd het 3-1.

De Vlaamse Tia Hellebaut moet morgen, en hopelijk ook zaterdag, hoogspringen en ze maakt kans op een medaille. Maar verder gaat het met de Belgen niet zo goed: ze wonnen twee keer brons, bij judo en zeilen, en de totaal onbekende arbeidsinspecteur Lionel Cox uit Brussel veroverde zilver bij het karabijnschieten. Een verslaggever op de radio zei: „Wat zegt het over België dat onze belangrijkste medaille liggend wordt behaald? Door een ambtenaar?”

Natuurlijk zijn Belgen niet lui. De sporters doen hun best en met drie medailles doet België het al beter dan in Peking (twee). Maar waarom zijn de Nederlanders zoveel beter? In De Morgen zei de directeur topsport van Bloso, het Vlaams agentschap voor de sport, dat dat vooral kwam omdat Nederlanders gemiddeld acht centimeter groter zijn dan Vlamingen. „Dat is een fenomenaal voordeel in de sport.”

En de Chinezen dan? Maar wat de resultaten ook zullen zijn, België beleeft bijzondere weken. In het Franstalige deel praten de inwoners altijd al over zichzelf als ‘Belgen’, maar ook in de Vlaamse media gaat het nu over ‘onze landgenoten’. En zelfs toen er nog geen Vlaamse medaille was gehaald – de eerste twee waren van Franstaligen – was er nauwelijks zuur commentaar. In De Standaard vreesde een sportcolumnist voor een ‘mini-rampscenario’: „Vlaanderen trekt de kar in sportwoestijn België en dan zouden de Walen met de eer gaan lopen?” Begin deze week werd Vlaanderen gered door het brons van Evi Van Acker uit Zaffelare.

Correspondenten kijken elke dag vanuit de hele wereld naar de Olympische Spelen, van 27 juli tot en met 12 augustus in Londen. Daarna wordt de rubriek In Nederland hervat.