Chanel nr 5

Mijn badkamerkast staat pal naast mijn wc. De kast bestaat uit een toren van open vakjes, de open kant wijst in de richting van de wc. Mijn wc-bril heeft geen klep.

Het was natuurlijk wachten tot dit mis zou gaan.

Als ik mijn kast anders had kunnen opstellen, had ik dat gedaan, maar mijn badkamer is nou eenmaal een soort smalle betegelde gang waar alles zich naast elkaar bevindt: douche, wastafel, kast, wc. Wonen in een klein huis is als leven in een Sokobanpuzzel, het computerspel waarbij je kisten door een doolhof moet duwen om ze op bepaalde plekken te krijgen. Het verplaatsen van een kist zorgde altijd voor een kettingreactie: als je de ene kist had geduwd, móést je wel een andere kist verplaatsen, die vervolgens weer in de knoop kwam met de volgende, en zo verder. Zo werkt het ook in een klein en vol appartement: elke verplaatsing veroorzaakt ergens anders een ophoping. Het woord ‘opruimen’ ruil je min of meer in voor ‘verplaatsingmanagement’.

Maar goed: ik zette mijn fles parfum op zijn plek in de badkamerkast, een enorme fles Chanel nr 5 die ik drie jaar geleden een keer had gekregen en die ondanks veelvuldig gebruik immer voor driekwart vol bleef, waarna ik iets uit een mandje wilde pakken en met een onhandige beweging de fles Chanel uit het vakje stootte. De fles tuimelde onverbiddelijk naar beneden, brak op de wc-bril en kletterde tegen het porselein van de pot, zo in de gapende bek van mijn wc. Meteen kleurde het water in de wc bruisend wit, en een allesoverheersende Chanel nr 5-geur steeg op.

Ik bleef een hele tijd naar de wc-pot vol Chanel nr 5 kijken. Het was zo belachelijk. Geen WC Eend maar WC Paradijsvogel. Alsof ik straks mijn tanden zou gaan poetsen met een mok vol Cristal. Alsof ik die middag de eendjes in het park had gevoerd met wat sushi van blauwvintonijn. Diamonds on the soles of her shoes. De wc opfrissen met de duurste vloeistof in huis, zo’n honderd euro letterlijk door de wc spoelen: het leek allemaal te dreunen van betekenis, zonder dat het uiteraard ook maar iets betekende, behalve dan misschien ‘doe eens wat aan je motoriek’ en ‘welke debiel zet er dan ook een fles parfum aan de rand van een wc-afgrond?’

Daarna probeerde ik na te gaan of ik nog íéts zou kunnen met een zwanenhals vol Chanel nr 5. Het water in de wc is in feite niet vies, zei ik tegen mezelf. Het is gewoon water. De mogelijkheden voor een hoeveelheid aan twijfelachtig parfumwater waren echter niet bepaald eindeloos. In een vaas schenken en in de kamer zetten bij wijze van huisparfum? Handen in wassen? Toch nog over mijn polsen gieten in een redden-wat-er-te-redden-valt-manoeuvre? Maar het was allang duidelijk: zodra water uit een wc komt, is het einde verhaal. Met pijn in mijn hart spoelde ik door. Alleen de Chanel nr 5 geurdeken in huis verraadde nog wat er gebeurd was.

In het kader van verplaatsingmanagement zal ik een volgende fles parfum naast mijn bed neerzetten.